Lezingen van de dag – donderdag 2 aug 2018


Heilige (of feest) van de dag

Eusebius van Vercelli († 371)

Italië; bisschop & martelaar († 371)

Hij moet rond 283 geboren zijn op het eiland Sardinië. Volgens de overlevering waren zijn ouders al christen. Zijn vader zou tijdens een christenvervolging in het jaar 310 als gevangene naar Rome zijn overgebracht; maar onderweg overleed hij aan de ontberingen. Daarop zou zijn moeder naar Rome verhuist zijn, waar haar zoon Eusebius het doopsel ontving uit handen van paus Eusebius († 309). Eenmaal volwassen diende hij de kerk als voorlezer (lector) tot hij als eerste bisschop benoemd werd van de stad Vercelli, gelegen in de Noord-Italiaanse landstreek Piemonte. Zijn wijding vond plaats op 15 december, waarschijnlijk in het jaar 340.
De eerste vijftien jaren van zijn ambtsperiode probeerde hij het monniksleven in te voeren onder de geestelijken van zijn bisdom. Daarmee is hij volgens een getuigenis van bisschop Ambrosius van Milaan († 397) de eerste bisschop die zijn geestelijken een gemeenschappelijke leefregel voorschrijft.

Later zal Sint Augustinus († 430) hem daarin navolgen; diens regel wordt in de komende vijftienhonderd jaar het model voor alle geestelijken die volgens een soort van kloosterregel hun leven wensen in te richten.

In 355 wordt hij echter tezamen met Dionysius van Milaan († ca 359) en Lucifer van Cagliari († 370) in ballingschap gestuurd, omdat zij zich op de bisschoppenvergadering van Milaan van dat jaar krachtig verzetten tegen de almaar groeiende invloed van de arianen.
Volgens het verhaal legde Eusebius tijdens een van de zittingen de geloofsbekentenis van Nicea op tafel en eiste van elke aanwezige bisschop dat deze zich daarmee akkoord zou verklaren. De publieke tribune juichte dit idee luidkeels toe. Daarop verlegde keizer Constantius (337-361) de hele vergadering naar de kapel in zijn paleis om aldus greep op de besprekingen te krijgen. Naar het schijnt kwam hij zelfs met getrokken zwaard op bisschoppen af die niet zeiden wat hij als sympathisant van de ariaanse ketterij wenste te horen!

De keizer stuurt de onwillige bisschoppen naar Scyhopolis in Palestina, waar aldus de oude verslagen de ariaan Patrofilus bisschop was: een man met een stalen gezicht en een stalen hart. Deze zet zijn collega’s gevangen en laat hen dagen lang zonder eten of drinken. Maar het breekt de drie niet. Integendeel, Zij blijven standvastig en Eusebius steunt zijn gelovigen in het verre Italië door herhaaldelijk brieven te schrijven. Naar het schijnt zijn er nog enekele van bewaard gebleven. Vanuit Palestina wordt hij verbannen naar Cappadocië (in het huidige Midden-Turkije) en van daaruit weer naar de monniken in de Egyptische woestijn. Daar moet hij in contact gekomen zijn met de grote bisschop Alexandrië Athanasius († 373), een zo mogelijk nog verbetener bestrijder van de arianen dan Eusebius. Beide mannen zullen elkaar wel krachtig bevestigd hebben.
Pas onder Constantius’ opvolger, Julianus de Afvallige (361-363) kan hij weer naar huis terugkeren. Daar wordt hij als held en overwinnaar binnengehaald. Sint Hieronymus († 420) schrijft erover: “Bij Eusebius’ terugkeer droogde heel Italië zijn tranen.” Bij die gelegenheid zou hij – volgens de overlevering – een zwart Mariabeeld (‘Zwarte Madonna’), meegebracht uit Palestina, hebben achtergelaten in het Italiaanse bergdorpje Oropa; sindsdien is dat een gewild bedevaartoord.

De laatste jaren van zijn leven werkt hij samen met bisschop Hilarius van Poitiers († ca 368) die zich op irenische wijze beijvert de eenheid onder de christenen te herstellen.
Eusebius sterft in 371, en wordt bijgezet in de plaatselijke basiliek, die later zou worden toegewijd aan Sint Theonestus († 425). Vanwege alles wat hij heeft moeten doorstaan wordt hij vereerd als martelaar.

donderdag in week 17 door het jaar


Uit de profeet Jeremia 18, 1-6

Jeremia herneemt hier het vertrouwde beeld van het boek Genesis: de mens is als leem in de hand van de pottenbakker. Zoals de leem kan de mens niet ontsnappen aan de boetserende handen van God. Al het is het beeld nadien door anderen vervangen, het onderlijnt zeker dat het initiatief met de mens bij God ligt.

De Heer richtte zich tot Jeremia:
‘Ga naar de werkplaats van een pottenbakker, daar zal Ik laten horen wat Ik je te zeggen heb.
Ik ging naar een werkplaats, waar een pottenbakker juist op zijn draaischijf aan het werk was. Als de pot die hij maakte mislukte, begon hij opnieuw en vormde hij de klei tot een andere pot, precies zoals hij zich die had voorgesteld.
De Heer zei: ‘Volk van Israël, Ik kan met jullie hetzelfde doen als die pottenbakker – spreekt de Heer. Immers, jullie zijn in mijn handen als klei in de handen van een pottenbakker.’

 

Psalm 146, 2-6

Refr.: Gelukkig wie de God van Jacob tot hulp heeft.

De Heer wil ik loven, zolang ik leef,
mijn God bezingen zolang ik besta.

Vertrouw niet op mensen met macht,
op een sterveling bij wie geen redding is.

Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde,
op die dag gaat hij met zijn plannen ten onder.

Gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft,
wie zijn hoop vestigt op de Heer, zijn God.

God, die hemel en aarde heeft gemaakt,
de zee en alles wat daar leeft,
Hij die trouw is tot in eeuwigheid.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 47-53

De parabel over het net handelt over de veroordeling van de slechten. Dit zal pas gebeuren op het einde der tijden. God laat hen alle kans om zich nog te bekeren. Hiermee eindigt de reeks parabels van Matteüs over het koninkrijk. Hij toonde er in hoe het Oude Verbond zijn voltooiing vond in het nieuwe.

Jezus sprak tot de menigte:
‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.
Hebben jullie dit alles begrepen?’
‘Ja’, antwoordden ze.
Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt.’
Toen Jezus deze gelijkenissen had uitgesproken, verliet Hij die plaats.

Van Woord naar leven

‘Jullie zijn in mijn handen als klei in de handen van een pottenbakker’, zo spreekt God vandaag doorheen de profeet Ezechiël.

God is de pottenbakker, wij zijn de klei. Wij zijn geroepen om ons te geven aan het scheppende werk van de pottenbakker. Zo zullen we die pot, of dat beeldje, worden zoals de pottenbakker het gewild heeft.

Het verschil met echte klei is dat de mens ‘nee’ kan zeggen: ‘nee’ tegen het werk van God in jezelf. Wij hebben de vrijheid om van Hem weg te lopen, onze eigen weg te gaan los van Hem, ons leventje zelf in handen te nemen alsof God niet bestaat.

Het zou jammer zijn moesten we vergeten dat God met ieder van ons een bepaalde weg wil gaan. Want dat wil Hij wel degelijk. Hij wil het met ieder van ons persoonlijk, alsook met de Kerk als gemeenschap, alsook met de hele mensengemeenschap.

Als je de dag van vandaag de wereld inkijkt dan zien we verschillende brandhaarden. Denk aan de wandaden van IS en Al-Shabaab, aan de drugoorlogen in Zuid-Amerika, aan vele vormen van bezetenheid door het kwaad wereldwijd. Maar denken we ook aan de talrijke brandhaarden binnen onze gezinnen, binnen relaties, tussen collega’s, ook de brandhaarden in ons eigen hart.

Moge God de wereld, ieder van ons, vergeven, en mogen wij ons allen in waarheid keren tot Hem. Moge Hij terug de pottenbakker zijn voor ieder van ons, voor de gehele mensheid.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
klei was je in de handen van je Vader, Hij boetseerde je naar zijn liefde opdat je de wereld zou tonen wat het betekent te leven in Gods wil. Heer, trek ons in de brand van uw liefde, opdat wij U volgend, verenigd met U, mogen doen wat God van ons vraagt.
Kom Jezus, kom,  voltrek in ons het wonder van uw liefde. Amen.