Lezingen van de dag – dinsdag 8 maart 2016


Heilige (of feest) van de dag

Johannes de Deo († 1550)250px-Sao_Joao_de_Deus

Johannes de Deo, (ook van God), Granada, Spanje; stichter & verpleger

Op zijn achtste jaar liep hij weg van huis, omdat hij iets van de wereld wilde zien. Hij verhuurde zich als geitenhoeder en werd soldaat. Ten hij na lange jaren weer thuis kwam, hoorde hij dat zijn moeder uit verdriet om hem gestorven was en dat zijn vader toen was ingetreden bij de franciscanen; ook hij was intussen gestorven. Sindsdien werd hij verteerd van wroeging en zocht rust voor zijn geweten. Hij trok naar Marokko om zich daar het lot van christenslaven te verzachten, en dreef vervolgens een religieus boekhandeltje in Gibraltar. Intussen was hij veertig geworden, toen hij door een preek van Johannes van Avila († 1569; feest 10 mei) zo werd geraakt, dat hij besloot zich uit liefde tot God te gaan bezighouden met de verpleging van zieken en hulpbehoevenden. Hij vestigde zich in Granada en was zo fanatiek in het naleven van zijn idealen dat hij door de burgerbevolking de bijnaan kreeg van ‘de gek’. Dat veranderde toen hij eens op zijn eentje alle zieken één voor één op zijn schouders uit een brandend hospitaal haalde. Stilaan kreeg hij medehelpers; daaruit groeide een Congregatie die zich inzette voor de zieken: de Congregatie van de Barmhartige Broeders. Hij stierf aan de gevolgen van een ernstige verkoudheid, die hij had opgelopen, toen hij een jongetje was nagesprongen, dat in de snelstromende rivier was gevallen en dreigde te verdrinken.

Hij werd in 1690 heilig verklaard.

DINSDAG IN WEEK 4 VAN DE VASTENTIJD


Uit de profeet Ezechiël 47, 1-9 + 12

De profeet Ezechiël spreekt over de aanwezigheid van God midden onder zijn volk. De tempel is de plaats waar God verblijft. Daaruit stroomt water dat de wereld vruchtbaarheid schenkt. Overal waar deze rivier komt, zal alles in leven blijven. Zo is God aanwezig onder zijn volk en schenkt Hij leven in overvloed.

Toen bracht de man mij terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik water onder de drempel van de tempel vandaan komen. Het stroomde naar het oosten, want de voorkant van de tempel lag op het oosten. Het water liep van onder de rechter buitenmuur van de tempel, ten zuiden van het altaar, naar beneden.
Hij nam mij door de noordpoort mee naar buiten en we liepen buitenom naar de oostelijke buitenpoort. Daar zag ik het water aan de rechterkant eruit sijpelen.
Met een meetlint in zijn hand ging de man naar het oosten, en hij mat 1000 el. Daar liet hij mij door het water waden: het water kwam tot mijn enkels.
Hij mat nog eens 1000 el en liet me weer door het water waden: het water kwam tot mijn knieën. Hij mat nog eens 1000 el en liet me er weer door waden: het water kwam tot mijn heupen.
Hij mat nog eens 1000 el en toen was het water een rivier waar ik niet doorheen kon waden. Het water was zo hoog dat je er alleen in zwemmen kon, het was een ondoorwaadbare rivier.
De man zei tegen mij: ‘Zie je dat, mensenkind?’ en hij liet mij terugkomen op de oever van de rivier.
Toen ik weer terug was, zag ik op de oevers van de rivier aan weerskanten heel veel bomen.
Hij zei tegen mij: ‘Dit water stroomt door de oostelijke landstreek, dan naar beneden de Jordaanvallei in, en mondt uit in de Dode Zee. Wanneer het de zee in stroomt wordt het water daar zoet. Het zal er wemelen van levende wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis zijn in overvloed. Als dit water in de Dode Zee aankomt wordt het water daar zoet; overal waar de rivier stroomt komt leven. Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig.’

 

Psalm 46, 2 + 3 + 5 + 6 + 8 + 9

Refr.: De Heer van de hemelse machten is met ons.

God is voor ons een veilige schuilplaats,
een betrouwbare hulp in de nood.

Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde 8c2da01e89b7383cc1506148b331c343
en storten de bergen in het diepst van de zee.

Een rivier, wijd vertakt, verblijdt de stad van God,
de heilige woning van de Allerhoogste.

Met God in haar midden stort zij niet in,
vroeg in de morgen komt God haar te hulp.

De Heer van de hemelse machten is met ons,
onze burcht is de God van Jakob.

Kom en zie wat de Heer heeft gedaan,
verbijsterend is wat Hij op aarde verricht.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 5, 1-16

Volgens menselijke berekeningen is er geen genezing mogelijk voor de man die al achtendertig jaar lang gebrekkig is. Iemand helpen op sabbat is inbreuk tegen de Joodse wet. Toch wordt de zieke genezen, niet enkel lichamelijk, maar ook moreel. Jezus brengt overal het heil.

Omdat er een Joods feest was ging Jezus naar Jeruzalem.
In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen dat in het Hebreeuws Betzata heet. Daar lag een groot aantal zieken, blinden, kreupelen en misvormden.
Er was ook iemand bij die al achtendertig jaar ziek was.
Jezus zag hem liggen; Hij wist hoe lang hij al ziek was en zei tegen hem: ‘Wilt u gezond worden?’
De zieke antwoordde: ‘Heer, als het water gaat bewegen is er niemand om mij erin te helpen; ik probeer het wel, maar altijd is een ander al vóór mij in het water.’
Jezus zei: ‘Sta op, pak uw mat op en loop.’
En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep.
Nu was het die dag sabbat.
De Joden zeiden dan ook tegen de man die genezen was: ‘Het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!’
Maar hij zei tegen hen: ‘Degene die mij genezen heeft, zei tegen mij: “Pak uw mat op en loop.”’
‘Wie zei dat tegen u?’ vroegen ze.
Maar de man die genezen was kon niet zeggen wie het was, want Jezus was al verdwenen omdat daar zoveel mensen waren.
Later kwam Jezus hem tegen in de tempel en toen zei hij tegen hem: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’
De man ging aan de Joden vertellen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had.
Het was omdat Jezus zulke dingen deed op sabbat, dat de Joden tegen Hem optraden.

Van Woord naar leven

Vandaag spreekt de Heer doorheen de profeet Ezechiël:
Dit water stroomt door de oostelijke landstreek, dan naar beneden de Jordaanvallei in, en mondt uit in de Dode Zee. Wanneer het de zee in stroomt wordt het water daar zoet. Het zal er wemelen van levende wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis zijn in overvloed. Als dit water in de Dode Zee aankomt wordt het water daar zoet; overal waar de rivier stroomt komt leven. Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig.

Wat we hier horen zijn de vruchten van de Kerk, van hen die leven in het hart van de Kerk. Daar woont Christus die zich verenigt met ieder die zijn dorst komt lessen aan Hem. Hen neemt Hij in zich op om van de diepe vreugde te proeven van zijn liefde in de Geest met de Vader.
Vanuit deze vreugde, die zijn Vrede is, zendt Hij ons, zoals Hijzelf gezonden was, om Gods goedheid uit te dragen naar allen zonder onderscheid.
Laat ons mee in die stroom van liefde gaan staan…

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer, candle_light_ZR7R7804_1024x1024
levend hart van de Kerk,
laat ons uw bedding zijn,
stromen van levend water.
Moge wij alzo uw liefde
bezingen naar allen en alles,
opdat Gods goedheid
door ons heen mag vloeien,
en ieder mag aanraken
die wij ontmoeten.
Kom heilige Geest.
Amen.