Lezingen van de dag – donderdag 19 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Arsenius de Grote († 449)

Arsenius de Grote (ook de Romein of de Diaken), Troë bij Memfis, Egypte; diaken & woestijnvader.

Hij was een Romein van afkomst en werd vermoedelijk in 354 geboren. Toen keizer Gratianus (377-383) een leraar zocht voor de beide zoons van zijn mede-keizer in het Oost-Romeinse Rijk, Theodosius de Grote († 395; feest 17 januari), wees paus Damasus († 384; feest 11 december) hem aan als de beste kandidaat. Zo vertrok hij in 383 naar Constantinopel om zorg te dragen voor de opvoeding van de latere keizers Arcadius (395-408) en Honorius (395-423). Hij werd eervol ontvangen en meteen gepromoveerd tot senator. Maar gaandeweg viel hem deze functie steeds zwaarder. Men meent te weten dat hij in die tijd gebeden heeft: “Heer, stuur mij toch naar de hemelse zaligheid.” Een stem uit de hemel zou hem geantwoord hebben: “Arsenius, ontvlucht het menselijk verkeer, en je zult zalig worden.”

Zo verliet hij na een jaar of tien het hof en trok zich terug in de Egyptische woestijn van Scete om daar het leven van een woestijnvader te leiden. Daar aangekomen schijnt hij nogmaals gebeden te hebben tot de zaligheid te mogen ingaan. Weer kwam er die stem uit de hemel: “Arsenius, vlucht, zwijg en rust, want dat zijn de wortels van een leven zonder zonden.” Hoewel hij dit gebied niet meer heeft verlaten, trok hij nog herhaaldelijk rond in de woestijn. Zijn strenge levenswijze, zijn intense gebedsleven en zijn rigoureuze boetepraktijken wekten zelfs bij zijn collega-woestijnmonniken grote bewondering op. Zo wordt er van hem verteld dat hij bij het ingaan van de zondag, dus op zaterdagavond bij zonsondergang, voor zijn hutje ging zitten met zijn rug naar de zon en met hoog opgeheven handen. Dat hield hij de hele nacht vol, zodat hij nog altijd in diezelfde houding de volgende morgen de zon begroette die zijn gelaat bescheen.

Naar aanleiding van zijn levenskeuze vertelt de Legenda Aurea een verhelderende anekdote. Er waren eens drie monniken, die alle drie naar de volmaakte rust streefden. De eerste wilde iedereen vrede geven, maar hij vond de rust niet waarnaar hij zo verlangde. De tweede probeerde zijn ideaal te bereiken door zieken te bezoeken. Ook hij vond niet wat hij zocht. Getweeën gingen ze naar de derde die diep in de woestijn verbleef en ze vroegen hem wat ze verkeerd deden. Deze goot water uit de put in een beker met de woorden: “Let goed op wat er gebeurt. Meteen als ik het water heb ingeschonken is het nog troebel. Maar als je het een tijdje tot rust laat komen, is het kristalhelder.”

Een van de dingen die hem het meeste ter harte gingen, was de nederigheid. Zo wordt er van hem gezegd dat hij eens aan een ongeletterde monnik raad ging vragen. Iemand uit zijn omgeving merkte op: “Maar vader Arsenius, nu bent u zo geleerd in de Griekse en Latijnse letteren, wat zou zo’n monnik die nooit gestudeerd heeft, u nog kunnen leren?” Daarop antwoordde de voormalige docent: “Wat de Griekse en Latijnse letteren vertellen op werelds niveau, snap ik heel goed, maar ik weet nog niets van het abc van deze eenvoudige man, die nooit een boek heeft ingekeken.” Dag en nacht had hij het doel van zijn leven voor ogen. Dat was ook wat hij altijd zei, wanneer men hem vroeg, waarom hij destijds de wereld verlaten had: “Ik heb altijd wel spijt gehad, nadat ik iets gezegd te hebben; maar nooit, nadat ik gezwegen had.”

Hij stond bekend om zijn tranen. Hij stortte ze op de eerste plaats voor zichzelf, maar ook om de zwakheid van Arcadius en de dwaasheid van Honorius. Een tijdgenoot zegt zelfs, dat hij altijd een zakdoek bij zich had om de tranen te drogen die voortdurend over zijn gezicht stroomden. Na ruim vijftig jaar zo geleefd te hebben stierf hij uiteindelijk in vrede op de rots van Troë, niet ver van Memfis, 95 jaar oud.

donderdag in week 15 door het jaar


Uit de profeet Jesaja 26, 7-9 + 12 + 16-19

Een diep menselijk stuk bezinning en levenservaring, gerijpt in lijden en tegenspoed, lezen wij vandaag bij de profeet Jesaja. De armen van Jahwe wisten zo hun leven biddend te overwegen. En ondanks ontrouw bij het volk, zagen zij toch hoopvol uit naar de toekomst.

Heer, U effent het pad voor de rechtvaardige, U baant voor hem een rechte weg.
Ook wij verlaten ons op U, Heer: wij gaan de paden van uw recht. Wij richten ons op uw naam, naar U gaat ons verlangen uit.
Reikhalzend kijk ik naar U uit, zelfs ‘s nachts verlang ik naar U. Wanneer U een oordeel over de wereld velt, zullen de mensen op aarde gerechtigheid leren.
Heer, geef ons vrede, alles wat wij deden, hebt U voor ons gedaan.
Heer, in onze nood hebben wij U gezocht; toen U ons tuchtigde, riepen wij U aan.
Zoals een zwangere vrouw in barensnood ineenkrimpt en schreeuwt in haar weeën, zo verschenen wij voor U, o Heer.
Wij waren zwanger en krompen ineen, maar al wat we baarden was lucht; wij brachten het land geen uitkomst, op aarde werd geen mens meer geboren.
Jullie doden zullen herleven, de lijken opstaan. Ontwaak, jullie daar in het stof, en jubel! Uw dauw is een dauw die leven geeft, de aarde brengt haar schimmen weer tot leven.

 

Psalm 102, 13-21

Refr.: De Heer ziet uit de hemel op aarde neer.

U, Heer, troont voor eeuwig,
uw roem zal duren, geslacht na geslacht.
U zult opstaan en U over Sion ontfermen,
de tijd van genade is gekomen, dit is het uur.
Want uw dienaren hebben de stenen van Sion lief,
de ruïnes vervullen hen met deernis.

Alle volken zullen de naam van de Heer vrezen,
alle koningen van de aarde zijn majesteit eren.
Ze zullen Hem eren als Hij Sion heeft opgebouwd
en Hij in majesteit is verschenen.
Ze zullen Hem eren
als Hij zich neigt tot het gebed van de ontheemden
en zich van hun bidden niet afkeert.

Laat dit voor het nageslacht worden opgeschreven,
dan zal een herboren volk de Heer loven.
Ze zullen Hem loven
als Hij heeft neergezien van zijn heilige hoogte,
zich vanuit de hemel naar de aarde heeft neergebogen.
Om het zuchten van gevangenen te horen,
om vrij te laten wie de dood nabij zijn.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 11, 28-30

Jezus vraagt veel van zijn volgelingen. Hijzelf is zachtmoedig en nederig van hart. Wie op zijn vragen wil ingaan zal door de harde korst stoten en de vreugde vinden van iemand die zich geeft zonder berekenen. Dan is zijn last licht en ontdekt hij de ware liefde.

Jezus nam het woord en sprak:
‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik jullie rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Van Woord naar leven

Een overweging die ik drie jaar geleden schreef.

Vandaag lezen we in de profeet Jesaja: ‘Reikhalzend kijk ik naar U uit, zelfs ‘s nachts verlang ik naar U.’

Naar aanleiding van dit vers zou ik met u vandaag willen mijmeren over bidden in de nacht. Het kan vreemd overkomen maar er zijn mensen (misschien meer dan je denkt) die midden in de nacht opstaan om te bidden. Dus geen gebed vroeg in de ochtend om daarna wakker te blijven. Nee, midden in de nacht, om daarna weer te gaan slapen.

Er zijn mensen die midden in de nacht opstaan en daarna niet meer gaan slapen. Met name heel wat monialen bidden op deze wijze het nachtofficie. Zij gaan daarna niet meer slapen. Zij doen na hun nachtgebed aan lectio divina met aansluitend morgengebed. Deze mensen (die een onschatbare waarde zijn voor Kerk en wereld) gaan dan gewoonlijk ook zeer vroeg slapen. Het is een dag-nachtritme eigen aan monialen.

Maar ook de gewone man/vrouw in de straat kan het nachtgebed beoefenen. Niet zoals de monialen, want het leven buiten een abdij gaat er doorgaans anders aan toe dat het leven binnen een abdij. De meesten van ons hebben overdag hun werk, hun gezin, hun bezigheden, tot dikwijls in de late uren. En voor velen begint de dag al erg vroeg.
Is het dan wel wijs om je broodnodige nachtrust te gaan verstoren om te gaan bidden ?
Antwoord : Ja, het is zeer wijs.

Natuurlijk moet je daarmee verstandig omgaan. Het kan niet de bedoeling zijn dat je er lichamelijk aan onderdoor gaat. Nachtgebed gaat niet om een uitputtingsslag of om de religieuze held te willen uithangen. Het gaat om de heilige Geest die je lichaam wekt om in het holst van de nacht je ziel tot God te verheffen.
Dat is het wezen. Dus in eerste instantie is het geen initiatief van de bidder, maar het is God zelf die je roept om je in zijn Geest tot zich te trekken. Hij roept je door diep in jezelf het verlangen te wekken te bidden. Dit verlangen is het zachte vuur van de Geest diep in je ziel. Bidden is gehoor geven aan dit waaien van de Geest in jezelf. Je zet daarvoor misschien wel je wekker, maar in wezen is het de Geest die je doet verlangen naar gebed.

Gebed in de nacht heeft iets moois, iets bijzonders. Het gaat niet om emotionaliteit of sfeerschepping (hoewel de nacht haar eigen sfeer heeft) maar de nacht heeft iets bijzonders.
Er is geen activiteit, geen agenda, geen ‘moeten’, geen uitvlucht,… het is stil. Het is rustig. Deze buitenkant kan binnenkant worden: stilte, rust.
Een kaars, gewoon knielen, je handen open, je ogen toe, en gewoon ademen… rustig diep in- en uitademen, alsof de Geest bezit neemt van je ademen, van je lichaam, je ziel, je gebed.
Stil vallen, niets doen, weinig of misschien helemaal geen woorden. Gewoon er zijn. Bij God zijn. Hij bij jou, jij bij Hem. En laat dit maar zijn. Niets verwachtend. Enkel zijn aanwezigheid in en uit ademen.
Proef zijn liefde, drink zijn vrede, laat je opnemen door Hem. Laat het gebeuren. Val helemaal stil. Val zelfs in slaap. Maar maak het niet zelf.

En ja… je zit daar niet alleen. Je bidt in Christus. En Christus is gemeenschap. Breng rustig die gemeenschap voor God, alle kinderen Gods, de hele mensheid, alle volkeren. Laat Christus dit doen in jou. Bid in eenheid met Hem om vrede tussen de volkeren, om Gods vrede in de harten van alle mensen. Dat God de mensheid mag vergeven, haar mag behoeden, haar mag leiden. Dat de mens God welkom mag heten, opdat zijn wil moge geschieden, op aarde als in de hemel.

Lieve mensen, terwijl ik deze woorden tik moet ik vaststellen hoe arm ze zijn. Gebed is niet te verwoorden. Het is iets van God wat in de mens gebeurt.

Ik ga afronden. Het is laat. De nacht is reeds gevallen. Morgen is het weer vroeg dag.

Moge het gebed ons allen dierbaar zijn/worden. Het is de ziel van onze samenleving.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
kom met uw heilige Geest over ieder van ons,
waai met haar gaven over Kerk en wereld.
Vandaag bidden wij om de gave van het gebed,
het gebed van Christus in ons leven.
Mogen wij ons ten volle toevertrouwen aan Hem,
aan zijn bidden in ons.
Mogen wij verliefd worden op het gebed.
Amen.