Lezingen van de dag – donderdag 11 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Gauthier van Esterp († 1070)

Gauthier (ook Gualterius of Walter) van Esterp (ook de Lesterps) oesa, Limoges, Frankrijk; abt

Hij was afkomstig uit Aquitanië en trad toe tot de augustijner monniken van Dorat in de Limousin, de landstreek rond de Zuid-Franse stad Limoges. Het schijnt dat hij daar als jonge monnik abt Hervé van St-Martin heeft gezien, toen deze het klooster van Dorat bezocht. Hij was bijzonder onder de indruk van zijn gebed. Na een ruzie met zijn overste trok hij zich terug te Confolens in de buurt van klooster Esterp. Enige tijd later trad hij daar in en werd al spoedig tot abt gekozen. Achtendertig jaar lang gaf hij leiding aan zijn monniken. Zelfs toen hij in 1062 blind werd, vroegen zij hem nog aan te blijven.

Hij was een bijzonder zachtaardige man. Er wordt verhaald hoe de kok van Esterp eens had vergeten dat het vrijdag was. Op de dag dat Christus werd gekruisigd deden christenen van oudsher sober aan. Dat uitte zich met name in het feit dat men geen vlees at, dat was immers een luxe artikel. Waar gewone christenen in de wereld zich al streng aan die leefregel hielden, waren monniken natuurlijk eens te meer verplicht zich hieraan te houden. Maar nu stond het vlees op tafel en het was vrijdag. Grote verlegenheid. Maar vader abt zei dat er een vergissing in het spel was, en geen kwade opzet. Het zou nog erger zijn, zulke goede spijzen te laten bederven of weg te gooien. God zou het hun vergeven. Hij gaf zelf het voorbeeld en tastte toe. Opgelucht volgden de monniken zijn voorbeeld.

donderdag in de vierde paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 13-25

Paulus en Barnabas reizen naar Antiochiê waar Paulus preekt in de synagoge. Hij resumeert voor de gelovige Joden de heilsgeschiedenis van het Oude Testament en de vervulling van de messiaanse profetiën in Jezus. Hij zegt dus dat de heilsgeschiedenis verdergaat. Hij tracht een brug te slaan tussen oud en nieuw.

Paulus en zijn reisgenoten scheepten zich in Pafos in om naar Perge in Pamfylië te reizen. Daar verliet Johannes de beide anderen en keerde terug naar Jeruzalem. Paulus en Barnabas trokken van Perge verder naar Antiochië in Pisidië.
Daar aangekomen gingen ze op sabbat naar de synagoge en namen er plaats. Na de voorlezing uit de Wet en de Profeten werd hun namens de leiders van de synagoge gezegd: ‘Broeders, als u voor de mensen een bemoedigend woord hebt, ga dan uw gang.’
Paulus stond op, gebaarde om stilte en zei:
‘Israëlieten en alle anderen die God vereren, luister naar wat ik u te zeggen heb. De God van het volk van Israël heeft onze voorouders uitverkozen; Hij heeft hen, toen ze als vreemdelingen in Egypte woonden, groot en machtig gemaakt. Met opgeheven arm heeft Hij onze voorouders weggeleid uit Egypte, en ongeveer veertig jaar lang heeft Hij hen in de woestijn geduldig verdragen.
In Kanaän onderwierp Hij zeven volken, en hun land gaf Hij in bezit aan onze voorouders. Dit alles vond plaats in ongeveer vierhonderdvijftig jaar.
Vervolgens stelde Hij rechters aan, die heersten tot de tijd van de profeet Samuël.
Daarna vroeg het volk om een koning, en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam Benjamin, die veertig jaar regeerde.
Toen stootte God hem van de troon en maakte David koning, van wie Hij getuigde: “In David, de zoon van Isaï, heb Ik een man naar mijn hart gevonden, die geheel naar mijn wil zal handelen.”
En uit Davids nageslacht heeft God, overeenkomstig zijn belofte, een redder voor Israël voortgebracht, Jezus.
Voor zijn komst had Johannes het hele volk van Israël opgeroepen om zich te laten dopen en een nieuw leven te beginnen. Toen zijn levenswerk ten einde liep, heeft Johannes gezegd: “Wie jullie denken dat ik ben, ben ik niet. Maar let op: na mij komt iemand anders, en ik ben het niet waard om zelfs maar zijn sandalen los te maken.’

 

Psalm 89, 2 + 3 + 21 + 22 + 25 + 27

Refr.: Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen !

Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen,
van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,
uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.

In David vond ik een dienaar,
Ik zalfde hem met heilige olie.

Mijn hand geeft hem steun,
mijn arm maakt hem sterk.

Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem,
door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.

Hij zal tot mij roepen: U bent mijn vader,
mijn God, de rots die mij redt !

 

Uit het evangelie volgens Johannes 13, 16-20

Er is een diepe eenheid, een communio, tussen Jezus en zijn leerlingen van alle tijden. Echt-christen zijn zal vragen: tot de dienstbaarheid van Christus groeien. Dat is bereid zijn onszelf weg te cijferen voor elkaar. We zullen op tegenstand stuiten, misschien ook in onszelf. We moeten Christus ook aanvaarden als Hij ons in medemensen tegemoet treedt.

Nadat Jezus de voeten van zijn leerlingen had gewassen, zei Hij tot hen:
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.
Ik doel niet op jullie allemaal: Ik weet wie Ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.”
Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat Ik het ben.
Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt Hem die mij gezonden heeft.’

Van Woord naar leven

Vandaag hoorden we in de eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen dat de leiders van de synagoge vroegen aan Barnabas en Paulus een bemoedigend woord te spreken. We horen dan hoe zij beginnen te spreken over hoe God lang geleden het volk geleid heeft door de woestijn,… en hoe uiteindelijk Jezus onder ons gekomen is. Morgen gaat deze toespraak verder waar gesproken wordt over de opstanding van Jezus.

Ik zou met u even willen nadenken over dat woord ‘bemoedigend’. Barnabas en Paulus werd gevraagd een woord van bemoediging tot het volk te richten. Een woord dus dat aanmoedigt, dat aanspoort, dat moed inspreekt, dat ondersteunt, dat opbeurt, dat troost, dat stimuleert, enz…

Hoe spreken wij met elkaar over geloof, God, het evangelie. Bemoedigen wij elkaar, maakt het ons tot enthousiaste en blijde christenen, stimuleren we elkaar tot geëngageerde mensen in de samenleving, moedigen we elkaar aan tot het vormen van gemeenschap, kunnen met elkaar over de zin van gebed en godsontmoeting praten, enz…
Of klagen en zagen we met en tegen elkaar, zeggend hoe triest het wel is dat er geen jonge mensen meer zijn in de kerk, hoe weinig er nog gebeden wordt, dat de biecht in de vergeethoek geraakt, dat de godsdienstlessen op school op niets meer, …

Lieve mensen, klagen is iets van alle tijden, en soms is er ook reden tot klagen. Maar gaan we als gelovige gemeenschap een klaag- en zaagclubje worden, tot onze lippen bijna de grond raken. Of gaan we zo met elkaar omgaan dat we als christenen blij en dankbaar zijn om ons geloof, enthousiast van hart, in vuur gezet door de verrezen Heer die ons bewoont. Kunnen mensen aan ons zien dat wij paasmensen zijn, mensen die de vrede en de vreugde van Pasen beleven in hun dagelijks leven: in hun gezinnen, op hun werk, naar de buren toe, in hun engagementen.

Lieve mensen, laat ons blijde mensen zijn. Niet gemaakt, geen fake, maar eenvoudig, eerlijk en welgemeend, vanuit Christus’ inwoning in ons hart.

Moge Hij – de Heer – de levende bron zijn van onze paasvreugde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus, goede Broer,
geef dat wij in uw paasgenade mogen leven;
U dragend en uitdragend,
blij, eenvoudig en fris,
als een gebed zonder ophouden,
als een lofzang op de Allerhoogste.
Geef ons dat warme zachte vuur
dat ons enthousiast maakt
van U te getuigen
doorheen daad en woord.
Amen.