Lezingen van de dag – dinsdag 7 november 2017


Heilige (of feest) van de dag

Willibrord van Utrecht († 739)

Willibrord (ook Wilbert; als bisschop Clemens-Willibrordus) van Utrecht (ook van Echternach), Echternach, Luxemburg; bisschop

Hij was een Angelsaksische monnik, die met elf gezellen zijn vaderland veriet om als missionaris in de Lage Landen het geloof te verkondigen. Door paus Sergius I werd hij in 695 tot bisschop gewijd. Als zodanig vestigde hij zich te Utrecht. Bijna vijftig jaar lang werkte hij onder de heidenen.
Hij stierf in de abdij van Echternach (Luxemburg) op 7 november 739. Zijn graf aldaar is nog steeds in ere. Een deel van zijn relieken rust in de kathedraal van Utrecht. In 1939 werd Sint Willibrord door paus Pius XII uitgeroepen tot patroon van de hele Nederlandse kerkprovincie.

dinsdag in week 31 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de christenen van Rome 12, 5-16a

Samen in Christus één lichaam.

Broeders en zusters,
we zijn samen één lichaam in Christus en we zijn, ieder apart, elkaars lichaamsdelen.
We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is.
Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken.
Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen.
Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen.
Wie de gave heeft te troosten, moet troosten.
Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen.
Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet.
Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.
Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.
Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.
Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer.
Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.
Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij.
Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet.
Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.
Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot bescheidenheid.

 

Psalm 131

Refr.: Als een kind is mijn ziel in mij.

Heer, niet trots is mijn hart,
niet hoogmoedig mijn blik.

Ik zoek niet wat te groot is
voor mij en te hoog gegrepen.

Nee, ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.

Als een kind op de arm van zijn moeder,
als een kind is mijn ziel in mij.

Israël, hoop op de Heer,
van nu tot in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 14, 15-24

We zijn allemaal uitgenodigd tot het gastmaal van de Heer. Doch velen van ons zijn kunstenaars in het uitstellen door welke excuses ook. De eenvoud van het onmiddellijk ‘ja’ zou ons dadelijk binnenleiden in het feest van het Rijk Gods.

Een van de tafelgenoten sprak tot Jezus: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het Koninkrijk van God!’
Jezus vervolgde:
‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles is klaar.” Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen.
De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.”
En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.”
Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.”
Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.”
Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn. Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”’

Van Woord naar leven

We zijn samen één lichaam in Christus en we zijn, ieder apart, elkaars lichaamsdelen, lezen we bij Paulus vandaag.

Prachtige eerste lezing vandaag !

Stel, je gaat in putje zomer een weide in die niet bezaaid of vertrapt is. Alles groeit door elkaar en het is er een weelde van wilde bloemen. En je begint te plukken, bloem per bloem, niet te fel kijkend of ze bij elkaar horen, je plukt gewoon. Tot je een goeie dikke sappige bloementuil hebt. Thuis aangekomen knip je alles zo’n beetje op lengte en je plaatst het geheel in een vaas. Doorgaans is dat een prachtig resultaat;

Neem dat die bloementuil bestaat uit een vijftigtal bloemen, je zal merken dat geen enkele bloem hetzelfde is. Misschien zitten er tussen van dezelfde soort, of die dezelfde naam dragen, maar allen zijn ze verschillend. Er zijn er die opvallen, die door hun kleur en uitzien er figuurlijk bovenuit steken, er zijn er die bijna niet opvallen door hun bescheiden kleurtje of kleinheid, er zijn er die amper bloem zijn – meer een stengel dan bloem, er zijn er die volop in bloei staan en anderen geven meer een verdroogd uitzicht, enz… En toch is het één geheel.

Stel dat je er één bloem zou uitnemen. Je kan die dan bewonderen maar je zal al snel de volheid van de tuil missen. Ze hoort wezenlijk bij de anderen en heeft haar eigen specifieke bijdrage in het geheel. Zelfs de meest bescheiden bloemen hebben hun bijdrage aan de tuil.

En zo is het ook met ons, mensen. Een mens op zich is mooi, maar hoort wezenlijk bij de grotere gemeenschap. Neem hem weg van de gemeenschap en hij zal verdorren. Elke mens heeft zijn specifieke bijdrage aan het geheel. Zelfs de meest zwakken geven voeding aan de gemeenschap omdat ze vanuit hun ‘zijn’ de gemeenschap oproepen en voeden tot dienstbaarheid. We hebben elkaar wezenlijk nodig.

We zijn allen één lichaam in Christus, schrijft Paulus. Dat is zo waar. We mogen – als we gemeenschap vormen – het grote geheel niet uit het oog verliezen, namelijk dat mystieke lichaam van Christus, de Kerk. Wij allen, u en ik, wij samen, zijn geroepen om ieder individueel, én als gemeenschap, Christus te belichamen, door vanuit zijn liefde zijn liefde te zijn, door zijn liefde te dragen en haar uit te dragen, ieder met zijn gave, ieder ten volle.

En graag met de blijheid en de eenvoud van het evangelie.
Ja, als Kerk zouden we een blijde gemeenschap moeten zijn, een gemeenschap die haar Gods-liefde in eenvoud beleeft, een gemeenschap die deze eenvoud ook uitstraalt. We moeten leren een gemeenschap te zijn die leeft vanuit een innerlijk vreugde. Men zou aan ons moeten kunnen zien dat we ons ten diepste bevrijd weten, verlost, gedragen door God zelf in Christus; gevoed door Hem.

Laten we zo onze deuren en vensters wijd open zetten op de wereld; haar tegemoet tredend, haar welkom hetend, haar diep omhelzend.

Ja, laat ons christen zijn. Of anders gezegd: laten we de liefde liefhebben, haar eren en vieren.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus, goede Broer,
geef dat wij gemeenschap mogen vormen met U en in U, dat ieder met zijn specifieke gave kleur en volheid mag geven aan het grote geheel. Wees met ons, Heer, wil ons dragen, wil ons behoeden, wil ons leiden, opdat wij U mogen belichamen; Gods liefde, Gods Vrede, Gods goedheid. Amen.