Lezingen van de dag – donderdag 14 december 2017


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van het Kruis (+ 1591)

Johannes van het Kruis, o.carm., Ubeda, provincie Jaén, Spanje; kloosterling & mysticus

Juan de Santa María de Yepes werd op 24 juni 1542 geboren in het Spaanse plaatsje Fontiveros bij Salamanca als zoon van een wever. Als jong volwassene ging hij zieken verplegen in Medina del Campo en trad in 1563 in bij de karmelieten onder de naam Johannes van St-Mattias. Zijn studies deed hij in Salamanca. Na een ontmoeting in 1568 met Sint Theresia van Ávila († 1582; feest 15 oktober) was hij gegrepen door haar ideaal en begon de mannelijke tak van de Karmel te hervormen, zoals zij het deed bij de vrouwelijke: dat was het begin van de ongeschoeide karmelieten (Carmelitas Descalzos). In 1574 kwam hij met Sint Theresia naar Segovia en droeg hier de eerste mis op in het door haar gestichte klooster van ongeschoeide karmelietessen.

Het eerste klooster voor ongeschoeide Karmelieten stichtte hij in Duruelo en veranderde zijn naam in Johannes van het Kruis. In 1586 stichtte hij buiten Segovia een mannenklooster van ongeschoeide karmelieten en was hier van 1588 tot 1591 prior. Zijn pogingen om de orde te hervormen stuitten op veel weerstand en onbegrip. In 1577 werd hij zelfs in Toledo gevangen gezet. Hij was naast priester ook dichter, mysticus en theoloog. Zijn mystieke werken ‘La subida del Monte Carmelo’ (= ‘De bestijging van de berg Karmel’), ‘La noche oscura del alma’ (= ‘De donkere nacht van de ziel’) en ‘La llama de amor’ (= ‘De vlam van de liefde’), vormen hoogtepunten in de geschiedenis van de katholieke mystiek. Zijn theologisch hoofdwerk was ‘Cántico espiritual’ (= ‘Geestelijke lofzang’), een samenspraak tussen de ziel en Christus, geïnspireerd op het Hooglied in de bijbel.

Al zijn werken zijn pas na zijn dood gepubliceerd. Men zegt, dat medebroeders uit zijn klooster van de ongeschoeide karmelieten bij zijn dood zijn ziel zagen opstijgen in de vorm van een vurige aardbol.

Hij werd bijgezet in Segovia. Daar rust zijn lichaam tot op de dag van vandaag in een praalgraf.
In 1726 werd hij heilig verklaard. Paus Pius XI riep hem in 1926 uit tot kerkleraar met als eretitel ‘doctor van de mystieken’.
Hij is patroon van Segovia; alsmede van mystici.
Hij wordt afgebeeld als karmeliet; geknield voor een kruisbeeld, omgeven door lelietakken (symbool van zuiverheid); kijkend naar de lijdende Christus; Christus (met kruis en vaak boven een altaar) onderhoudt zich met hem; boek in de hand met de spreuk: ‘Pati et contemni’ (= Lijden en veracht worden’); met adelaar met pen in de snavel.

donderdag in de 2e week van de advent


Uit de profeet Jesaja 41, 13-20

‘Wees niet bang, Ik help je’, zegt de Heer. Ook in zeer moeilijke omstandigheden is de Heer bij zijn volk. De mens kan bergen verzetten als hij blijft rekenen op de Heer. Zoals Hij eens zijn volk trouw was in de woestijn, zo zal Hij trouw blijven en hen verlossen. Dan zullen zij die geloven volledig verstaan en begrijpen waarom de Heer dit alles heeft gedaan.

Zo spreekt de Heer:
‘Ik ben de Heer, je God, Ik neem je bij je rechterhand en zeg je: Wees niet bang, Ik zal je helpen.
Wees niet bang, kleine Jakob, arm volk van Israël, Ik zal je helpen – spreekt de Heer –,de Heilige van Israël is je bevrijder.
Ik maak van jou een scherpe dorsslede, een nieuwe slede met dubbele sneden. Bergen zul je dorsen en vermalen, van heuvels laat je niets over dan kaf.
Je zult ze wannen, en de wind neemt ze op, de stormwind jaagt ze uiteen. Dan zul je juichen om de Heer, je om de Heilige van Israël gelukkig prijzen.
Armen en behoeftigen zoeken water; niets! Hun tong verdroogt van de dorst. Ik, de Heer, zal hun antwoord geven, Ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten.
Ik laat op kale heuvels rivieren ontspringen en bronnen in de valleien. In de woestijn laat Ik meren ontstaan, uit dorre grond borrelt water op.
Ik plant in de woestijn ceder en acacia, mirte en olijf, en Ik laat in de wildernis den, kamperfoelie en cipres opschieten.
Dan zullen zij zien en beseffen, begrijpen en erkennen dat de hand van de Heer dit heeft verricht, dat de Heilige van Israël dit alles schiep.’

 

Psalm 145, 1 + 9-13

Refr.: Laten al uw schepselen U loven, Heer.

U, mijn God en koning, wil ik roemen,
uw Naam prijzen tot in eeuwigheid.

Goed is de Heer voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel zijn schepping.

Laten al uw schepselen U loven, Heer,
en uw getrouwen U prijzen.

Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken.

Laten zij aan de stervelingen
uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap.

Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 11, 11-15

Johannes de Doper is de voorloper of wegbereider van Jezus. Hij is de draaispil tussen het Oude en het Nieuwe Testament. We horen waar Jezus de persoon van Johannes situeert. Hij sluit de rij af van de profeten die de komst van de Heer moesten voorbereiden.

Jezus sprak tot de menigte:
‘Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij.
Sinds de dagen van Johannes de Doper wordt het koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en proberen sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen. Want de profetieën van alle profeten en van de wet reiken tot de dagen van Johannes. En voor wie het wil aannemen: hij is Elia die komen zou.
Laat wie oren heeft goed luisteren!’

Van Woord naar leven

‘Ik ben de Heer, je God, Ik neem je bij je rechterhand en zeg je: Wees niet bang, Ik zal je helpen. Wees niet bang, kleine Jakob, arm volk van Israël, Ik zal je helpen – spreekt de Heer –, de Heilige van Israël is je bevrijder.’ Zo lezen we vandaag bij Jesaja.

Het mag duidelijk dat Jesaja hier profeteert over de komst van Christus, Jezus, de ‘Heilige van Israël’. ‘Wees niet bang’ om zijn komst, schrijft hij. Woorden van lang geleden, maar in wezen nog even actueel; woorden voor ieder van ons.

Want laat ons eerlijk zijn: diep vanbinnen zijn we soms bang van de Heer. We houden van Jezus, we zijn blij dat Hij bij ons is, we zijn dankbaar om zijn liefde voor ieder van ons, maar anderzijds… diep vanbinnen zijn we soms angstig.

We zijn angstig onszelf te verliezen, ons helemaal te moeten prijsgeven aan de liefde. We zijn bang ons veilig wereldje te moeten verlaten omwille van wat het evangelie vraagt. We zijn angstig te moeten veranderen, en altijd en ten volle te moeten gaan liefhebben.

Puur menselijk gezien is het een begrijpelijke angst. Het is alsof we onszelf moeten afgeven, alsof we alles uit handen moeten geven, alsof ons ‘ik’ helemaal moet verdwijnen.

En inderdaad, laat ons zeggen zoals het is: het evangelie vraagt jezelf te verliezen in de Heer, je ten volle te verlaten op Hem, je te schenken aan Hem, opdat Hij door jou heen tot leven kan komen, kan beminnen, vergeven, aanraken, oprichten.

In wezen verliezen we daarmee ons ‘ik’ niet, integendeel. Wie het klaarspeelt zich ten diepste te schenken aan de Heer zal juist z’n diepste en meest waarachtige ‘ik’ ontdekken; het ‘ik’ dat God voor je droomt en wenst, het ‘ik’ – zoals al dikwijls vermeld hier – waarvan God gezegd heeft dat Hij het geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis.

Konden we maar eens de diepe innerlijke vrede en vreugde bevroeden als vrucht van het zich totaal schenken aan Jezus.

Lieve mensen, laten we in gebed alle angst van ons afleggen. Geef je angst aan de Heer en sluit je in zijn armen. Hij is de Vriend die naast je zit, je Levensgezel die in je woont, je Broer die je in God zal brengen.

Hij zal je tot een vredevol en liefdevol mens maken, zoals Hijzelf is. Hij zal zijn vrede en zijn liefde in naam van God met jou te delen. Je zal één worden met Hem: geen twee maar één, een huwelijk tussen hemel en aarde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
Gij kent onze diepste angst, onze schrik ons te verliezen in U. Help ons geloven dat juist die weg de weg ten leven is, voor onszelf en allen ons gegeven. Wij bidden om genade van overgave, opdat Gij groter moogt worden in ons leven, en wij kleiner.
Groeiend in U. Amen.