Lezingen van de dag – dinsdag 6 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Dorothea van Kashin (+ 1629)

Dorothea van Kashin, Rusland; kloosterlinge

Dorothea was geboren in 1549. Ze leefde met haar man en haar zoon, Michaël, in het stadje Kashin ten noorden van Moskou ten tijde van Iwan de Verschrikkelijke († 1584). Het waren barre tijden. Tegen de eeuwwisseling vielen de Polen Rusland binnen en op hun strooptocht brandden zij ook Kashin plat. Haar man die onder de wapenen geroepen was, keerde niet meer van het slagveld terug. Daarop besloot Dorothea haar leven in dienst te stellen van God. Was dat om een teken van hoop te stellen temidden van dood en verderf? Als het ware een opstanding uit de doden? We mogen aannemen dat de toekomst niet uitgestippeld voor haar lag, maar uit de wijze waarop zij de toekomst vorm heeft gegeven, mogen we afleiden hoeveel energie de keuze voor een leven in dienst van God haar heeft gegeven.

De aangewezen plek om voor God te leven, was natuurlijk het klooster. Er had er één gelegen buiten de stad, maar dat was volkomen verwoest. Temidden van de vernieling bouwde zij zich op de plek waar het gestaan had uit het puin een armzalig onderkomen. Daar leidde zij haar leven van gebed, waken en vasten. Wie weet, heeft zij herkenning en inspiratie gevonden bij de profeet Jesaja: Als Jeruzalem in puin ligt, roept hij: “Jeruzalem, op uw muren heb ik wachtposten uitgezet; heel de dag en heel de nacht, nooit mogen zij zwijgen. Gij die de Heer alles in herinnering brengt, er is voor u geen rust. Gun ook Hem geen rust! Tot Hij Jeruzalem herstelt en maakt tot de roem van het Land” (Jesaja 62,06-07). Zo zal ook Dorothea geloofd en gebeden hebben, terwijl ze God geen rust gunde en Hem om zo te zeggen uit zijn slaap hield tot Kashin zou zijn hersteld!
Zij vond onder de puinhopen een Maria-icoon die later bekend werd als de wonderdadige icoon van Maria Korsunskaja. Deze hing zij in haar gebedsruimte om ervoor te kunnen bidden.
Juist zoals ze God geen rust gunde, had zij ook zelf geen rust, en nam de opbouw van het klooster ter hand. Zo werd zij een baken voor haar stadgenoten, die even erg getroffen waren als zijzelf. Zij troostte ze, hielp mee waar ze maar kon, hield niets van wat zij nog over had van haar bezittingen voor zich, maar gaf alles weg ten bate van de zwaarst getroffenen, en voor de wederopbouw van het klooster. Stilaan keerden enkele gevluchte zusters naar het klooster terug.

Het herstel van de gebouwen vorderde, mede dankzij de stuwende kracht van Dorothea. De waardering voor de bewoonsters van het kloostertje verspreidde zich over de wijde omgeving, en trok zelfs nieuwe meisjes aan, die zich met liefde aansloten bij zo’n inspirerend leven. Het spreekt vanzelf dat de groep Dorothea als abdis wilde hebben. Maar zij weigerde. Zij bleef liever gewoon de vrouw die zich in alle eenzaamheid terug had getrokken om zich geheel aan God te geven. Zij stierf op 80-jarige leeftijd.
In de oosterse kerk wordt het volgende gebed tot haar gezongen:

“In u, o moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld;
u aanvaardde het kruis in navolging van Christus;
u gaf er een voorbeeld van om het vergankelijke vlees minder te achten
ten gunste van de zorg voor de ziel die onsterflijk is.
Daarom, heilige moeder Dorothea,
verheugt zich nu uw geest met de engelen.”

dinsdag in week 5 door het jaar


Uit het eerste boek Koningen 8, 22-23 + 27-30

Salomo heeft zijn tempel voor de Heer nu klaar. Hier horen wij een eerste gebed. Maar het valt op hoe Salomo dit gebed richt tot God die in de hemel is. De tempel fungeert hier als plaats om de mens te helpen bij zijn persoonlijk contact met God.

Salomo wendde zich naar het altaar van de Heer, ten aanschouwen van de verzamelde Israëlieten. Hij hief zijn handen ten hemel
en zei:
‘Heer, God van Israël, er is geen god zoals U, noch in de hemel daar boven, noch op de aarde hier beneden. U houdt U aan het verbond en blijft trouw aan uw dienaren die U met heel hun hart toegewijd zijn. Zou U, God, werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan U niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor U heb gebouwd. Heer, mijn God, hoor het smeekgebed van uw dienaar aan en luister naar de verzuchtingen die ik vandaag tot U richt. Wees dag en nacht opmerkzaam op wat er gebeurt in deze tempel, de plaats waarvan u zelf hebt gezegd dat daar uw Naam zal wonen, en verhoor het gebed dat ik naar deze tempel richt. Luister naar de smeekbeden die uw dienaar en uw volk Israël naar deze tempel richten, aanhoor ons gebed vanuit de hemel, uw woonplaats, aanhoor ons en schenk ons vergeving.’

 

Psalm 84, 3 + 4 + 5 + 10 + 11

Refr.: Hoe lief is mij uw woning, Heer God der hemelmachten !

Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de Heer.
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God.

Zelfs de mus vindt een huis,
en de zwaluw een nest
waarin ze haar jongen neerlegt,
bij uw altaren, Heer van de hemelse machten,
mijn koning en mijn God.

Gelukkig wie wonen in uw huis,
gedurig mogen zij U loven.
God, ons schild, zie naar ons om,
sla goedgunstig het oog op uw gezalfde.

Beter één dag in uw voorhoven
dan duizend dagen daarbuiten,
beter op de drempel van Gods huis
dan wonen in de tenten der goddelozen.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 7, 1-13

Jezus’ houding tegenover wetten, voorschriften, gezag en vrijheid, werd sterk gekenmerkt door de nadruk die Hij legde op de waarde van de innerlijkheid, de overtuiging. Jezus waarschuwt de Farizeeën van alle tijden tegen schijnheiligheid en tegenover een overdreven wettelijkheid.

Ook de Farizeeën en enkele van de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in Jezus’ nabijheid op. En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen (de Farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden, en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels), toen vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem: ‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’
Maar Hij antwoordde: ‘Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.” De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’
En Hij vervolgde: ‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden! Heeft Mozes niet gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder”, en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”?
Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: “Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban”’(wat ‘offergave’ betekent), ‘waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’

 

Van Woord naar leven

Bidden is buiten- en binnenkant. De buitenkant helpt ons hart in ontmoeting te treden met God. Maar wie enkel de buitenkant dient, zal zijn ontmoeting met God ontlopen. Hij zal zichzelf ontmoeten als inpakpapier zonder geschenk.

Laat ons God ontmoeten met het hart; eerlijk, eenvoudig, puur, van aangezicht tot Aangezicht, om zijn liefde te kunnen zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
schenk ons de gave van het innerlijk gebed, waarin wij in de liefde van uw Geest U ten diepste mogen ontmoeten. Trek ons in de brand van uw liefde en doe ons tafelen aan uw Drie-ene Liefde, als een gebed zonder ophouden.
Amen.