Lezingen van de dag – donderdag 1 september 2016


Heilige (of feest) van de dag

Douceline van Digne (+ 1274)candle-1129354_640

Douceline van Digne, Provence, Frankrijk; begijn

Zij werd in 1241 geboren in het Provençaalse plaatsje Digne. Haar vader en moeder, Berengarius van Digne en Huguette van Barjols, leidden een christelijk leven van gebed en naastenliefde. Zij waren niet van adel, maar behoorden tot de opkomende welvarende koopmansstand. Na het overlijden van haar beide ouders zette Douceline hun werken van naastenliefde voort. Soms trok ze zich terug in het clarissenklooster van Genua. Heel haar verdere leven zou ze diepgaand beïnvloed worden door het voorbeeld van Franciscus van Assisi.

Eens ontmoette ze op de terugweg drie geheimzinnige vrouwen in het zwart gekleed, met een witte sluier voor hun gezicht. Zij vroeg hun naar de betekenis ervan, en de drie legden uit dat zij geen kloosterzusters waren, maar het leven van een godgewijde vrouw leidden in de maatschappij. Op hetzelfde moment besefte Douceline dat hier haar roeping lag. Na overleg met haar broer Hugo van Barjols, een franciscaan, werd zij begijn. Daarmee sloeg zij een geheel nieuwe weg in: niet die van kloosterzuster en ook niet die van een vrouw van de wereld. Zo leidde zij eerst te Roubaud en later in Hyères en nog weer later in de stad Marseille, alle drie in de zuidelijke Provence gelegen, een leven van grote armoede en intens gebed. Vele meisjes stroomden toe om leerling van haar te worden en haar leven te delen. Douceline’s levensbeschrijving, die kort na haar dood tot stand kwam, zegt: ‘Zij waren onderling verbonden met een goddelijke band van liefde.’

Hoe leefden ze? Ze werden verondersteld elke dag het lijden van Heer Jezus te bewenen. Geen moment mochten zij zijn liefde vergeten, die zelfs zover gegaan was dat Hij zijn leven had gegeven. ‘Vandaar – aldus Douceline – dat wij als ware weduwen altijd ons hoofd bedekken.’ Voor het overige leefden zij een nederig leven van boete en gebed. Toen eens een van de meisjes opmerkte, dat iedereen met minachting op hen neerkeek, moet Douceline geantwoord hebben: ‘Ik beschouw het juist als een eervol teken dat de wereld ons minacht en de mensen op ons neerkijken.’ Bracht ze de nachten door met geestelijke oefeningen, overdag besteedde ze al haar aandacht aan zieken en hulpbehoevenden.

Toen Douceline eens van de kerk terugkwam, stuitte ze op een arme man die klaarblijkelijk ontzettend veel pijn had. Zijn hele lijf zat onder de verwondingen. Zij verzorgde ze, waste hem, trok hem schone kleren aan en bracht hem onder in een van de naburige huisjes. Daar kreeg hij ook te eten. Maar op de derde dag was hij plotseling verdwenen. Aan het hoofdeind van zijn brits stond nog in de vensterbank voor het raam alle voedsel onaangeroerd dat men hem de afgelopen dagen had gebracht. Ze stelden een onderzoek in, maar de man bleef onvindbaar. Een paar begijnen wisten te vertellen dat er in de nacht van zijn verdwijning vanuit zijn vensterraam een fel licht over het gras had geschenen. De hele tuin leek wel in brand te staan. Wij zeiden nog tegen elkaar: ‘Het lijkt wel alsof ze daar alle strofakkels tegelijk hebben aangestoken.’

Douceline stierf in de vooravond van woensdag 1 september 1274. Vlak voor haar dood werd aan haar gevraagd: ‘Vrouwe Douceline, wie moet nu de leiding over uw kinderen op zich nemen?’ Zij moet geantwoord hebben: ‘Onze Heer zelf en vader Franciscus.’ Toen vroeg men haar: ‘Maar moeder, wie moet dan straks uw plaats innemen?’ Waarop zij in alle eenvoud zei: ‘Daar zal de Heilige Geest zelf wel voor zorgen.’

donderdag in week 22 door het jaarbijbel


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 3, 18-23

De christenen van Korinte zijn verdeeld onder elkaar. Paulus herinnert hen eraan dat zij maar één meester hebben. Al de rest hieraan is hier ondergeschikt. Menselijke wijheid dient hier tot niets. Alleen Gods wijsheid, zoals die werkt in Christus, kan deze eenheid tot stand brengen.

Broeders en zusters,
laat niemand zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden. Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: ‘Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.’ En er staat ook geschreven: ‘De Heer kent de gedachten van de wijzen; Hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.’
Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst–álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.

 

Psalm 24, 1-6

Refr.: Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft.

Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen.Drieeenheid_2
Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest,
op de stromen heeft Hij haar verankerd.

Wie mag de berg van de Heer bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats ?
Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens en niet bedrieglijk zweert.

Zegen zal hij ontvangen van de Heer,
en recht verkrijgen van God, zijn redder.
Dat valt hun ten deel die U zoeken,
die zich tot U wenden; het volk van Jakob.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 5, 1-11

Wij kunnen de Heer ontmoeten in tekenen. Eén van deze tekenen is het apostolaat. De apostelen kunnen zwoegen en werken, maar dikwijls zonder merkbaar resultaat. Op een teken van de Heer wierpen zij hun netten uit. En het lukte. Zo geeft Christus stuwkracht aan al wie Hem volgt.

Toen Jezus eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om Hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag Hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; Hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot.
Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’
Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’
En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken.
Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’
Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten.
Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’
En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem.

Van Woord naar leven

Geloven kunnen we moeilijk wanneer we ons laten drijven op de wind van onze lust, op de stroming van genot en eigenzin, door onze zeilen gewoon naar de wind te zetten.
We hebben iemand nodig die ons zegt: ‘Vaar naar diep water’. Durf je netten dààr uit te werpen. Gooi het met je leven over een andere boeg. We hebben een gids nodig, een loods, een kompas waar we gelovig op aansturen: Jezus.

Jezus koos als zijn eerste leerlingen mensen van de zee en van het strand, mensen zoals wij, met haken en ogen, met stormschade en met breekbare netten. Hij roept ons om te luisteren naar zijn Woord, om zijn Boodschap te beminnen, om ons te schenken aan Hem, om zijn liefde te zijn.

Laten we deze trein van genade niet missen. Hij komt ook dagelijks voorbij in het station van jouw hart.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,full10283029
geef dat wij steeds mogen handelen naar uw woord, opdat wat we doen gedragen en geleid mag zijn door U. Trek ons in de brand van uw liefde, en leer ons gehoor te geven aan U, Gij, hart en leven van ons bestaan.
Amen.