Lezingen van de dag – donderdag 14 jan. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Peerke Donders (+ 1887)1809-Peerke Donders-240

Peerke (ook Petrus) Donders CssR, ‘Batavia’ Paramaribo, Suriname; missionaris; † 1887

Peerke Donders werd te Heikant, een buurtschap nabij Tilburg, geboren op 27 oktober 1809 uit zo’n gezin waar ze de ene klap na de andere te verduren krijgen: ze waren straatarm, vader verloor in korte tijd drie keer zijn vrouw, onder wie de moeder van Peerke, en bovendien stierven een paar kinderen een vroegtijdige dood. Voor Peerke leek de toekomst duidelijk: meehelpen om aan de kost te komen. Hij werd thuiswever. Maar hij wilde graag priester worden. Het schijnt, dat zijn biechtvader hem heeft gezegd: ‘Jij moet je vader helpen: dat is jóúw priesterschap.’ Toch bleef het priesterschap hem trekken. In een brief aan zijn pastoor zette hij nog eens uiteen waarom hij zo graag wilde; hij was eerlijk genoeg ook de bezwaren ertegen te vermelden. De pastoor oordeelde positief. Peerke mocht het proberen. Hij was toen 22 jaar.

Hij ging naar het seminarie van Sint-Michielsgestel, waar hij huisknecht-student werd. Een licht was hij niet. Dat gemis maakte hij goed door zijn gaven van hart. Later verhuisde hij naar Haaren. Op 5 juni 1841 werd hij te Oegstgeest priester gewijd. Kort daarna kwam de noodkreet van de bisschop van Suriname hem ter ore: of er edelmoedige priesters waren die hun pastorale zorg wilden wijden aan de Hollandse koloniën die zo geteisterd werden door tropische ziekten. Peerke was de enige die zich aanmeldde.
Op 16 september 1842 arriveerde hij in Paramaribo. Zijn werkterrein werd al gauw het oerwoud: hij werd rivierenpater. Omgeven door muskieten en allerhande ongedierte trok hij naar de nederzettingen van de bosnegers, naar de dorpjes van de negerslaven die door de Hollanders uit Afrika naar Suriname waren gesleept en nu van de plantages waren gevlucht tot diep in de oerwouden; hij besteedde zijn zorgen aan de Indianen, van wie vooral de Arrovacchi toegankelijk waren voor het evangelie. Op zijn oude dag zou hij zichzelf nog leren harmonium spelen om des te gemakkelijker toenadering tot stand te brengen.
Toch is Peerke Donders het beroemdst geworden om zijn werk in de melaatsenkolonie ‘Batavia’ een eind buiten Paramaribo. Aan deze eenzame, verstoten en vergeten mensen heeft hij de meeste toewijding besteed. Hij verzorgde de walgelijkste ziektegevallen, aanhoorde hun klachten en verhalen, probeerde ze op te beuren, en legde hun uit dat de zonde veel en veel erger is dan de melaatsheid. Het schijnt dat ze hem desondanks een keer verdreven hebben. Maar met gejuich werd hij later weer ingehaald.
In 1865 werd de Surinaamse missie toevertrouwd aan de paters Redemtoristen. Op zijn oude dag trad Peerke dus toe tot deze Congregatie, en legde van harte de drie religieuze geloften af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. In wezen betekende dit voor hem geen enkele verandering. In feite was hij zijn hele leven al bezig in de geest van die geloften.
Op 14 januari 1887 kwam er een eind aan dit heilige leven. Hem schijnt ooit gevraagd te zijn of hij nu meer van God hield of van de mensen. Zijn antwoord herinnerde aan het beroep dat hij ooit geleerd had: ‘Je vraagt toch ook niet aan een wever of de schering belangrijker is dan de inslag?’

Van hem zijn authentieke portretten bewaard: een magere man, aan wie de eenvoud en hartelijkheid van zijn gezicht zijn af te lezen. In de kathedrale Sint-Bavokerk te Haarlem wordt hij afgebeeld met een melaatse: terwijl de rechterhand beschermend rust op de schouder van de zieke, beurt hij hem met de linker op.

DONDERDAG IN WEEK 1 DOOR HET JAAR


Uit het eerste boek Samuël 4, 1-11

Eertijds onder Mozes, werd de ark van het Verbond gebouwd om de tafels van de Wet te bewaren. Dat was het teken dat God onder hen woonde. Zijn verblijf te midden van hen was echter afhankelijk van hun trouw aan de Wet. Bij herhaalde ontrouw bieden zelfs de heiligste tekens van God geen bescherming meer.

In die dagen trokken de Israëlieten ten strijde tegen de Filistijnen. Ze sloegen hun kamp op bij Eben–Haëzer; de Filistijnen lagen in Afek.
Nadat de Filistijnen zich in slagorde tegenover de Israëlieten hadden opgesteld, brandde de strijd los. Israël werd door de Filistijnen verslagen: vierduizend man sneuvelden in de slag.
Toen het leger naar het kamp was teruggekeerd, vroegen de oudsten van Israël: ‘Hoe komt het dat de Heer ons vandaag tegen de Filistijnen een nederlaag heeft laten lijden? De ark van het verbond met de Heer moet uit Silo hierheen worden gehaald. Dan zal de Heer in ons midden zijn en ons bevrijden uit de greep van onze vijanden.’
Het leger liet de ark van het verbond uit Silo overbrengen, de ark van de Heer van de hemelse machten, die op de cherubs troont. Chofni en Pinechas, de beide zonen van Eli, kwamen met de ark mee.
Toen de ark van het verbond met de Heer in het legerkamp aankwam, barstten alle Israëlieten uit in luid gejuich, zodat de aarde ervan dreunde.
De Filistijnen hoorden het lawaai en vroegen: ‘Wat klinkt daar voor gejuich uit het kamp van de Hebreeën?’
Toen ze vernamen dat de ark van de Heer in het legerkamp was aangekomen, werden ze bang en zeiden: ‘Hun God is naar het legerkamp gekomen. Het ziet er slecht voor ons uit, want zoiets is nooit eerder gebeurd. Het ziet er slecht voor ons uit! Wie redt ons uit de greep van die machtige God? Het is dezelfde God die in de woestijn de Egyptenaren met allerlei plagen heeft getroffen. Verlies de moed niet, Filistijnen, laat zien wat je kunt! Anders worden wij slaven van de Hebreeën zoals zij het van ons zijn geweest. Laat dus zien wat je kunt. Ten aanval!’
De Filistijnen gingen tot de aanval over en de Israëlieten werden verslagen. Ieder vluchtte naar zijn eigen woonplaats. Het was een zware nederlaag voor Israël, waarbij dertigduizend man voetvolk omkwamen.
De ark van God werd buitgemaakt en Chofni en Pinechas, de beide zonen van Eli, vonden de dood.

 

Psalm 44, 10 + 11 + 14 + 15 + 24 + 25

Refr.: Ja, ik kom, Heer, om uw wil te doen.

U hebt ons verstoten en vernederd:
U trok niet ten strijde met onze legers.Drieeenheid_2

U deed ons wijken voor onze belagers,
onze haters roofden ons leeg.

U hebt ons het mikpunt van spot gemaakt,
onze naburen smaden en honen ons.

U hebt ons bij de volken belachelijk gemaakt,
ze schudden meewarig het hoofd.

Word wakker, Heer, waarom slaapt U ?
Ontwaak! Verstoot ons niet voor eeuwig.

Waarom verbergt U uw gelaat,
waarom vergeet U onze ellende, onze nood ?

 

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 40-45

Zowel door zijn prediking als door zijn wonderen wil Jezus de mensen tot geloof brengen. De wonderen tonen daarbij uitdrukkelijk aan dat Gods kracht in de wereld werkzaam is. De genezene mag echter niet spreken over het wonder dat aan hen werd voltrokken. Want daar was het bij Jezus helemaal niet om begonnen. Het ging veeleer om het aanvaarden van zijn persoon en zijn leven.

Er kwam iemand naar Jezus toe die aan huidvraat leed; hij smeekte Hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als U wilt, kunt U mij rein maken.’
Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein.
Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’
Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar Hem toe komen.

Van Woord naar leven

Jezus kreeg medelijden…, zo lezen we in het evangelie vandaag.

Het mede-lijden waarover hier sprake is, is een zeer diepe vorm van liefhebben. Het gaat over een vermogen van inleven in de ander, en wel op zo’n wijze dat de ander zijn lijden uw lijden wordt. We moeten dit verstaan in de zin van woorden van Paulus waar hij zegt dat we moeten blij zijn met hen die blij zijn en bedroefd moeten zijn met hen die bedroefd zijn. Dat is naastenliefde; het is met je liefde naast de ander staan, als een werkelijke broer of zus in de meest diepe betekenis van het woord. Het is met de ander meegaan, hem dragen in zijn leed (om bij het evangelie van vandaag te blijven). Het is communio, gemeenschap; het is christen-zijn.

Een christen is geroepen zijn liefde veel verder te beleven dan de grenzen van vriendelijkheid en respect voor elkaar. Christelijke liefde is in wezen gemeenschap, jezelf geven aan de ander, en wel vanuit de Heer die zich geeft aan u, seconde na seconde. Vanuit deze zelfgave van Christus aan ons mogen wij ons, verenigd met Hem, geven aan elkaar. Hij draagt ons, vanuit Hem mogen wij elkaar dragen; vanuit zijn inwoning, vanuit zijn genade, vanuit zijn gemeenschapsbeleving met de Vader en de Geest.

Jezus kreeg medelijden…
Hoe kijken wij naar de lijdende medemens: naar onze naaste die ziek is, misschien stervende, naar hem die leeft met schuldgevoelens, twijfels, zelfmoordgedachten, naar hem die vecht met duisternis, depressie, neerslachtigheid. Hoe kijken wij naar deze mensen. Ieder mens heeft wel zijn eigen duister plekje, soms de kop opstekend maar gewoonlijk onzichtbaar voor de buitenwereld. Kunnen wij elkaar nabij zijn vanuit de liefde van God, vanuit zijn wonen in ons, vanuit zijn zelfgave in zijn Zoon.

Moge wij op deze wijze God handen en voeten geven in onze liefde voor elkaar; elkaar dragend, diep beminnend, vergevend. Moge we instrument zijn of worden van Gods diepe barmhartigheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goed God,zz - pinksteren 9
wij danken U om uw wonen in ons in Christus. In uw Zoon hebt Gij ons lief, draagt Gij ons, gaat Gij met ons mee. Moge uw Geest dat zachte vuur in onze ziel ontsteken dat ons doet verenigen met uw liefde. En mogen wij dan liefhebben: U en de naaste, de naaste vanuit U, uw liefde leggend in het dragen van de ander, in het meegaan met de ander. Moge wij zo gemeenschap worden in U, één en al liefde. Amen, ja amen.