Lezingen van de dag – donderdag 19 mei 2016


Heilige (of feest) van de dag

Ivo Hélory († 1303)05-19-1303-ivo_1

Ivo Hélory; Tréguier, Frankrijk; priester & jurist

Hij werd op 17 oktober 1253 geboren op het landgoed Kermartin in het plaatsje Minihy dichtbij Tréguier in Bretagne. Hij was van gegoede afkomst. Vanaf 1267 studeerde hij gedurende tien jaren te Parijs rechten, filosofie en theologie. Daarna specialiseerde hij zich verder in de Rechten te Orléans. Van 1280 tot 1284 was hij kerkelijk rechter te Rennes. Hij leidde een gestreng leven: een collega zag toevallig waar hij sliep: er lagen schots en scheef wat blokken hout op de grond, hier en daar wat opgevuld met stro; één of andere goedkope lap deed dienst als deken. Intussen probeerde Ivo zijn kennis en kunde vooral ten goede te laten komen aan de armen en ongeletterden.

Hij ontving in Rennes ook de priesterwijding. Toen de bisschop uit zijn geboortestad Tréguier een beroep op hem deed, kwam hij met de kerkelijke overheden van Rennes tot de slotsom dat hij daaraan gehoor moest geven. Uit erkentelijkheid voor al zijn verdiensten kreeg hij van zijn kerkelijke werkgever te Rennes een paard cadeau; daarmee zou de reis naar huis een stuk sneller en gemakkelijker gaan. Maar voor hij vertrok had hij het alweer verkocht en de opbrengst onder de armen verdeeld.

Van 1292 tot 1298 was hij plattelandspastoor te Louannec. Hij preekte eenvoudig en recht tot het hart van de mensen; bovendien sprak hij gewoon Bretons, de taal van de streek. Intussen bleef hij zijn ambt van advocaat uitoefenen. Men noemde hem al gauw ‘de advocaat van de armen’. Hij was bijzonder scherpzinnig, wanneer hij het onrecht van rijken jegens armen moest ontmaskeren.

Vanaf 1298 trok hij zich terug op het ouderlijk landgoed dat hij had geërfd. Hij richtte er gasthuizen in voor zieken, bejaarden, wezen en zwerfkinderen. Hij sliep zelf op een houten brits met een stromatras. De bijbel diende hem als hoofdkussen. Daarnaast had hij er een kapel en een spreekkamer. Daar aanhoorde hij alle klachten over het onrecht dat de rijken de armen aandeden.

Van overal kwamen armen, analfabeten en rechtelozen zijn hulp inroepen. Vaak ging hij zelf naar het kasteel van een rijke heer om een koe of schaap terug te vorderen, dat door de heer in beslag genomen was, zogenaamd omdat een boer zijn belasting niet had betaald.

Thuis deelde hij elke avond zijn tafel met een hele drom zwervers en bedelaars. Hij was degene die hen bediende en verzorgde. Er wordt verhaald dat op een avond een bijzonder onappetijtelijke verschijning aan zijn poort kwam aankloppen. De man zat onder de zweren en hij stonk afschuwelijk. Ivo liet hem aan zijn rechterhand plaatsnemen. Hij at met hem samen uit dezelfde schotel. De anderen waren nog lang niet uitgegeten, toen de vreemde zwerver alweer opstond om te vertrekken. Bij de deur stak hij zijn hand op en groette allen: “De Heer zij met u.” Onmiddellijk nadat hij door de deur was verdwenen, keerde hij terug, maar nu zo stralend en schitterend en zo’n weldadige geur verspreidend, dat het voor ieder duidelijk was: dit is de Heer zelf. Nog lang daarna hoorde men Ivo verzuchten: “Ik kan het maar nauwelijks geloven dat de Heer aan ons een bezoek heeft gebracht. Ik had Hem ook bijna niet herkend.”

Bij zijn leven al werd hij beschouwd als een groot heilige.

Hij is patroon van Bretagne; van de steden Rennes en Tréguier alsmede van de universiteit van Nantes. Daarnaast is hij beschermheilige van de rechtspraak. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor een goed en eerlijk verloop van een proces. Daarnaast is hij beschermheilige van de juristen (rechtsgeleerden), procureurs, rechters, vrederechters en gerechtsdienaren, advocaten, notarissen en deurwaarders en van alle ministeriële ambten; van pastoors en priesters; van de armen en wezen; bovendien van draaiers en houtbewerkers. De kerk te Tréguier waar hij begraven ligt, is nog altijd een drukbezocht bedevaartsoord.

Hij wordt afgebeeld als advocaat (toga en baret), met een boek bij zich en een schrijfveer. Vooral in Bretagne ziet men hem vaak tussen een arme en een rijke, waarbij hij zich meestal uitdrukkelijk tot de arme wendt.

donderdag in de zevende week door het jaar


Uit de brief van Jakobus 5, 1-6

Dikwijls is rijkdom een gevolg van directe of indirecte onrechtvaardigheid. Zoiets is wraakroepend. Ook tot de Heer zijn de kreten van deze armen, van de ontelbare slachtoffers van economische systemen, doorgedrongen. Hij vergeet dit roepen om gerechtigheid niet.

En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt. Uw rijkdom is verrot en uw kleding is door de mot aangevreten. Uw goud en zilver is verroest, en die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt. Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen. U hebt op aarde in weelde gebaad en losbandig geleefd, u hebt uzelf vetgemest voor de slachttijd. U hebt de rechtvaardige veroordeeld en vermoord, en hij heeft zich niet tegen u verzet.

 

Psalm 49, 14-20

Refr.: Zalig de armen van geest.

Dit is het lot van wie op zichzelf vertrouwen,
zo vergaat het wie zichzelf graag horen:
als schapen verblijven zij in het dodenrijk,
en de dood is hun herder.Drieeenheid_2

In de morgen vertrappen de oprechten hun graf,
hun lichaam teert weg
in het dodenrijk en vindt geen rust.
Maar mij zal God vrijkopen
uit de macht van het dodenrijk,
mij zal Hij wegnemen.

Wees niet bevreesd als iemand rijk wordt,
een groter huis heeft en meer weelde.
Want bij zijn dood kan hij niets meenemen,
zijn weelde volgt hem niet in het graf.

Ook al prijst hij zich gelukkig met zijn leven,
wie roemt je niet in je voorspoed ?
Hij zal zich voegen bij zijn voorgeslacht,
bij hen die het licht nooit meer zullen zien.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 41-50

Wie uit liefde zijn medemensen benadert, benadert Christus zelf. Wie hen kwaad berokkent, benadeelt Christus zelf. Wie hen ergert en hen tot zonde brengt, moet de oorzaak van de ergernis wegnemen uit zijn leven, zelfs als kost het hem een oog of een hand.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden.
Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd.
Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur.
Als je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden.
En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.
Iedereen moet met vuur gezouten worden. Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’

Van Woord naar leven

‘Iedereen moet met vuur gezouten worden. Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’ Zo zegt ons Jezus vandaag.

Lieve mensen, ik weet niet hoe jullie frietjes eten, maar wij hier thuis eten frietjes met zout. Frietjes zonder zout… nee, het zou niet smaken, het zou smaakloos zijn.
Zo is het ook in het leven. We zijn geroepen zout op ons leven te strooien, opdat onze omgang met elkaar smaakvol zou zijn. Zonder innerlijk zout zou ons leven smaakloos zijn.

De Heer is het grote zoutvat van ons bestaan. Hij is het innerlijk zout van ons leven. Neem dat zout weg… wat zouden we nog zijn… Smaakloze, droge, saaie mensen, waar niemand wat aan heeft.

De Heer geeft smaak aan ons bestaan, Hij is de pit van onze liefde voor elkaar, de glimlach van God, de warmte van de Geest. Hij maakt door ons en met ons de samenleving in de diepte mooi. Zijn zout doet de samenleving goed omwille van het feit dat de liefde de samenleving deugd doet. De liefde is de bedoeling van de samenleving. Neem deze liefde, dit zout, weg, en wat schiet er nog over van de samenleving: een koude gemeenschap van mensen. Nee, dat kan niet de bedoeling zijn. Daar mogen we niet aan toegeven.

Laat ons zout zijn voor elkaar, in de hele kleine dingen van elke dag. Moge we dit doen vanuit Jezus in ons hart, het zoutvat van ons leven.

En lukt het eens een dag niet… ach, geen nood. God bemint je er niet minder om. Morgen weer een nieuwe dag.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,cosmic-christcu
Gij zijt het zout der aarde, en wilt de pracht van Gods liefde door ons heen openbaren. Moge Gods Geest in ons neerdalen, opdat wij zuivere instrumenten van U mogen worden, en alzo Gods schoonheid gezien wordt, erkend en bemind. Mogen wij, vanuit U, zout zijn voor Kerk en samenleving. Kom Jezus, neem ons op in U, schenk ons uw heilige Geest, maak ons deelgenoot van uw leven in de Vader.
Amen.