Lezingen van de dag – donderdag 19 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Theodorus van Novgorod († 1392)

Theodorus van Novgorod, Oekraïne

Theodorus was als pasgeboren baby op de markt te vondeling gelegd. De rest van zijn leven stond in het teken van de armoede. Wat hij kreeg gaf hij weg; zelf was hij tevreden met het allereenvoudigste. Zelfs in de winter ging hij gekleed in vodden zonder schoenen aan zijn voeten; hij doorstond de kou en leefde hij op straat. Hij bad voor de voorbijgangers die hem niet al te serieus namen.

Volgens zeggen bezat hij de gave der profetie. Zo voorspelde hij een grote hongersnood en een ernstige stadsbrand.

donderdag in week 2 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 7, 25 – 8,6

God had een eeuwig priesterschap beloofd door zijn profeten. Christus was trouw ten einde toe, en daarom heeft de Vader Hem doen verrijzen en Hem aangesteld tot Messias en priester in eeuwigheid. Nu blijft Hij als zodanig voor ons ten beste spreken. Hij blijft ons volgen en aanzetten om ook te leven zoals Hij: zich helemaal geven aan de anderen.

Broeders en zusters,
Christus kan ieder die door Hem tot God komt volkomen redden, omdat Hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.
Een hogepriester als Hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven. Hij hoeft niet, zoals de andere hogepriesters, elke dag eerst offers op te dragen voor zijn eigen zonden en dan voor die van het volk; dat heeft Hij immers voor eens en altijd gedaan toen Hij het offer van zijn leven bracht.
De wet stelt mensen aan als hogepriester, en mensen zijn behept met zwakheid, maar met de bekrachtiging onder ede die later werd uitgesproken dan de wet, is de Zoon aangesteld, die voor altijd de volmaaktheid heeft bereikt.
De kern van mijn betoog is dat wij een hogepriester hebben die in de hemel plaatsgenomen heeft aan de rechterzijde van de troon van Gods majesteit en die de dienst vervult in het ware heiligdom, de tent die door de Heer en niet door mensenhanden is opgericht.
Iedere hogepriester wordt aangesteld om gaven en offers op te dragen, en dus heeft ook hij iets nodig dat hij kan opdragen.
Op aarde zou Jezus geen priester zijn, want daar zijn al priesters die offergaven opdragen zoals de wet dat voorschrijft. Zij verrichten hun dienst in wat de afspiegeling en de voorafschaduwing is van het hemelse heiligdom, zoals dat aan Mozes geopenbaard werd toen hij begon met het oprichten van de tabernakel: ‘Let erop’, staat er immers, ‘dat je alles vervaardigt volgens het ontwerp dat je op de berg getoond is.’
Maar Jezus is dus aangesteld voor een eerbiedwaardiger dienst, in die zin dat Hij bemiddelaar is van een beter verbond, dat zijn wettelijke grondslag heeft gekregen in betere beloften.

 

Psalm 40, 7 + 8 + 9 + 10 + 17

Refr.: Ik kom Heer, om uw wil te doen.

Offers en gaven verlangt U niet,
brand– en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor U geopend.

Nu kan ik zeggen: Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.
Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,
diep in mij koester ik uw wet.

Wanneer het volk bijeen is,
spreek ik over uw rechtvaardigheid,
ik houd mijn lippen niet gesloten,
U weet het, Heer.

Ik ben arm en zwak,
Heer, denk aan mij.
U bent mijn helper, mijn bevrijder,
mijn God, wacht niet langer.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 3, 7-12

Deze lezing is een zogenaamd verzamelbericht: een algemene schildering van de uitwerking die Jezus’ wonderen bij het volk hadden. Zijn optreden wekt een menigte enthousiaste mensen. Dit enthousiasme van het volk, zowel als de openlijke vijandschap van de leiders van het volk, zijn geen van beide echt geloof. Daarom onttrekt Hij zich ook aan het volk.

Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde Hem. Ook uit Judea en Jeruzalem, uit Idumea en het gebied aan de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon kwamen veel mensen naar Hem toe, omdat ze hadden gehoord wat Hij allemaal deed.
Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor Hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat Hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen.
Allerlei zieken verdrongen zich om Hem aan te raken, want Hij had al veel mensen genezen. Telkens als de onreine geesten Hem zagen, vielen ze voor Hem neer en schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’. Hij sprak hen bestraffend toe, en verbood hun bekend te maken wie Hij was.

Van Woord naar leven

Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde Hem.

Het moet een mooi zicht geweest zijn: Jezus die met zijn leerlingen richting meer trok en die grote menigte die Hem volgde. Wat een dorst moet er geleefd hebben onder de mensen om Hem te willen ontmoeten, om Hem te willen aanhoren.
Ik denk dat het vandaag niet anders zou zijn. Neem dat Jezus plots hier zou staan, in lichamelijke gestalte: woorden sprekend, zieken genezend. Velen zouden Hem willen zien, zijn woorden willen horen. Velen zouden Hem willen aanraken, of door Hem aangeraakt willen worden.

Maar God heeft gewild dat Jezus niet onder die gedaante bij ons is. Zelfs na de weg die Hij moest gaan is Hij als Verrezene maar korte tijd onder de mensen geweest. Na z’n hemelvaart was het gedaan met de zichtbare Jezus.
Hij mocht dan wel de eucharistie hebben nagelaten waarin wij Hem ‘zichtbaar’ mogen aanschouwen… feit is dat Hij niet meer onder ons rondloopt.

God heeft gewild dat we de weg van het geloof bewandelen, de weg van de overgave aan zijn Zoon in de liefde van zijn Geest. Het is misschien niet de gemakkelijkste weg, maar het is heel zeker wel de beste weg, al was het maar omdat God voor deze weg kiest. En God weet wat voor ons het meest heilzaam is.

Geloof reikt veel verder dan een zien met de ogen, dan een voelen met het lichaam.
Geloof vraagt een innerlijke act van de mens. Het is een samensmelting van persoonlijke keuze voor de Heer, én een zich overgeven aan de liefde van de heilige Geest; een huwelijk zeg maar tussen de mens die zich aan God geeft en God die zich geeft aan de mens.

Geloof is dus act van de mens, én geschenk van God.
Zonder de act van de mens zal het geschenk van God weinig kunnen, in de zin dat het geschenk om antwoord vraagt.
En zonder het geschenk van God zal de act weinig kunnen, omdat de act van de mens op zich niet in staat is zich te geven aan God.
In die zin is en blijft geloven een gave Gods.

Laten we kiezen voor God, zoals Hij kiest voor ons.
Moge dit huwelijk een feest worden zonder einde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
kom met uw Geest over ieder van ons
en schenk ons de genade
van een gezond en sterk geloof,
dat ons aan U doet schenken
en mét U op weg doet gaan,
uw liefde gevend
aan allen die Gij ons geeft.
Amen.