Lezingen van de dag – donderdag 17 november 2016


Heilige (of feest) van de dag

Elisabeth van Thüringen († 1231)elisabeth_von_thueringen7

Elisabeth van Thüringen (ook van Hessen of van Hongarije), Marburg, Duitsland; weduwe en weldoenster

Zij werd in 1207 in de Hongaarse plaats Sárospatak geboren als dochter van koning Andreas II van Hongarije en zijn vrouw Gertrud van Andechs. Haar familie telt nog een paar heiligen en zaligen: de heilige Hedwig van Silezië († 1243; feest 16 oktober) was een nicht van haar en de heilige Elisabeth van Portugal († 1336; feest 4 juli) een achternicht. Elisabeth groeide op in de Wartburg in Thüringen en huwde met Ludwig IV, landgraaf van Thüringen; ook hij zou later heilig verklaard worden († 1227; feest 11 september). Ze kregen drie kinderen, waarvan Gertrudis ook als zalige zou worden vereerd; zij staat bekend als Gertrudis van Altenberg († 1297; feest 13 augustus).
Het was een goed huwelijk; beide echtelieden hadden bijzonder veel hoogachting voor elkaar. Met instemming van ‘haar broertje’ zoals Elisabeth haar man liefkozend noemde, had zij veel aandacht voor de armen. Toen in 1225/26 grote hongersnood uitbrak, stelde zij alle voorraden in de koninklijke schuren en opslagplaatsen ter beschikking van de talrijke noodlijdenden van die dagen. Zij ging daarin zo ver, dat haar schoonfamilie en het paleispersoneel bang werd, dat er niets zou overblijven. Met name haar schoonmoeder probeerde haar bij haar man herhaaldelijk in een kwaad daglicht te plaatsen.

In diezelfde tijd vertrok haar man naar Italië om zich daar bij Frederik Barbarossa te voegen voor een kruistocht naar het Heilige Land. Hij overleed onderweg in het Italiaanse plaats Otranto; 1227. De twintigjarige Elisabeth bleef achter met drie kleine kinderen, en werd door haar zwager, die namens Ludwig de zaken waarnam, van de Wartburg verdreven.
Na veel ontberingen legde ze te Eisenach de geloften af die behoorden bij de Derde Orde van Sint Franciscus.
Ze voegde zich bij de communiteit van Marburg. Nu kon ze al haar liefde en aandacht geven aan haar armen. Ze stichtte een hospitaal en betoonde zich een voorbeeldig verzorgster van armen en zieken. Midden in haar bezigheden stierf ze, waarschijnlijk uitgeput door een al te strenge boetvaardigheid; op dat moment was ze pas vierentwintig jaar oud. Ook een van haar dienstmeisjes, Jutta, zou later zalig worden verklaard († 1252; feest 19 maart).

In 1232 bouwde haar geestelijk leidsman Konrad van Marburg een kerk boven haar graf, die hij toewijdde aan Sint-Franciscus. Reeds vier jaar na haar dood werd ze op 27 mei 1235 door paus Gregorius IX († 1241) heilig verklaard. Op 1 mei werd haar stoffelijk overschot met plechtig vertoon overgebracht naar het hoogaltaar. Op diezelfde plek bouwde Elisabeths zwager, Konrad van Hessen, de Sint-Elisabethkerk. In 1250 werd haar stoffelijk overschot hier herbegraven.
Marburg werd een drukbezochte bedevaartplaats. In het Zweedse Lund en de Hollandse stad Dordrecht werden pelgrimsinsignes gevonden afkomstig uit Marburg. Door de geschiedkundigen worden ze geplaatst in de tweede helft van de 14e eeuw. Daarop staat Christus afgebeeld, die Elisabeth en Franciscus een kroon op het hoofd plaatst. Dat gegeven is ontleend aan een gebrandschilderd raam in de St-Elisabethkerk te Marburg, dat gedateerd wordt in de jaren 1240/50. Zoals bekend had Elisabeth een grote verering voor Franciscus. Niet alleen werd de eerste kerk, waarin zij werd begraven aan hem toegewijd; zelf had ze het plaatselijke gasthuis destijds onder zijn patronaat geplaatst.
In 1434 bezorgde Johannes Rothe van haar een levensbeschrijving.

donderdag in week 33 door het jaarbijbel


Uit het boek Apocalyps 5, 1-10

Johannes toont ons een beeld van het toekomstig Rijk. In een hemels visioen ziet hij Christus als overwinnaar in de gestalte van een Lam dat met zijn bloed een koninkrijk van priesters heeft gevormd.

Ik, Johannes, zag dit: degene die op de troon zat had in zijn rechterhand een boekrol die aan beide kanten beschreven was en met zeven zegels was verzegeld. Ik zag een machtige engel die met luide stem uitriep: ‘Wie komt het toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’ Maar er was niemand in de hemel of op aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen en inzien.
Het deed me veel verdriet dat blijkbaar niemand het verdiende om de boekrol te openen en hem in te zien. Toen zei een van de oudsten tegen mij: ‘Wees niet verdrietig. Want de Leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft de overwinning behaald, en daarom mag Hij de boekrol met de zeven zegels openen.’ Midden voor de troon, tussen de vier wezens en de oudsten, zag ik een Lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en het had zeven horens en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God die over de hele wereld zijn uitgestuurd.
Het Lam ging naar degene die op de troon zat en ontving de boekrol uit zijn rechterhand. Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen. En ze zetten een nieuw lied in: ‘U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want U bent geslacht en met uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal. U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’

 

Psalm 149, 1-6a

Refr.: Roem de Heer te midden van zijn getrouwen.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
roem Hem te midden van zijn getrouwen. Drieeenheid_2

Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige Maker,
het volk van Sion juichen om zijn koning.

Laten zij dansend zijn Naam loven,
bij lier en tamboerijn voor Hem zingen.

Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
Hij kroont de vernederden met de zege.

Laten zijn getrouwen juichen in triomf,
nog jubelen als zij te ruste gaan,
met lofzang voor God uit hun kelen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 19, 41-44

Ondanks alles wat God gedaan heeft voor zijn volk Israël zag het niet wat tot heil strekt.

Toen Jezus Jeruzalem voor zich zag liggen, begon Hij te huilen over het lot van de stad.
Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu. Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten. Ze zullen je met de grond gelijk maken en je kinderen verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods ontferming niet hebt herkend.’

Van Woord naar leven

Toen de Heer Jeruzalem naderde weende Hij over de stad. Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen …’.

De betekenis van deze woorden is duidelijk; het had betrekking op Jeruzalem; het Romeinse leger had immers de stad bezet. Men was niet ontvankelijk voor Jezus’ boodschap.
En Hij weende … Jezus weende om haar verblinding.

Het Jeruzalem waarover Jezus weende, gaat echter ook ons ieder van ons.
Ons hart, en wij als gemeenschap, zijn het nieuwe Jeruzalem.
Jezus weent over hen die het weten, maar het niet doen, over hen die ‘het’ gehoord hebben, maar het niet volbrengen.
Ja, Hij weent over hen aan wie Hij zich heeft laten kennen, maar in de realiteit niet van Hem willen weten.
Hij weent over hen die dagelijks naar zijn Woord luisteren, maar het niet volbrengen.
Hij weent over hen die de eucharistie vieren en ontvangen, maar niet eucharistisch leven.
Hij weent over hen die gemeenschapsleven belangrijk vinden, maar toch hun eigen mensen kiezen.
Hij weent over hen die de mond vol hebben van liefhebben, maar in werkelijkheid hun eigen ego volgen.
Hij weent over hen die dagelijks voor Hem knielen in gebed, maar verder hun eigen leventje leiden.
Hij weent over hen die spreken over de waarde van vergeving schenken, maar het niet doen.
Hij weent over hen die slaaf zijn van de letter van de Kerk, en daardoor de geest van deze letter totaal uit het oog verliezen.
Hij weent over hen die Hij begenadigd heeft met zichzelf bij het doopsel, maar die de bron van deze genade afsluiten.

Weent Jezus ook over u, over mij, over ons ?
Misschien.
Laten we deze vraag ernstig overwegen, haar neerleggen in stil gebed bij de Heer.
En laat ons dankbaar zijn om elk bewust-zijn dat de Heer ons schenkt wat betreft ons nee-woord.
Gezond berouw is geen maaksel van de mens, het is puur genade, een springplank tot bekering.

Dit berouw gaat misschien gepaard met tranen.
En daar zitten we dan. De Heer die weent, en wij die wenen.
Laat ons zo bij de Heer vertoeven dat de tranen van de Heer onze tranen mogen bezielen, dat het tranen mogen worden die aanzetten tot een innige omhelzing tussen de Heer en ons; Hij die ons in z’n armen sluit, Hij die ons in zich opneemt, omdat Hij het verloren schaap terug gevonden heeft, opdat het schaap bereid was zich te laten vinden. Het zullen tranen zijn die omgebogen worden naar een innig feest omdat het licht van God z’n ingang heeft gevonden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,istock-cross-on-rope
bij U knielen wij neer.
Laat ons weten waar we fout bezig zijn.
Schenk ons de genade van een eerlijk berouw.
Kom dan in ons Heer, raak al onze nee-woorden aan,
en buig ze om naar uw ja-woord in ons.
Amen.