Lezingen van de dag – donderdag 15 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Sacramentsdag

Hoogfeest

De officiële benaming van Sacramentsdag luidt Sanctissimi corporis et sanguinis Christi solemnitas (Hoogfeest van het heilig lichaam en bloed van Christus).
De feestdag valt in de regel op de tweede donderdag na Pinksteren (of de 9de donderdag na Pasen), maar wordt in bepaalde landen (o.m. in Nederland) ook gevierd op de tweede zondag na Pinksteren.
Sacramentsdag herdenkt, net als Witte Donderdag, de instelling van de eucharistie. Omdat hij vond dat het vasten- en of boetekarakter van Witte Donderdag het feestelijke herdenken van het Laatste Avondmaal en de instelling van de eucharistie (en het priesterschap) enigszins in de weg stond, heeft paus Urbanus IV (1261-1264) de feestdag in 1264 op de donderdag na de octaafdag (een octaaf is de periode van acht dagen waarmee de viering van een hoogfeest kan worden verlengd; de octaafdag is dan de achtste) van Pinksteren verplicht gesteld. Die beslissing heeft de sacramentsdevotie sterk bevorderd.
Voor zijn uitverkiezing tot paus was Urbanus aartsdiaken van Luik, waar hij in 1247 mee aan de basis lag van het ontstaan van Sacramentsdag als een typisch middeleeuws devotiefeest.

Sacramentsprocessie

Traditioneel trokken op Sacramentsdag of op de zondag erna alom kleurrijke sacramentsprocessies doorheen de straten van steden en dorpen.
In Rome viert de paus op Sacramentsdag de eucharistie in open lucht op het plein voor de basiliek van Sint-Jan van Lateranen. Daarna wordt, in de voetsporen van paus Urbanus IV, het heilig Sacrament in een plechtige stoet naar het plein voor de basiliek Santa Maria Maggiore gebracht. De stoet trekt anderhalve kilometer over de Via Merulana.
Een stoet, waarin alle geledingen van de katholieke Kerk hun eigen kleuren laten zien: de misdienaars en acolieten in het wit, de mannelijke en vrouwelijke religieuzen in allerlei soorten blauw, bruin, grijs en wit, de priesters in het zwart, de bisschoppen in het paars, de kardinalen in het rood, en ten slotte de ene witte paus. Maar het centrum van de stoet is niet de paus, wel het sacrament: de heilige Hostie in de gouden houder, de monstrans. Hierop is de aandacht van de toeschouwer gericht. Zij knielen en buigen eerbiedig het hoofd.

Heilig Sacrament

De aandacht voor het heilig Sacrament is niet verdwenen, maar het accent is wel verschoven. Bij ons is de eucharistieviering zelf overduidelijk het eerste geworden, het hoofdmoment. Daar komt Christus aan het woord, en daar toont Hij zich in de manier waarop Hij het brood en de wijn neemt en deelt. Dat afscheid van Jezus, zijn testament en voor ons een heilige symboolhandeling, is het hart van het christelijke bestaan geworden. In de loop der eeuwen raakte dit enigszins ondergesneeuwd door filosofisch-theologische overwegingen en bepalingen, maar net zo goed door allerlei vrome devoties.
De sacramentsprocessie van weleer noch de eigentijdse viering van de eucharistie zijn geïsoleerde rituelen in de marge van het leven. De eucharistieviering is een levenshandeling waarin Jezus’ testament werkelijk tegenwoordig komt in het dagelijkse leven: vieren en weten dat wij geroepen zijn tot breken en delen. Daar licht op dat Christus zijn Kerk niet loslaat, maar zich totaal ermee heeft verbonden. In elke eucharistieviering laat Hij zich horen en zien. En, zo leert ons Sacramentsdag, na de viering is het niet voorbij. De Heer blijft in het geconsacreerde Brood aanwezig. En het is altijd goed even bij Hem te verwijlen. De godslamp brandt. Hij luistert in de stilte.

Lauda Sion – Verheerlijk uw God

Lauda Sion zijn de woorden, naar de tekst van St.-Thomas van Aquino, waarmee de sequentia op Sacramentsdag begint. De sequentie (naar het Latijnse werkwoord sequi, vervolgen) is een hymne in dichtvorm, die in een plechtige eucharistieviering gebeden of gezongen wordt na het Alleluja (dat volgt op de epistellezing) en voor het evangelie. Het lied legt de betekenis van het feest uit.
Het Romeinse missaal (1970) heeft vier sequenties gehandhaafd in de officiële liturgie: Victimae paschali (Pasen), Veni sancte Spiritus (Pinksteren), Lauda Sion (Sacramentsdag) en Stabat Mater (O-L-Vrouw van Smarten, 15 september).

Sion, loof uw Heil en Hoeder!
Loof nu uwen Vorst en Voeder,
In gezang en jubellied!
Loof! En waag uw stoutste pogen:
Hij gaat allen lof te boven,
Tot zijn lof volstaat Gij niet!

Keur van stof wordt u op heden
Voorgesteld tot lof en beden:
’t Levend Brood, dat Leven geeft:
’t Brood, dat naar wij zeker weten,
Bij het heilig Avondeten
Hij de Twaalf gegeven heeft.

Vol zij ’t loflied, rijk aan klanken!
Waardig en van vreugde sprank’lend
Zij der ziele jubellied:
Nu wij op dit hooggetij herdenken,
Hoe van ’t Maal, dat Hij ons wilde schenken,
De eerste viering is geschied.

Aan des nieuwen Konings maaltijd
Geeft aan ’t oude Paaslam afscheid
’t Nieuwe Lam van ’t Nieuw Verbond;
’t Nieuwe heeft het Oud’ verjaagd,
Waarheid schaduw weggevaagd,
Duisternis voor licht verzwond.

Wat de Heer bij ’t avondmalen
Deed, gebood Hij te herhalen
Ter gedachtenis aan zijn dood:
En, gehoorzaam, consacreren
Wij, naar Zijn hoogheilig leren
Tot Heilsoffer wijn en brood.

Christenen als geloofsstuk leren;
Dat hier wonderbaar verkeren
Brood in Vlees, en wijn in Bloed.
Wat verstand noch oog doorschouwen,
Hecht geloof in vast betrouwen
– Zij ’t een wonder! – houden doet.

Kostbaarheên van ’t rijkst gehalte
Gaan hier schuil in twee gestalten,
Die slechts lout’re tekens zijn:
’t Bloed als drank, het Vlees als spijze;
Toch blijft onverdeelderwijze
Christus gans in beider schijn.

Niet gebroken bij het eten,
Niet verdeeld, niet stukgebeten:
Nut men Hem gans ongedeerd.
Nutten één of duizendtallen:
Ieder nut zoveel als allen:
En géén nutten Hem verteert.

Goeden, bozen nutten beiden:
Doch hun lot is zeer verscheiden:
Leven of verdoemenis.
Dood de bozen, goeden ’t Leven:
Zie, waar eend’re Spijs gegeven,
Hoe verschillend de uitkomst is.

Wordt ook ’t Sacrament gebroken,
Weifel niet! Houd onweersproken:
Wat is in ’t geheel verstoken,
Schuilt ook gans in ieder deel.

D’inhoud zelf kan niemand breken:
’t Breken raakt alleen het teken:
Van ’t betekende, onbezweken,
Blijft en staat en bouw geheel.

Zie, wat Eng’lenbrood wij prijzen,
Pelgrims voedt op d’aardse reize,
Waarlijk brood, Gods kind tot spijze,
– Wee, die ’t voor de honden gooit! –
Voorbeduid in de oude dagen,
Die het Isaakoffer zagen,
’t Paaslam plechtig opgedragen,
’t Manna den Vaderen gestrooid.

Goede Herder, Brood waarachtig,
Jesu, wees ons arme’ indachtig
Voed ons en behoed ons krachtig:
Maak Uw glorie ons deelachtig
In des Levens land en loon.

Gij, Almogende en Alwijze:
Hier ons stervelingen tot spijze:
Maak ons, de Uwen, ten Paleize,
Gast en erven Heil’gerwijze,
Hun gezel ons in Uw Woon .
Zo zij het. Looft den Heer.

Amen.

Bron: Kerknet.be

Sacramentsdag

Hoogfeest


Sinds Jezus in het laatste avondmaal gezegd heeft: ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’, komen wij bijeen om eucharistie te vieren. Wanneer wij aanzitten aan zijn tafel en eten van zijn brood delen wij aan zijn leven, dood en verrijzenis.

Zoals het manna voor de Joden in de woestijn een levensreddend voedsel was op hun tocht naar het Beloofde Land, zo is ook Jezus’ Lichaam en Bloed ons voedsel voor onderweg.
Omdat het brood één is, vormen wij allen samen één lichaam. De Heer maakt ons immers tot gemeenschap met elkaar in Hem.
Vandaag vieren en gedenken wij dankbaar dat Jezus zich totaal heeft prijsgegeven voor ons en nu leeft in de heerlijkheid bij de Vader, terwijl Hij tevens bij ons is, en onze Middelaar blijft.
Zoals wij in ons dagelijks voedsel de kracht vinden om te leven, zo moge de eucharistie ons krachtig sterken op onze weg naar God.


Uit het boek Deuteronomium 8, 2-3 + 14b-16a

Het verblijf in de woestijn was voor Israël de gelegenheid om zich bewust te worden van het levende en persoonlijke karakter van zijn Verbond met God. Door de gave van het manna te ontvangen, ontdekt het volk zijn ware honger, die alleen gestild kan worden door het Woord van God.

Mozes sprak tot het volk:
‘Denk aan de tocht die de Heer, uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang. Hij wilde u zijn macht laten voelen en u op de proef stellen, om te ontdekken wat er in uw hart leefde: gehoorzaamheid aan zijn geboden of niet.
U hébt zijn macht leren kennen: hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte Hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de Heer voortbrengt.
Was Hij het niet die u uit de slavernij in Egypte bevrijdde; die u veilig door die grote, verschrikkelijke woestijn leidde, dat dorre land waar geen water te vinden is en waar giftige slangen en schorpioenen huizen; die voor u water liet ontspringen uit de steenharde rots; die u in de woestijn manna te eten gaf, voedsel dat uw voorouders nog nooit hadden gezien.’

 

Psalm 147, 12 + 13 + 14 + 15 + 19 + 20

Refr.: Zalig de armen van geest.

Prijs, Jeruzalem, prijs de Heer,
loof, Sion, loof je God.

Hij heeft de grendels van je poorten versterkt,
het volk binnen je muren gezegend.

Hij geeft je vrede en veilige grenzen,
met vette tarwe stilt Hij je honger.

Hij zendt zijn bevelen naar de aarde,
vlug als een renbode gaat zijn woord.

Hij maakt zijn woorden aan Jakob bekend,
zijn wetten en voorschriften aan Israël.

Met geen ander volk heeft Hij zich zo verbonden,
met zijn wetten zijn zij niet vertrouwd.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 10, 16-17

Christenen mogen niet offeren aan de afgoden van de wereld. Zij hebben het Bloed van Christus, dat hen heeft gered, en het enige brood van het leven, dat hun eenheid uitmaakt.

Broeders en zusters,
maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus?
Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus?
Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.

 

Alleluia.

Ik ben het levend brood
dat uit de hemel is neergedaald.
Als iemand van dit brood eet,
zal hij leven in eeuwigheid.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 51-58

In het licht van de Pinkstergeest en het eucharistisch leven van de eerste Kerk, denkt Johannes na over het onderricht van Jezus. Hij gaf zich geheel aan de wereld: in de verkondiging, op het kruis, in het teken van brood en wijn. Hij is ons Leven en het onderpand van onze verrijzenis.

Jezus sprak: ‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’
Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’
Daarop zei Jezus: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal Ik op de laatste dag uit de dood opwekken.
Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en Ik blijf in hem.
De levende Vader heeft mij gezonden, en Ik leef door de Vader; zo zal wie mij eet, leven door mij.
Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet het brood dat uw voorouders aten; zij zijn gestorven, maar wie dit brood eet zal eeuwig leven.’

Van Woord naar leven

De Eucharistie is de levenskracht van de Heer Jezus. Hier ontvangen wij voedsel, maar dan toch wel een voedsel van een heel speciale soort. Dit brood is er niet zozeer om ons lichaam kracht te geven. Het wordt in zeer kleine hoeveelheid aangeboden juist om aan te duiden dat het een voedsel is in een diepere betekenis van het woord, nl. een geestelijk voedsel voor ons hart. Wij eten brood en drinken wijn, maar wij ontvangen de innerlijke liefdekracht van Jezus zelf. “Wie mij eet en drinkt, leeft echt!”

De Eucharistie is dus het tastbaar teken van het nieuwe, verrezen Lichaam van de Heer Jezus. Na zijn verrijzenis hebben zijn vrienden en leerlingen stilaan beter en beter ervaren dat Hij voortaan, ondanks zijn dood, onder hen aanwezig was, maar dan op een wel heel nieuwe manier, nl. “wanneer zij samenkwamen in een kleine gemeenschap in één of ander huis om zijn brood te breken” Wanneer wij Eucharistie vieren, dan eten en drinken wij het Lichaam en het Bloed van onze “verrezen” Heer, en dat betekent dat wij in ons de Liefde opnemen, die de dood overwon.

Hoe meer wij Eucharistie vieren, hoe meer wij deelnemen aan dat verrezen leven met Hem, dwz. hoe meer ook wij gaan beleven dat ook onze liefde nu reeds sterker is dan alles wat haar tegenwerkt, ook de dood. Zo wordt heel de wereld stilaan Lichaam van Christus.

Dat Lichaam lijdt nog op vele plaatsen: denk maar, in onze tijd, aan Syrië, Irak, Congo, Mexico, … of al die momenten waar wij zelf ‘geweld’ plegen. Maar dat Lichaam is ook langzaam aan het verrijzen overal waar onze liefde het nu reeds haalt van de haat. De Eucharistie is het teken van hoop dat onze dagelijkse liefde sterker is dan de dood.

Laten we de Eucharistie diep liefhebben. Hij heeft ook ons lief. Moge deze liefdesband leven geven aan Kerk en wereld.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
in uw onmetelijke creativiteit schenkt Gij uw Zoon blijvend aanwezig in de heilige eucharistie. Geef ons een grote liefde, en een geest van diepe aanbidding voor dit groot geschenk.
Amen.