Lezingen van de dag – dinsdag 7 juni 2016


Heilige (of feest) van de dag

Anna van Sint-Bartholomeus († 1626)anna

Anna van Sint-Bartholomeus (oorspronkelijk García; ook van St.-Barthélemy) carmelites, Antwerpen, België; kloosterlinge

Anna García werd op 1 oktober 1549 in de Spaanse plaats Armendral geboren. Zij was de jongste van zeven kinderen. Haar vader, Fernando, en moeder, Maria Mancanas, waren welgestelde boeren. Op tienjarige leeftijd verloor zij haar ouders. Nu werd zij toevertrouwd aan de zorgen van haar oudere broers en zussen. Dezen keken voor haar uit naar een geschikte huwelijkspartner. Maar zij gaf te kennen liever carmelites te worden.
Zo trad zij in 1572 toe tot de Karmel van Avila, waar de grote Teresa op dat moment priorin was. In haar nieuwelingentijd legde zij zich toe op een leven van versterving en opoffering uit liefde voor de zielen die verloren dreigden te gaan. Na haar noviciaat werd zij secretaresse van Teresa. Tussen hen groeide een intense vriendschapsband. Nadat Teresa in 1582 in haar armen was gestorven, brak er voor haar een rusteloos leven aan.
Ze verbleef enige tijd te Avila, Madrid en Ocaña; in 1604 – toen was ze dus al 55! – vertrok ze met enkele gezellen naar Parijs; het jaar daarna was zij te Pontoise en in 1608 te Tours. Overal werden nieuwe kloostervestigingen gesticht. In 1611 kwam ze naar de Zuidelijke Nederlanden; eerst naar Bergen (= Mons), vervolgens naar Brussel en uiteindelijk naar Antwerpen (6 november 1612); daar werd ze voor de rest van haar leven priorin. Vandaaruit stond zij mede aan de wieg van de vestigingen in Doornik (26 oktober 1614) en Brugge (7 maart 1626). Het schijnt dat zij door haar gebed de stad Antwerpen twee keer voor een inval over water door Prins Maurits heeft behoed; resp, in 1622 en 1624.

Sindsdien geldt zij als beschermster van de stad Antwerpen.

Ze werd zalig verklaard in 1917.

dinsdag in week 10 door het jaarbijbel


Uit het eerste boek Koningen 17, 7-16

Elia de profeet, stelt zijn volledig vertrouwen op God, ook al schijnen Gods woorden niet altijd definitief te zijn. Van de beek waar hij zich ophield wordt hij naar een weduwe gezonden. Ook zij stelt volledig vertrouwen in Elia als gezant van God en geeft hem zelfs dat waar ze van leven moet. Met God komt men nooit bedrogen uit.

Doordat het almaar niet regende in het land, viel de rivier, waar Elia zich ophield, na verloop van tijd droog.
Toen richtte de Heer zich tot Elia met de woorden: ‘Ga naar Sarefat, in de buurt van Sidon, en neem daar je intrek. Ik heb een weduwe daar opgedragen je van voedsel te voorzien.’
Elia ging op weg naar Sarefat, en toen hij bij de stadspoort aankwam, zag hij een weduwe die bezig was hout te sprokkelen. Hij riep haar en vroeg of ze een kommetje water voor hem wilde halen, zodat hij zijn dorst kon lessen. Terwijl ze wegliep om water te halen, riep hij haar na of ze ook een stuk brood voor hem wilde meenemen.
‘Zo waar de Heer, uw God, leeft’, antwoordde zij, ‘ik heb niets meer in voorraad, alleen een handjevol meel in de pot en een restje olijfolie in de kruik. Kijk, ik heb net een paar takken geraapt om iets te eten te maken voor mij en mijn zoon. Als dat op is, zullen we van honger sterven.’
Maar Elia zei: ‘Maak u niet ongerust. Doe wat u van plan was, maar bak van wat u in huis hebt eerst iets voor mij en kom me dat brengen. Daarna kunt u voor uzelf en uw zoon iets klaarmaken, want dit zegt de Heer, de God van Israël: Tot op de dag dat ik weer regen op de aarde zal laten vallen, zal er meel in de pot zijn en zal de oliekruik niet leeg raken.’
De vrouw ging naar huis en deed wat Elia had gezegd. En ze hadden elke dag te eten, zij, Elia en haar familie. Er was meel in de pot en de oliekruik raakte niet leeg, zoals de Heer bij monde van Elia had beloofd.


Psalm 4, 2-8

Refr.: Heer, in U vindt mijn hart vreugde.

Antwoord mij als ik roep,
God die mij recht doet.
Geef mij ruimte als ik belaagd word,
wees genadig, hoor mijn gebed.

Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, Drieeenheid_2
is de schijn u lief, de leugen uw leidraad ?
De Heer schenkt zijn gunst aan wie Hem trouw is,
de Heer luistert als ik tot Hem roep.

Beef voor Hem en zondig niet,
bezin u in de nacht en zwijg.
Breng de juiste offers,
heb vertrouwen in de Heer.

Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’
Heer, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.
In U vindt mijn hart meer vreugde
dan zij in hun koren en wijn.

In vrede leg ik mij neer
en meteen slaap ik in,
want U, Heer, laat mij wonen
in een vertrouwd en veilig huis.


Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 13-16

De leerlingen van Christus worden het zout van de aarde en het licht van de wereld genoemd. Zoals het zout het voedsel smaak geeft, moeten zij de wereld de smaak van de liefde geven. Deze zorg om het Rijk Gods zal hen van binnenuit stuwen tot getuigenis, tot een licht zijn voor de wereld.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’

Van Woord naar leven

Jezus zegt ons vandaag:
‘Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’

We worden dus opgeroepen licht te zijn; niet zomaar een licht, maar Gods licht. Hij die gezegd heeft ‘Ik ben het licht der wereld’, zegt nu tot ieder van ons: ‘Jullie zijn het licht in de wereld’. We zijn geroepen Jezus’ licht te zijn, en uit te dragen.

De beste manier om Jezus’ licht te zijn is Jezus in ons licht laten zijn. Hij, die ons bewoont, die ons begenadigt met zichzelf, wil en kan licht zijn door ons heen. Door onze toewijding aan Hem, onze vereniging met Hem, kunnen wij zijn licht worden. Het is je te ruste leggen in Gods Geest, zijn zachte stuwing naar de Heer toe van binnenuit toelaten, om langzaam maar zeker opgenomen te worden in Jezus’ licht.

Dit gebeuren zal ons altijd brengen in de liefde, het zal een weg zijn die ons doet beminnen. In wezen is het niet meer zozeer ‘ons’ beminnen, maar het is het beminnen van de Heer. Hij met ons, door ons, in ons. Wij in Hem, door Hem, met Hem. Hij en wij, één liefde, volmaakt één geworden.

Laat ons innerlijk leeg worden, arm van geest, om ons te kunnen wentelen in zijn aanwezigheid, nestelen in zijn tegenwoordigheid.
Moge Hij ons opnemen in zichzelf, ons trekken in de brand van zijn liefde, om innig één met ons Gods liefde te zijn.

Moge dit gebeuren zich afspelen in elke ontmoeting die we hebben, in elke handeling die we verrichten.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,Jesus-mercy-icon-3
neem ons op in uw licht,
opdat wij licht mogen zijn voor de wereld.
Verenig ons met U,
ga door ons heen al weldoende rond,
opdat ieder die wij ontmoeten
uw liefde mag proeven.
Amen.