Lezingen van de dag – dinsdag 9 febr. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Marianus Scotus († 1088)

Marianus (ook Muiredach) Scotus; Regensburg, Duitsland; kluizenaar

Van huis uit heette hij Muiredach MacRobartaigh (ook gespeld als MacGroarty). Hij stamde af van een aanzienlijke Oud-Ierse familie. Zo rond het jaar 1067 trok hij er met een aantal gezellen op uit met als eindbestemming de heilige plaatsen van Petrus en Paulus te Rome, geheel volgens spiritualiteit van het vreemdelingenschap die onder Ierse monniken toentertijd gewoonte was. Zijn medepelgrims heetten: Johannes en Candidus; daarnaast had je nog Clemens, Donatus, Magnoaldus, Ishac, en Mauris.

Onderweg vestigde Marianus zich met Johannes en Candidus voor enige tijd te Bamberg, in een kloostertje – d.w.z. een drietal hutjes – aan de voet van de berg. Daar leefden ze volgens de strenge regel van de “Ierse pelgrims naar het hemels koninkrijk”: ze hadden alleen maar een pelgrimsstaf bij zich, een leren waterzak en een reliekkistje. Bisschop Otto van Bamberg († 1139; feest 30 juni) wist hen te bewegen om hun intrek te nemen in het benedictijner klooster op de Michaëlsberg, zodat ze door hun goede voorbeeld de daar aanwezige monniken zouden kunnen inspireren.

Na de dood van Otto trokken ze verder en werden in Regensburg hartelijk onthaald door abdis Emma, die er aan het hoofd stond van het pelgrimsgasthuis. Muiredach betaalde haar dat terug door boeken af te schrijven, waar hij heel bedreven in scheen te zijn. Emma liet voor de monniken drie hutjes bouwen, zodat zij zich geheel konden wijden aan hun monnikenarbeid: Johannes en Candidus fabriceerden perkament uit dierenhuid en Muiredach schreef kopieën af van het Oude en Nieuwe Testament, voegde er zelf commentaren aan toe en schreef daarnaast een aantal kleinere werkjes. Zo verwierf de kloostergemeenschap rond Emma een schat aan boeken.

In haar tijd stond Marianus’ commentaar op de psalmen al in hoog aanzien. Nog fameuzer was zijn werk over de brieven van Paulus. Dat was zo kostbaar dat het nooit werd uitgeleend zonder een waterdichte garantie dat het weer veilig en wel in het klooster zou terugkeren. Tot op de dag van vandaag is het te bewonderen in de Keizerlijke Bibliotheek van Wenen onder ‘Codex 1247’. Het bevat kostbare gegevens over de persoon van de schrijver: zijn naam staat erin ‘Muiredach MacRobartaigh’, evenals de datum van voltooiing: 1078, alsmede de data van de Ierse heiligen die werden gevierd toen hij aan het schrijven was.

In de loop van de tijd had Muiredach zich gevestigd bij zijn landgenoot Muircetach, die in een kluisje woonde bij de kerk Weih-St-Peter, even buiten Regensburg. Met goedvinden van keizer Heinrich IV († 1106) schonk Emma aan Muirdeach de Petruskerk. Een burger uit de stad, Bezelin, bood aan om er ter ere Gods een klooster bij te bouwen. Het Petrusklooster kwam tot grote bloei, omdat vanuit Ulster, Muiredachs geboorteland, talrijke monniken zich in zijn klooster kwamen vestigen.

Hij werd begraven in zijn Petruskerk. Thans zijn alle herinneringen aan hem volkomen verdwenen, sinds ze in de perikelen van de Reformatie ten onder zijn gegaan.

Marianus’ opvolger Dionysius zou in Regensburg de St-Jakobus ‘Schottenkirche’ stichten. Een latere versie van deze kerk is tot op de dag van vandaag in Regensburg te bezoeken en bezichtigen.

MAANDAG IN WEEK 5 DOOR HET JAAR


Uit het eerste boek Koningen 8, 22-23 + 27-30

Salomo heeft zijn tempel voor de Heer nu klaar. Hier horen wij een eerste gebed. Maar het valt op hoe Salomo dit gebed richt tot God die in de hemel is. De tempel fungeert hier als plaats om de mens te helpen bij zijn persoonlijk contact met God.

Salomo wendde zich naar het altaar van de Heer, ten aanschouwen van de verzamelde Israëlieten. Hij hief zijn handen ten hemel en zei:
‘Heer, God van Israël, er is geen god zoals U, noch in de hemel daar boven, noch op de aarde hier beneden. U houdt U aan het verbond en blijft trouw aan uw dienaren die U met heel hun hart toegewijd zijn. Zou U, God, werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan U niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor U heb gebouwd. Heer, mijn God, hoor het smeekgebed van uw dienaar aan en luister naar de verzuchtingen die ik vandaag tot U richt. Wees dag en nacht opmerkzaam op wat er gebeurt in deze tempel, de plaats waarvan u zelf hebt gezegd dat daar uw Naam zal wonen, en verhoor het gebed dat ik naar deze tempel richt. Luister naar de smeekbeden die uw dienaar en uw volk Israël naar deze tempel richten, aanhoor ons gebed vanuit de hemel, uw woonplaats, aanhoor ons en schenk ons vergeving.’

 

Psalm 84, 3 + 4 + 5 + 10 + 11

Refr.: Hoe lief is mij uw woning, Heer God der hemelmachten !

Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de Heer.
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God.Drieeenheid_2

Zelfs de mus vindt een huis,
en de zwaluw een nest
waarin ze haar jongen neerlegt,
bij uw altaren, Heer van de hemelse machten,
mijn koning en mijn God.

Gelukkig wie wonen in uw huis,
gedurig mogen zij U loven.
God, ons schild, zie naar ons om,
sla goedgunstig het oog op uw gezalfde.

Beter één dag in uw voorhoven
dan duizend dagen daarbuiten,
beter op de drempel van Gods huis
dan wonen in de tenten der goddelozen.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 7, 1-13

Jezus’ houding tegenover wetten, voorschriften, gezag en vrijheid, werd sterk gekenmerkt door de nadruk die Hij legde op de waarde van de innerlijkheid, de overtuiging. Jezus waarschuwt de Farizeeën van alle tijden tegen schijnheiligheid en tegenover een overdreven wettelijkheid.

Ook de Farizeeën en enkele van de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in Jezus’ nabijheid op. En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen (de Farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden, en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels), toen vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem: ‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’
Maar Hij antwoordde: ‘Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.” De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’
En Hij vervolgde: ‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden! Heeft Mozes niet gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder”, en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”?
Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: “Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban”’(wat ‘offergave’ betekent), ‘waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’

Van Woord naar leven

Bidden is buiten- en binnenkant. De buitenkant helpt ons hart in ontmoeting te treden met God. Maar wie enkel de buitenkant dient, zal zijn ontmoeting met God ontlopen. Hij zal zichzelf ontmoeten als inpakpapier voor God zonder geschenk.

Laat ons God ontmoeten met het hart; eerlijk, eenvoudig, puur, van aangezicht tot Aangezicht.

Moge dit een start zijn naar een vruchtbare veertigdagentijd.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,a25__91449trinity2
schenk ons de gave van het innerlijk gebed, waarin wij in de liefde van uw Geest U ten diepste mogen ontmoeten. Trek ons in de brand van uw liefde en doe ons tafelen aan uw Drie-ene Liefde, als een gebed zonder ophouden. Amen.