Lezingen van de dag – dinsdag 6 okt. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Isidorus de Loor (+ 1916)Isidore

Kortrijk, België; kloosterbroeder

Isidorus werd op 18 april 1881 geboren in het Vlaamse plaatsje Vrasene. Zijn ouders, Aloïs de Loor en Camilla Hutsebout, waren boerenmensen. Naast Isidorus hadden ze nog een zoon, Frans, en een dochter, Stefanie. De kinderen groeiden op zoals in die tijd alle kinderen in een vroom katholiek gezin opgroeiden. De godsdienstige oefeningen namen er een grote plaats in. Als jongeman gaf Isidorus bovendien katechismusles op de zondagsschool van St-Gillis-Waas. Toen hij zijn vader eens hardop hoorde overleggen of hij de boerderij niet uit zou breiden, kwam Isidorus ertussen met de opmerking dat hij dat voor hem niet hoefde te doen; hij wilde het liefste in het klooster gaan. Zijn ouders gaven toestemming op voorwaarde dat dan zijn jongere broer Frans voor de dienst in het leger zou worden uitgeloot. Dan kon hij naast zijn vader het gezin onderhouden. Dat gebeurde en zo trad Isidorus op aanraden van een redemtoristenpater in het noviciaat van de passionisten te Ere, Vlaanderen. Op 15 april 1907 werd hij ingekleed en ontving de naam Isidorus van H.-Jozef.

Hij werd broeder en werkte op de boerderij en in de keuken. Na zijn geloften op 13 september 1908 werd hij twee jaar later overgeplaatst naar het klooster te Wezembeek-Oppem. Nu was hij kok, tuinman en portier. Over de buitenkant van zijn leven is eigenlijk niet veel te vertellen. Des te meer schijnt er gebeurd te zijn in zijn innerlijk leven. Hij was een mild mens, die nooit zijn geduld verloor. Ieder die hem tegenkwam had graag met hem te doen, zowel binnen als buiten het klooster. Niemand zag ooit hoeveel pijn hij leed. Immers na enige tijd openbaarde zich een oogziekte waarvan de behandelende arts opmerkte: “Iemand die zulke pijnen zo weet te verdragen, moet wel een heilige zijn!” Zijn oog werd operatief verwijderd.

In 1912 verhuisde hij naar Kortrijk, waar hij vanaf 1914 portier was. Niet ver daarvandaan woedde de Eerste Wereldoorlog. Hij verloor nooit zijn kalmte en behandelde ieder even vriendelijk. Ongelooflijk, als men beseft hoe intussen de ziekte in zijn lijf was doorgekankerd. Toen de dokter erbij gehaald werd, kon deze hem alleen nog maar meedelen dat het spoedig afgelopen zou zijn.
Voor Isidorus was dit geen droevig bericht; integendeel. In zijn geloof verlangde hij ernaar opgenomen te zijn bij zijn Heer.
Op 6 oktober 1916 is hij in alle stilte en vrede overleden; pas vijfendertig jaar oud. De mensen uit de buurt wisten dat ze een groot heilige in hun midden hadden gehad. Twee dagen later werd de overledene in processie naar de kerk gedragen en plechtig bijgezet. God weet, hoeveel mensen in hun gebed zijn voorspraak hebben ingeroepen.

Paus Johannes Paulus II heeft hem op 30 september 1984 zalig verklaard.

DINSDAG IN WEEK 27 DOOR HET JAAR


Uit het boek Jona 3, 1-10

Jona vlucht niet langer voor God. Zijn prediking in de heidense stad Nineve had onmiddellijk tot gevolg dat de inwoners geloven in God en bekeren zich.

Opnieuw richtte de Heer zich tot Jona:
‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen met de woorden die Ik je zeg.’
En Jona maakte zich gereed en ging naar Nineve, zoals de Heer hem opgedragen had. Nineve was een reusachtige stad, ter grootte van drie dagreizen. Jona trok de stad in, één dagreis ver, en riep: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’
De inwoners van Nineve geloofden God: ze riepen een vasten uit en iedereen, van hoog tot laag, hulde zich in een boetekleed. Toen de profetie de koning van Nineve bereikte, stond hij op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af en ging, gehuld in een boetekleed, op de grond zitten. En hij liet in Nineve omroepen: ‘Volgens bevel van de koning en zijn edelen is het niemand toegestaan te eten of te drinken, mens noch dier, rund noch schaap of geit. De dieren mogen niet grazen of water drinken. Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed en luidkeels God aanroepen. Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal Hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’
Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam Hij terug op wat Hij gedreigd had hun aan te doen, en Hij deed het niet.

 

Psalm 130, 1 + 2 + 3 + 4 + 7 + 8

Refr.: Israël, hoop op de Heer !

Uit de diepte roep ik tot U, Heer,
Heer, hoor mijn stem.

Wees aandachtig, St.-Jonah-the-Prophet
luister naar mijn roep om genade.

Als U de zonden blijft gedenken, Heer,
Heer, wie houdt dan stand ?

Maar bij U is vergeving,
daarom eert men U met ontzag.

Israël, hoop op de Heer !
Bij de Heer is genade.

Bij Hem is bevrijding,
altijd weer.

Hij zal Israël bevrijden
uit al zijn zonden.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 38-42

Marta loopt verloren in duizend zorgen van bijkomstige aard. Maria is een voorbeeld van zuivere aandacht voor het Woord. Jezus herinnert Marta dat niet alles evenveel waarde heeft; eerst komt het Rijk van God.

Toen ze verder trokken ging Jezus een dorp in, waar Hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten.
Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het U niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’
De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Van Woord naar leven

Jezus wil geen verdeeldheid brengen in het huishouden van Maria en Marta. Integendeel, Hij laat aanvoelen hoe hun huis een echte thuis kan worden. Werken en bezig zijn is noodzakelijk, koken en bedienen is goed, maar alleen daarmee hou je een gezin of relaties niet in stand. Het is niet eens het belangrijkste deel.

Tijd en aandacht hebben voor elkaar, luisteren naar elkaars woorden en noden, ruimte scheppen voor elkaars persoon, is niet alleen het hoofdgerecht aan de tafels van mensen, maar ook aan de tafel van de Heer, ook dus in de relatie tussen God en de mens. Dat is de gist in het brood van het leven, dat is het zout in de soep, in het voedsel van ons dagelijks leven met elkaar en van onze omgang als mens mét God.

De overweging van vandaag is ontleend aan ‘Bezinningen bij Gods Woord van dag tot dag’, door de norbertijnen van de Abdij Postel, uitgegeven bij Brepols.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,mgyVmzc
leer ons aandacht te schenken aan uw aanwezigheid wanneer we met anderen samen zijn. Geef dat we dan oog en oor hebben voor U, voor uw liefde, uw warmte, uw genegenheid. Geef dat wij vanuit het beluisteren van uw aanwezigheid elkaar mogen ontmoeten en ontvangen zoals Gij ieder van ons in uw hart draagt en bemint.
Amen.