Lezingen van de dag – donderdag 12 oktober 2017


Heilige (of feest) van de dag

Herlindis (en Relindis)
van Aldeneyk († ca 750)

Osb, België; abdis

Zij was van Frankische adel en moet geboren zijn in het laatste kwart van de 7e eeuw. Haar vader heette Adelhard en haar moeder Grinnara of Grinware. Ze had nog een jongere zus, Relindis, en een jonger broertje Erlwin; hij zou later priester worden, althans volgens de legende. Hun ouders waren overtuigd christen. Dat was in deze streken toen nog een nieuwe godsdienst. Om hun dochters een opvoeding te geven, die door en door christelijk was, stuurden de ouders de twee naar het zusterklooster te Valenciennes in Noord-Frankrijk. Na terugkomst bouwden zij met steun van hun ouders op het familiedomein aan de Maas een zusterklooster. Het schijnt zelfs dat de beide jonge vrouwen eigenhandig stenen aansjouwden. Dat is daarom zo opmerkelijk, omdat arbeid toen alleen iets voor slaven was, voor een lager soort mensen; edelen werkten niet; daar stonden ze boven! Op die manier lieten de beide zusters zien dat ze Jezus in zijn eenvoud wilden navolgen. Hij was immers ook slaaf geworden.

Zo wordt er verteld dat de twee vrouwen in de rivier keien en steentjes zochten om er op de vloer van de kloosterkerk een mozaïek van te maken. Hun schort gebruikten ze als draagtas. Allebei een zware vracht aan stenen en kiezels torsend kwamen ze op een smal bruggetje hun vader tegen, die liever niet zag dat zijn dochters zich met dergelijke laag-bij-de-grondse arbeid bezighielden. “Wat sjouwen jullie daar met zoveel moeite?” vroeg hij. “Rozen” gaven ze allebei ten antwoord. Daarbij dachten ze misschien aan het kunstwerk dat ze ervan zouden gaan maken in de kerk. Maar toen Herlindis haar schort opende om het aan haar vader te laten zien, zag hij inderdaad alleen maar een enorme bos rozen. Vandaar dat het bruggetje sindsdien ”t leugenbrugske’ wordt genoemd.

De eerste groep telde twaalf zusters; een symbolisch getal. Herlindis werd de eerste abdis. Onder haar bezielende leiding groeide het klooster snel uit: steeds meer vrouwen sloten zich aan. Oude verhalen vertellen graag dat de grondlegger van het christendom in onze streken, Willibrord († 739), graag in het klooster kwam logeren. Later was ook Bonifatius († 754), Willibrords opvolger, een regelmatige gast. Hij schijnt er zelfs gelogeerd te hebben, toen hij in 754 op weg was naar Friesland. Het zou zijn laatste tocht worden, want hij werd er in de buurt van Dokkum vermoord. Over Herlindis’ sterfjaar zijn de bronnen het niet eens: ze verschillen van 745 tot 755. Zij werd als abdis opgevolgd door haar jongere zus Relindis.
Hun graf in de Catharinakerk van Maaseik wordt in ere gehouden tot op dit moment.

donderdag in week 27 door het jaar


Uit het profeet Maleachi 3, 13-20a

Vijftig jaar na de terugkeer uit de ballingschap stapelde zich de ene teleurstelling op na de andere. Verslappingen ondermijnden het geloof en de zeden. In deze crisis lanceert de profeet Maleachi zijn oproep.

‘Jullie hebben tegen elkaar harde woorden over mij gesproken’ – zegt de Heer – en jullie vragen: ‘Wat hebben we dan over U gezegd?’
Jullie hebben gezegd: ‘Wat heeft het voor nut om God te dienen, wat hebben we eraan dat we zijn voorschriften in acht nemen en ons in een boetekleed hullen voor de Heer van de hemelse machten? We moeten de hoogmoedigen wel gelukkig prijzen, want wie zich goddeloos gedraagt gaat het voor de wind, en wie God beproeft komt er goed vanaf!’
Zo spraken de mensen die ontzag voor de Heer hadden tegen elkaar, en de Heer hoorde het en luisterde aandachtig. In zijn bijzijn werden in een boek de namen van de mensen opgetekend die ontzag voor de Heer hadden, die zijn naam hoogachtten.
‘Op de dag die Ik voorbereid’ – zegt de Heer van de hemelse machten – zullen zij mijn eigendom zijn. Ik zal hen sparen zoals je een kind spaart dat je gehoorzaam is. Dan zullen jullie het verschil weer zien tussen rechtvaardigen en wettelozen, tussen mensen die God gehoorzamen en wie dat niet doen.
Die dag zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen dan slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid, zegt de Heer van de hemelse machten. Geen wortel of tak zal er van hen overblijven. Maar voor jullie die ontzag voor mijn naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt.’

 

Psalm 1, 1 + 2 + 3 + 4 + 6

Refr.: Gelukkig de mens die op de Heer zijn hoop stelt.

Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit.

Gelukkig de mens
die vreugde vindt in de wet van de Heer
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Zo niet de wettelozen!
Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
De Heer beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 11, 5-13

Jezus leerde ons niet alleen hoe wij moeten bidden, maar Hij wees ook op de kracht van het volgehouden gebed. Als een vriend, die wij ’s nachts lastig vallen, antwoord geeft, als geen enkele aardse vader de verwachtingen van zijn kind teleurstelt, dan zal zeker onze hemelse Vader elk kinderlijk gebed verhoren dat geïnspireerd is door de Geest.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt.” Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft.
Daarom zeg Ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.
Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’

 

Van Woord naar leven

De heilige Geest is de band van liefde tussen de Vader en Jezus. Door het ontvangen en dragen van de heilige Geest mogen ook wij proeven van Gods liefde tussen Hem en zijn Zoon, en daarmee ook tussen Hem en ons, daar wij dragers zijn van de Zoon die zich met ons verenigt.

Deze band van liefde is het grootste wat God ons kan schenken. Hij zal het ook niemand weigeren die er in gebed om vraagt. Veel van wat wij biddend vragen krijgen we niet, of niet onmiddellijk, of niet zoals wij het willen; omdat daar dikwijls heel wat onzuivere beweegredenen in meespelen. Maar Gods Geest, zijn liefde voor ieder van ons, zullen wij altijd krijgen.

Ja, God geeft in zijn goedheid het beste wat een mens zich kan indenken: zijn liefde, zijn Hart.

Moge dit bewust-zijn ons tot vrede stemmen en ons aanzetten in die liefdesstroom te staan tussen de Vader en de Zoon, en wel door toedoen van de heilige Geest. Om vanuit Christus’ inwoning ieder graag te zien.

Weet je, het is zalig christen te mogen zijn. In de diepte (doorheen kruis en opstanding) is het een feest. Ja, een feest, zonder einde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
wij danken U om uw Geest, uw heilige liefde tussen U en de Zoon, en daarmee ook tussen U en ieder van ons. Wij danken U om uw heilige vriendschap tussen U en de mensheid. Wij bidden om zegen over de mensheid: moge ieder U in waarheid ontmoeten, op de wijze waarop Gij het nodig acht voor ieder van ons. Schenk de mensheid de gave van het gebed, opdat zij van U kan ontvangen, zich gedragen mag weten door U, zich door U gezonden mag weten, zich met U verenigd mag weten.
In Christus naam. Amen.