Lezingen van de dag – donderdag 12 april 2018


Heilige (of feest) van de dag

Erkenbod van Sithiu († 742)

Erkenbod (ook Erkembode, Erkenbodo) van Sithiu, Frankrijk; abt & bisschop

Halverwege de 7e eeuw had Sint Audomarus († ca 670; feest 9 september) in het huidige Vlaams Picardië in Noord-West-Frankrijk klooster Sithiu gesticht. Later werd het genoemd naar de eerste abt ‘St-Bertin’; nog weer later kreeg het zijn definitieve naam ‘St-Omer’ naar de stichter Sint Audomarus. Na Bertin, Rigobert en Erlfried werd Erkenbod er in 717 tot vierde abt gekozen. Hij was een monnik uit de gemeenschap zelf. In zijn tijd kreeg het klooster steeds meer goederen geschonken, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de kloostergemeenschap. Bovendien verrichtte hij onvermoeibaar inspanningen om Sithiu te vrijwaren voor inmenging van vorsten, die maar al te graag bij het beheer van het klooster hun invloed wilden doen gelden.

Maar vooral ging Erkenbod zijn monniken op voorbeeldige wijze voor in een leven van gebed en werk, zoals dat door de juist nieuw ingevoerde regel van Sint Benedictus († 550; feest 11 juli) werd voorgeschreven. Deze regel was in de plaats gekomen van de veel strengere regel van de vermaarde Ierse kloosterstichter Columbanus van Luxeuil († 615; feest 23 november).

De beroemde samenvatting van Benedictus’ regel ‘Bid en werk’ was revolutionair, omdat werk in die tijd alleen maar gedaan werd door slaven, lijfeigenen en onderhorigen; het hoorde bij de laagste maatschappelijke stand. Dat je deel uitmaakte van de hoger geplaatste klasse bleek juist uit het feit, dat je gevrijwaard bleef van werk. Werk was minderwaardig. Tot kloostergemeenschappen traden vrijwel alleen mensen toe uit de hogere kringen. Voor lijfeigenen was dat zonder toestemming van hun meester niet mogelijk. Zo verplichtten zich mensen uit adellijke kringen die tot het klooster toetraden, naast gebed tot werk; tot een activiteit dus, die ver beneden hun stand was. Daarin beleefden ze, dat ze als het ware lijfeigene waren in dienst van Jezus, die hen was voorgegaan in nederigheid.

In 723 werd Erkenbod ook nog benoemd tot zevende bisschop van het nabijgelegen Thérouanne. Indertijd was vooral op het platteland het heidendom nog wijd verbreid. Vol ijver zette Erkenbod zich aan zijn taak om met name daar het evangelie te brengen. Hij stichtte kloosters en kapellen en het christelijk geloof maakte een grote bloei door.

Na zo’n vijfentwintig jaar abt geweest te zijn en tien jaar bisschop, stierf hij.

Zijn levensverhaal (de ‘Vita Erkembodonis’) werd geschreven door Johannes van St-Bertin op grond van stukken hij die aantrof in het abdijarchief.

donderdag in de 2e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 5, 27-33

Petrus en de leerlingen verschijnen weer voor het Sanhedrin. Wij mogen getuigen zijn van hun geloofservaring en hun trouw. Wij vernemen de motivering van hun geloof, hun zekerheid dat Christus aanwezig is, hun oproep tot bekering. Dit alles heeft wezenlijk te maken met de Blijde Boodschap van Jezus’ verrijzenis.

In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber de apostelen mee en leidden hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon het verhoor met de vraag: ‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’
Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze voorouders heeft Jezus weer tot leven gewekt, nadat u Hem had vermoord door Hem aan een kruishout te hangen. God heeft Hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, Hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven. Daarvan getuigen wij, en daarvan getuigt ook de heilige Geest, die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.’
Toen de leden van het Sanhedrin dit hoorden, ontstaken ze in woede en wilden ze de apostelen ter dood brengen.

 

Psalm 34, 2 + 9 + 17 + 18 + 19 + 20

Refr.: De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.

Proef, en geniet de goedheid van de Heer,
gelukkig de mens die bij Hem schuilt.

Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit.

De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen,
Hij bevrijdt hen uit de nood.

Gebroken mensen is de Heer nabij,
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.

Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
de Heer zal hem steeds weer bevrijden.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 3, 31-36

Wie gelooft in Gods Zoon heeft het eeuwig leven. Wie niet echt gelooft, kan dat leven niet zien. We hebben misschien ooit gemeend  dat het eeuwig leven iets is voor na de dood. Jezus’ woorden zijn klaar genoeg: het eeuwig leven begint hier reeds voor wie gelooft.  Eeuwig leven is God. Geloven is God liefhebben. Christen-zijn is het eeuwig leven  in zich dragen en het reeds nu beleven.

Jezus sprak tot Nikodemus:
‘Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is.
Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed.
De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen.
Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’

Van Woord naar leven

Wie leeft in ontmoeting met de Heer, zal de Heer en zijn liefde steeds meer leren verstaan. Niet zozeer vanuit een louter menselijk denken dat steeds om bewijzen en ervaring vraagt, maar vanuit de warmte van de heilige Geest die ons geschonken is.
Doorgaans hechten we aan dit laatste te weinig belang en daardoor geven veel mensen het te snel op, of geraken in een twijfel waar ze niet meer uit raken. Door het verlies van de Geest is het geloof abstract geworden, misschien nog in stand gehouden door bepaalde rituelen of zelfs vormen van liefdadigheid, maar de levende overgave en de blijheid van een leven gestuwd door de Geest is zoek geraakt…

Het gebed van en met het hart is mijn inziens de sleutel om weer tot een levendig geloof te komen; een geloof bevrucht door Gods Geest, een geloof dat ons in de liefde van de Heer aanzet Gods liefde te belichamen.

Het gebed van het hart is niet perse een gebed in trance. Meestal is het dat niet. Het gebed van het hart is een stil verwijlen bij de Heer, los van het feit of je Hem ‘voelt’ of niet. Je bent er, Hij is er, en dit in geloof ‘beleven’ doet je arm worden van geest, beschikbaar voor Gods Geest; de Geest die je zal brengen in die liefdevolle warme ontmoeting met Jezus, de Geest die je zal leiden in je bidden, de Geest die je zal brengen ‘in’ de Heer.

Laat ons in het bidden veel stil zijn, met zeer veel geduld en discipline. Dagelijks.

Als we als Kerk getuigen willen zijn van de Heer, zullen we het gebed moeten ontdekken als het hart van ons leven waarvan God zelf de schenker is.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
beziel ieder van ons met uw heilige Geest
opdat wij groeien in onze overgave aan uw Zoon,
opdat we, opgenomen in Hem,
deelgenoten worden van uw Liefde.
Heer, trek ons in U.
Oh God. Kom.
Amen.