Lezingen van de dag – donderdag 18 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Felix van Cantalice († 1587)

Felix van Cantalice ofm.cap., Italië

Hij werd in 1515 geboren in een boerengezin uit Cantalice, niet ver van Rieti in de Italiaanse landstreek Apulië. Hij hielp mee de schapen te hoeden en hield ervan alleen te zijn. Zo ontwikkelde hij gaandeweg de zin voor een beschouwend bestaan. Eens hoorde hij iemand vertellen over het leven van de woestijnmonniken. Dat trok hem. Hij trad te Citta Ducale in bij de kapucijnen. Op dertigjarige leeftijd legde hij zijn gelofte af. Vier jaar later werd hij naar Rome overgeplaatst.

De rest van zijn leven zwierf hij daar overdag als bedelmonnik door de straten om geld bijeen te brengen voor het onderhoud van de medebroeders. Hij kreeg er uiteindelijk de bijnaam ‘Broeder Deo Gratias’ mee, omdat hij dat niet alleen altijd mompelde wanneer iemand hem iets toestopte, maar ook wanner men hem uitschold of bespottelijk maakte. ’s Nachts was hij vaak te vinden in gast- en ziekenhuizen. Naar men zegt had hij een bijzonder talent om stervenden te troosten en bij te staan. Hij was bevriend met Carolus Borromeus († 1584; feest 4 november) en Filippus Neri † 1595; feest 26 mei). Met deze laatste had hij het opgewekte karakter gemeen.

Hij werd in 1712 door paus Clemens XI († 1721) heilig verklaard, als eerste broeder van zijn orde.

Hij is patroon van de kapucijnerbroeders, van kinderen en moeders.

Hij wordt afgebeeld als kapucijn met bedeltas; met de woorden ‘Deo gratias’; met het Jezuskind op de arm.

donderdag in de vijfde paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 15, 7-21

Petrus spreekt op het concilie te Jeruzalem. Hij is de leider der christenen. Hij breekt een lans voor grote openheid. Jakobus, bisschop van Jeruzalem, Paulus en Barnabas, komen eveneens op voor pluralisme; voor God zijn allen gelijk: besneden Joden en onbesneden heidenen, als ze maar achter Christus staan en Hem volgen. Gods heilswerk mag door de mensen niet afhankelijk gemaakt worden van onnodige voorwaarden.

Nadat men veel heen en weer had gepraat over de besnijdenis , nam Petrus het woord en sprak tot de apostelen en de oudsten:
‘Broeders, u weet dat God mij al in het begin uit uw midden heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de heidenen te verspreiden en hen tot geloof te brengen. God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken, zoals Hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, we geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij.’
Daarop zwegen alle aanwezigen, en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die vertelden welke grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen had verricht.’

Toen ze waren uitgesproken, nam Jakobus het woord. Hij zei:
‘Broeders, luister. Simeon heeft uiteengezet hoe God zelf het plan heeft opgevat om uit de heidenen een volk te vormen dat zijn naam vereert. Dat stemt overeen met de woorden van de profeten; er staat immers geschreven: “Dan keer Ik terug op mijn schreden. Ik zal het vervallen huis van David herbouwen, uit het puin zal Ik het weer opbouwen. Ik zal dit huis doen herrijzen, zodat de mensen die overgebleven zijn de Heer zullen zoeken, evenals alle heidenen over wie mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer, die dit van oudsher heeft aangekondigd.” Daarom ben ik van mening dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’

 

Psalm 96, 1 + 2 + 3 + 10

Refr.: Meld aan alle naties de heerlijkheid van de Heer.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
zing voor de Heer, heel de aarde.

Zing voor de Heer, prijs zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.

Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.

Zeg aan de volken:
De Heer is koning.

Vast staat de wereld, zij wankelt niet.
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 15, 9-11

Al wat er in ons is aan liefdeloosheid, is ongeloof, eigenlijk goddeloosheid. Liefde, het onderhouden van de geboden, en vreugde: dat zijn de kenmerken van leven volgens het evangelie.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad.
Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.
Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.’

Van Woord naar leven

Jezus zegt ons vandaag: ‘Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.’

Vandaag een oproep om in de liefde van de Heer te blijven.
Hoe moeten we dat doen ? Jezus zegt het ons zelf: door ons aan zijn geboden te houden, zoals Hij zich ook aan de geboden van de Vader heeft gehouden. Zo bleef Hij in de liefde van de Vader en zo zullen wij in de liefde van Jezus blijven.

We kennen zijn gebod: liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad. Dat wilt dus zeggen: liefhebben, geheel en al, niet een beetje, niet lauw, maar ten volle, zoals Jezus het ons heeft voorgedaan; Gods liefde leggend in al die kleine dingen die we doen, zijn liefde uitdragend in al de ontmoetingen die we in de loop van de dag mogen hebben, zijn liefde belevend in ons bidden voor geliefden, voor stervenden, voor de wereldvrede.

Wie zo bemint, zegt Jezus, zal niet enkel in Gods liefde blijven maar hij zal ook Gods vreugde ontvangen, deze smaken en ten diepste beleven. Het is de stille vreugde van het Pasen, de vreugde van de Opstanding. Het is immers Jezus zelf die door ons, met ons en in ons zal liefhebben, zal opstaan, dag na dag.

Dit leven mét de Heer is misschien wel dé sleutel van onze diepste vreugde, die Gods vreugde is.

Het gaat hier niet om een luidruchtige of opvallende vreugde, evenmin om een oppervlakkige of romantische vreugde. Het is een vreugde die haar oorsprong vindt bij het kruis van de Heer; het jezelf geven aan Hem, en vanuit Hem aan allen en alles.

Heerlijk toch.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jezus, Heer en Broer,
geef dat wij een vaste thuis
mogen vinden in uw liefde,
en daar mogen blijven,
altijd en overal,
tot in de eeuwigheid.
Leer ons daarom,
naar uw voorbeeld,
uw geboden te onderhouden,
opdat wij zwanger zouden worden
van Gods vreugde
om haar te baren voor allen
die Hij ons aanbiedt
doorheen werk en gebed.
In uw naam,
amen.