Lezingen van de dag – donderdag 1 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Justinus de Martelaar († 165)

Justinus Martelaar, Rome, Italië; filosoof & martelaar

Justinus werd rond het jaar 100 geboren in Palestina in de plaats Flavia-Neapolis (het bijbelse Sichem, tegenwoordig Nablus). Hij kwam uit een heidens milieu. Van jongs af aan bleek hij bijzonder weetgierig. In zijn jonge jaren bezocht hij alle filosofenscholen om te horen wat men er over de waarheid te zeggen had. De een na de ander stelde hem teleur en liet hem onbevredigd achter. Pas toen hij in contact kwam met de leer van de christenen, besefte hij op het goede spoor te zijn. In die tijd behoorden denken en doen onlosmakelijk bij elkaar. Hoe meer Justinus zich in de woorden van Christus verdiepte, hoe meer hij ernaar verlangde te leven zoals Hij.

Na zijn doop verzorgde hij enige tijd rondleidingen voor medechristenen die de heilige plaatsen in zijn geboorteland kwamen bezoeken. Hij zou daarbij altijd gewezen hebben op de grot van Jezus’ geboorte!

Dat is interessant. Er zijn twee evangelisten die over Jezus’ geboorte vertellen: Matteus en Lukas. Matteus heeft het in dit verband over een ‘huis’ (Matteus 2,11). Lukas zegt niet in wat voor gebouw Jezus geboren werd. Hij vertelt wel, dat Jezus meteen na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd; daaruit hebben latere gelovigen afgeleid, dat hij in een stal geboren moet zijn. Nu horen we dus van iemand, die reeds honderd jaar later leefde, dat de kribbe in een grot gestaan zou hebben.

Gehuld in een filosofenmantel trok Justinus rond om – zoals toen gebruikelijk was – met ieder die maar wilde, te discussiëren over filosofische onderwerpen en levensvragen. Tenslotte begon hij in Rome een filosofenschool. Hij schreef boeken, die gericht waren aan de keizer en de senaat; daarin verdedigde hij de christelijke levensvisie. Zo vestigde hij de aandacht op zich en werd na een openbaar debat gevangen genomen, omdat hij openlijk weigerde deel te nemen aan de verplichtingen, die voor iedere Romeinse burger behoorden bij staatsgodsdienst, met name de offerrituelen aan de Romeinse goden, waartoe vaak ook de de persoon van de keizer gerekend werd.

Er is nog een ander laatste woord van Justinus bewaard gebleven:
“Zoals wanneer de ranken van de wijnstok gesnoeid worden om nieuwe te doen ontspruiten: zo gaat het nu met ons”.

Justinus is patroon van de filosofen en de geloofsverdedigers en apologeten.

Hij wordt afgebeeld in filosofenmantel, met pen en boek(rol); soms met een bijl of zwaard (zijn vermoedelijke martelwerktuigen).

donderdag in de zevende paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 22, 30 + 23, 6-11

Paulus, Jood uit de farizeïsche familie, verbeten christenvervolger, werd de grote verbreider en prediker van het christelijk ideaal. Hij wordt dan ook door Joodse tegenhangers voor de rechter gedaagd, waar hij Saduceeën en Farizeeën tegen elkaar uitspeelt. De lezing voorspelt tevens Paulus’ geloofsgetuigenis in Rome.

Omdat de tribuun nauwkeurig wilde vaststellen welke beschuldiging door de Joden tegen Paulus werd ingebracht, liet hij hem de volgende dag uit de gevangenis halen en verordonneerde hij dat de hogepriesters en het hele Sanhedrin bijeen moesten komen. Hij liet Paulus naar het tempelgebouw brengen om voor hen te verschijnen.
Paulus wist dat het Sanhedrin deels uit Sadduceeën bestond en deels uit Farizeeën, en daarom riep hij hun toe: ‘Broeders, ik ben een Farizeeër uit een geslacht van Farizeeën, en ik sta hier terecht omwille van de verwachting dat de doden zullen opstaan!’
Toen hij dit gezegd had, ontstond er onenigheid tussen de Farizeeën en de Sadduceeën en raakte de vergadering verdeeld. De Sadduceeën beweren immers dat er geen opstanding is en dat engelen en geesten niet bestaan, maar de Farizeeën geloven zowel het een als het ander.
Er ontstond groot tumult, en enkele schriftgeleerden uit de kring van de Farizeeën stonden op en betoogden heftig: ‘Wij vinden dat deze man niets heeft misdaan! Het kan toch dat een geest of een engel met hem gesproken heeft?’
Toen de onenigheid nog toenam, vreesde de tribuun dat Paulus door de leden van het Sanhedrin verscheurd zou worden. Hij liet een afdeling soldaten komen om hem te ontzetten en hem terug te brengen naar de kazerne.
Die nacht kwam de Heer bij Paulus en zei: ‘Houd moed! Want zoals je in Jeruzalem getuigenis van mij hebt afgelegd, zo moet je ook in Rome van mij getuigen.’

 

Psalm 16, 1 + 2a + 5 + 7 + 8 + 9 + 10 + 11

Refr.: Behoed mij, God, ik schuil bij U.

Behoed mij, God, ik schuil bij U.
Ik zeg tot de Heer: U bent mijn Heer,
mijn geluk, niemand gaat U te boven.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in handen.

Ik prijs de Heer die mij inzicht geeft,
zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.

Steeds houd ik de Heer voor ogen,
met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.

Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,
mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.

U levert mij niet over aan het dodenrijk
en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.

U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 17, 20-26

Aan het slot van zijn hogepriesterlijk gebed, vraagt Jezus dat alle gelovigen mogen één zijn in broederlijke liefde. Deze eenheid is een deelname aan de eenheid die er is in God tussen Vader, Zoon en Geest. Jezus is ervoor gestorven. Wat doen wij voor de realisatie van die eenheid ?

Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei:
‘Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.
Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U mij hebt gezonden.
Ik heb hen laten delen in de grootheid die U mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: Ik in hen en U in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat U mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U mij liefhad.
Vader, U hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar Ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die U mij gegeven hebt omdat U mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en zij weten dat U mij hebt gezonden.
Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.’

Van Woord naar leven

Jezus bidt: ‘Vader, Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.’

De zending van Jezus bestond erin de Naam van de Vader bekend te maken. Dat heeft Hij gedaan, dat zal Hij blijven doen zolang de mensheid bestaat. Hij zal dit doen zodat de liefde waarmee de Vader Hem liefheeft ook in ons zou zijn. Door zijn eenheid met de Vader, is Jezus liefde zoals de Vader, en door Christus’ tegenwoordigheid in ons maakt Hij het ons mogelijk te delen in die liefde.

Een ver-van-ons-bed-gebeuren ?
Nee, dat hoeft het niet te zijn.
Deze mystieke beleving van het evangelie is voor elke mens weggelegd, voor ieder van ons, ook voor u.

Als we aan het woord ‘mystiek’ denken, dan denken we al snel aan heiligen, aan begenadigde personen. Het is natuurlijk waar dat deze mensen dikwijls echte mystici waren. Zij waren ver gevorderd in de weg die ze te gaan hadden, ze waren zeer diep gegroeid in het versmelten met Christus’ liefde, met Hemzelf. Dat maakte hen tot mystici. Niet enkel hun voorbeeld, maar dikwijls ook de geschriften die ze nalieten zijn bronnen vol van genade voor ieder die ze ter harte neemt; bronnen die aanzetten tot steeds meer en diepere liefde voor de Heer en Gods wil in ons leven. God zij dank zijn vele van hun geschriften doorheen de geschiedenis bewaard gebleven en steeds weer opnieuw beschikbaar gesteld om ze te raadplegen, te bestuderen, er uit te putten.

Maar weet dat die mystici mensen waren zoals u en ik. Ook zij stonden iedere morgen op en gingen iedere avond slapen, gingen naar toilet, maakten eten, onderhielden hun woonst (als ze die hadden), deden hun arbeid, enz. Ook zij kenden hun gevechten, hun twijfels, hun moeheid,… Maar ze gingen ervoor, ieder in zijn of haar spiritualiteit, hen door God geschonken. Ze gingen ervoor, dikwijls met veel moeite, met vallen en telkens opnieuw weer opstaan. Ja, net zoals u en ik. Alleen zijn wij (ik toch alleszins) nog niet zo diep gevorderd op onze weg ‘in Christus’.

Al goed (ja God zij dank !) is het hart van God gekenmerkt door een mateloze goddelijke barmhartigheid. Ik moet denken aan woorden van Manu Van Hecke (de abt van de trappistengemeenschap in West-Vleteren) die hij uitsprak op een spiritualiteitsdag te Gent vorig jaar. Ik wil zijn woorden graag met je delen: “Jezus toont ons de weg naar barmhartigheid. Hij toont wie de Vader is. De Vader is altijd op zoek naar ons. Barmhartigheid heeft alles te maken met de pijn in Gods hart om onze onvolkomenheid. God weet weg met ons kwaad. Hij kan het aan als we ‘neen’ zeggen. Daarom zeggen we het drie keer voor de communie: ‘Lam Gods dat wegdraagt de zonden van de wereld’. God is geen bulldozer. Hij komt als een kwetsbaar lam. Zo gaat God met ons om. Daar ligt de bron van ons leven. Zo is onze God. Amen.”

Inderdaad, zo is God, zo gaat Hij met ons om. Zijn we nog niet zo ver gevorderd als de grote mystici? Voor God geen probleem. In Christus klopt Hij aan en wacht tot we ons werpen in zijn barmhartigheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Dank U, Vader, om uw barmhartigheid.
Wat zijt Gij groot ! Geef ons de liefde, de nederigheid, ons in uw barmhartigheid te werpen, opdat wij door uw genade mogen groeien in ons leven in Christus, uw liefde.
Kom heilige Geest. Amen.