Lezingen van de dag – dinsdag 6 september 2016


Heilige (of feest) van de dag

Magnus van Füssen († 772)candle-1129354_640

Osb, Duitsland; stichter met Theodo van Kempten

Sint Mang moet rond het jaar 700 geboren zijn. Maar het is onduidelijk of hij van origine Ier, Aleman of Retroromaan was. Hij was monnik in klooster Sankt-Gallen, toen hij door bisschop Wikterp van Augsburg († 771; feest 18 april) werd gevraagd in het nog heidense gebied van Allgäu het evangelie te brengen. In gezelschap van zijn medebroeder Theodo trok hij naar de omgeving van Kempten, stichtte er een aantal christengemeenschapjes en legde er de basis voor het latere klooster. Daar liet hij Theodo achter.

Op zijn eentje ging hij naar bisschop Wikterps geboortedorp Epfach, stichtte in het nabijgelegen Waltenhofen een Mariakerkje en trok vervolgens stroomopwaarts langs de Lech het dichtbegroeide woud in, daar waar later de plaats Füssen zou ontstaan. Ook op die plek stichtte hij een klooster. Zo werkte hij vijfentwintig jaar onafgebroken aan de verspreiding van het evangelie. Volgens zeggen wist hij ook de plaatselijke bevolking aan levensonderhoud te helpen door er de ertsmijnbouw op gang te brengen.

Hij stierf op ruim zeventigjarige leeftijd: 6 september 772 en werd bijgezet in de bidkapel van ‘zijn’ klooster te Füssen. In 845 opende de toenmalige bisschop Lanto zijn graf. Volgens ooggetuigen was zijn lichaam nog gaaf en ongeschonden, wat in die tijd als een teken van heiligheid werd beschouwd.

In Zuid-Duitsland, Tirol, Zwitserland en de Elzas zijn veel kerken aan hem gewijd. Hij is patroon van Allgäu, Füssen en Kempten; bovendien is hij beschermheilige van het vee. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen ongedierte, met name muizen, rupsen, slangen, slangenbeten en schadelijke insecten op de velden; ook nog tegen oogziekten.

dinsdag in week 23 door het jaarbijbel


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 6, 1-11

De christenen van Korinte waren geneigd hun processen te laten regelen door heidenen. Christenen moeten hun geschillen onder elkaar in het reine brengen, want de basis van elke hechte regeling is gelegen in de erkenning van eigen schuld.

Broeders en zusters,
hoe durft u onderlinge rechtsgeschillen voor ongelovigen te brengen in plaats van voor de gelovigen! Weet u dan niet dat Gods heiligen over de wereld zullen oordelen? En als u over de wereld zult oordelen, zou u dan niet in staat zijn om te oordelen over de meest onbeduidende rechtsgeschillen? Weet u niet dat wij over engelen zullen oordelen? Dan kunnen we dat toch zeker ook over alledaagse zaken? Wilt u werkelijk uw alledaagse geschillen aanhangig maken bij mensen die bij de gemeente geen aanzien genieten? U moest u schamen. Is er dan niet één wijs mens onder u die tussen broeders en zusters uitspraak kan doen? Is het werkelijk nodig dat de een de ander voor het gerecht sleept, en nog wel voor dat van ongelovigen?
Het is al treurig genoeg dat er rechtsgeschillen bij u voorkomen. Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen? In plaats daarvan begaat u zelf onrecht en benadeelt u anderen, en dan nog wel broeders en zusters.
Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders, dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het koninkrijk van God.
Sommigen van u zijn dat ooit geweest, maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.

 

Psalm 149, 1 + 2 + 3 + 4 + 5

Refr.: De Heer vindt vreugde in zijn volk.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
Drieeenheid_2 roem Hem te midden van zijn getrouwen.

Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker,
het volk van Sion juichen om zijn koning.

Laten zij dansend zijn Naam loven,
bij lier en tamboerijn voor Hem zingen.

Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
Hij kroont de vernederden met de zege.

Laten zijn getrouwen juichen in triomf,
nog jubelen als zij te ruste gaan.

 

Uit het evangelie volgens Lucas  6, 12-19

Jezus trekt zich terug in gebed met zijn Vader, vooraleer zijn twaalf apostelen te kiezen. Om zijn boodschap te verkondigen zendt Hij hen pas uit nadat Hij eerst voor-leefde hoe ze dit moesten doen.

Op een dag trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef Hij tot God bidden.
Toen de dag aanbrak, riep Hij de leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit, die Hij apostelen noemde: Simon, aan wie Hij de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Matteüs en Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon, die de IJveraar genoemd wordt, Judas, de zoon van Jakobus, en Judas Iskariot, die een verrader werd.
Toen Hij met hen de berg was afgedaald, bleef Hij staan op een plaats waar het vlak was. Daar had een groot aantal van zijn leerlingen zich verzameld, evenals een menigte mensen uit heel Judea en Jeruzalem en uit de kuststreek van Tyrus en Sidon. Ze waren gekomen om naar Hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen; ook degenen die gekweld werden door onreine geesten werden genezen, en de hele menigte probeerde Hem aan te raken, want er ging een kracht van Hem uit die allen genas.

Van Woord naar leven

Op een dag trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef Hij tot God bidden. Toen de dag aanbrak, riep Hij de leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit.

Wat de Heer ons vandaag onder andere leert is dat het goed is te bidden alvorens we keuzes maken.

Wanneer we bidden stellen we onszelf buiten het centrum van ons bestaan in de zin dat God die plaats krijgt. Hij is het levend hart van ons leven. Bidden alvorens keuzes te maken doet ons kiezen vanuit dat hart, vanuit God, Hij, het levend centrum van ons bestaan. De keuzes die we op die wijze maken zullen over het algemeen heel andere keuzes zijn dan de keuzes die we maken louter vanuit ons eigen allerindividueelste ikje.

Kiezen vanuit God is kiezen voor de keuze van God. Zo zal iemand een religieuze roeping ervaren als een keuze van God, gewoonlijk meer dan een keuze van hemzelf. God wil met ieder van ons een bepaalde weg gaan. Dat ‘weten’ mogen we niet herleiden tot een detail, maar we zouden het moeten koesteren als een hoog goed. Wie immers de weg gaat die God met hem wil gaan maakt het hemzelf zoveel eenvoudiger. Ik zeg niet makkelijker, wel eenvoudiger.

Met niet makkelijk bedoel ik dat de weg die we gaan vanuit God, een weg zal zijn die getekend is door liefde, door trouwe liefde, liefde tot het uiterste. Het zullen keuzes zijn die de echo van het kruis van Jezus in zich dragen. Dikwijls zijn ze getekend door offer, door ‘achterlaten’, door ‘kiezen voor’.

En laat ons eerlijk zijn, dikwijls staan die keuzes in diep contrast met keuzes die we zouden maken vanuit ons eigen ego. Het gevaar van deze laatsten bestaat erin dat ze gericht zijn op eigen voordeel, op oppervlakkig genot, op ‘anderen nodig hebben voor mezelf’, op de behoefte naar applaus, enz… Men dient hier het ego, en niet God.

Laat ons bidden, lang en diep bidden, wanneer we voor een grote levenskeuze staan.
Maar laat ons ook dagelijks iedere morgen bidden voor die vele kleine keuzes doorheen de dag. Die vele kleine keuzes in het licht van de liefde zijn in de ogen van God immers immens groot.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,holy-spirit-colleen-shay1
geef dat wij van U mogen leren hoe belangrijk het is ons hart in U met de Vader te verenigen in gebed alvorens beslissingen te nemen. Kom met uw heilige Geest en trek ons in uw bidden tot de Vader.
Amen.