Lezingen van de dag – donderdag 2 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Opdracht van de Heer
– Maria Lichtmis –

feest

Naar analogie met de traditie in de oude Kerk van Jeruzalem herdenken wij op deze dag hoe Jezus, zoals de joodse wet dat voorschrijft, veertig dagen na zijn geboorte in de tempel aan God wordt opgedragen. Net als de Openbaring des Heren (Driekoningen) en het Doopsel van Jezus in de Jordaan viert dit feest een aspect van de veelvormige openbaring des Heren: bij zijn opdracht wordt het kind van Maria door Simeon in de tempel erkend als ‘het Heil dat God heeft bereid voor de volkeren en als een Licht dat voor de heidenen straalt’.
Daarom is deze dag allereerst een feest des Heren – in de traditie van de Oosterse Kerken spreekt men van ‘Ontmoeting van de Heer’ – en eigenlijk pas daarna ook een Mariafeest.

De benaming ‘Maria Lichtmis’ herinnert aan de kaarsenprocessie als een hulde aan Maria. De liturgie van deze dag ziet die processie eerder als de opgang naar het huis van God, waar wij de Heer ontmoeten bij het breken van het brood in afwachting van zijn wederkomst in heerlijkheid.

Het feest van de ‘Opdracht van de Heer’ in de tempel wordt op de dag zelf (2 februari) gevierd, ook als die op een zondag valt. Diezelfde dag wordt ook het feest van de ‘Sedes sapientiae’ gevierd, de beschermheilige van de Katholieke Universiteit van Leuven gevierd. Traditiegetrouw reikt de Leuvense universiteit op haar patroonsfeest dan enkele eredoctoraten uit aan persoonlijkheden die zich in wetenschappelijk of maatschappelijk opzicht hebben onderscheiden.

Reiniging en opdracht

Lucas vertelt in zijn evangelie (Lc 2,22-40) hoe Jozef en Maria het kind Jezus veertig dagen na zijn geboorte naar Jeruzalem brachten om het toe te wijden aan God. De wet van Mozes schrijft immers voor dat een vrouw veertig dagen na de geboorte van haar zoon naar de tempel moet gaan om ‘gereinigd’ te worden. Een voorschrift waarnaar de oude Latijnse naam van het feest zo goed als letterlijk verwijst: ‘In purificatione Beatae Mariae Virginis’ of het feest van de zuivering van de zalige maagd Maria.
Een tweede element is de ‘opdracht van Jezus’ in de tempel. De wet des Heren schrijft namelijk ook voor dat de eerstgeborene van het mannelijke geslacht aan de Heer moet worden toegewijd en dat daarbij een koppel tortels of twee jonge duiven moeten worden geofferd. Als Jozef en Maria met Jezus de tempel binnenkomen, stapt de oude, vrome en door de heilige Geest geleide Simeon op hen af. Hij neemt het kind in zijn armen en dankte God. Nu was immers in vervulling gegaan wat de heilige Geest hem had voorzegd: dat hij niet zou sterven voordat hij de Messias had aanschouwd. Simeon noemt het kind ‘een Licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen en een glorie voor uw volk Israël’ (Lc 2,32). Maar diezelfde Simeon voorspelt Maria ook dat Jezus een omstreden teken zal zijn en dat het leed ook haarzelf niet zal worden bespaard: “Ook door uw ziel zal een zwaard gaan” (Lc 2,35).

Ontmoeting van de Heer

In de Oosterse Kerken heet het feest ‘Ontmoeting van de Heer’: de Messias ontmoet in de oude Simeon het volk van Israël. Jezus wordt opgedragen aan God en openbaart zich als Messias, als Christus aan het volk van God. In die ontmoeting speelt Maria een onvervangbare rol: zij ‘draagt’ het kind. In de evangeliën en in de oude liturgische feesten staat Maria nooit alleen, maar altijd in functie van Christus. Dat is ook vanaf het eerste begin de traditie om Maria af te beelden: met het kind op schoot, later op de arm.

In dat dragen van het kind staat Maria tot voorbeeld voor de kerkgemeenschap. Zoals Moeder Maria het doet, zo mag de christelijke gemeenschap doen: gehoor geven aan God die haar roept om Jezus te ontvangen (Boodschap), de grote hoop die God in haar wekt, delen met anderen (Bezoek), Jezus mens laten worden in haar midden (Kerstmis), de plaats worden waar arme herders, maar ook zoekende wijzen Jezus vinden (Openbaring van de Heer) en Jezus dragen naar de mensen (Lichtmis).

En de oude vrome Simeon begroet Jezus de Messias met woorden van licht: Licht dat voor de heidenen straalt, glorie voor uw volk Israël. Het licht is dan ook het centrale teken van dit feest: Licht-mis. Wij ontvangen een branden kaarsje en houden een processie: wij gaan, met het lichtje dat wij ontvangen, op weg. En na de viering nemen we het licht mee naar huis om het uit te dragen naar anderen.

Opdracht van de Heer

feest  –  eigen lezingen


Twee eenvoudige Joodse mensen, Jozef en Maria, gaan met hun kind de tempel binnen. Uiterlijk gezien vervullen zij alleen hun plicht, spreken zij hun geloof en vertrouwen uit in God. Toch is het de bijzonderste gebeurtenis die zich ooit in dat oude gebouw heeft afgespeeld. Want met Jezus, Maria en Jozef, met Simeon en Hanna, neemt een nieuwe generatie plaats in de tempel, namelijk zij die zich ‘arm van geest’ mogen noemen, de Anawin, die zich open stellen en overgeven aan het leven van God in en rondom hen. Zij laten hun geloof niet aantasten door tegenslag of verdriet, omdat zij weten dat God alles ten goede leidt.


Uit de profeet Maleachi 3, 1-4

De Heer die gij verwacht, treedt zijn heiligdom binnen.

Dit zegt God de Heer:
‘Let op, Ik zal mijn bode zenden; Hij zal de weg voor mij effenen. Opeens zal Hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het verbond naar wie jullie verlangen. Komen zal Hij – zegt de Heer van de hemelse machten.
Wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal overeind blijven wanneer Hij verschijnt? Hij is als het vuur van een smid, als het loog van een wolwasser.
Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal Hij zuiveren en zeven als goud en zilver, en dan zullen ze op de juiste wijze offeren aan de Heer.
De offers van Juda en Jeruzalem zullen de Heer met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer.

 

Psalm 24, 7-10

Refr.: De Heer is de Koning der glorie.

Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef u, aloude ingangen:
de Koning vol majesteit wil binnengaan.

Wie is die Koning vol majesteit ?
De Heer, machtig en heldhaftig,
de Heer, heldhaftig in de strijd.

Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef ze, aloude ingangen:
de Koning vol majesteit wil binnengaan.

Wie is Hij, die koning vol majesteit ?
De Heer van de hemelse machten,
Hij is de koning vol majesteit.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 2, 22-40

Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd.

Toen de tijd was aangebroken dat Maria en het kind zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’
Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.
Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien. Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:
‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die U bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’
Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd.
Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door Hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’
Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.
Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret.
Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op Hem.

Van Woord naar leven

Toen Simeon de kleine Jezus in zijn handen nam bad hij die mooie en diepe woorden: ‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die U bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’

Lieve mensen,
doorheen Christus nodigt God voortdurend uit tot liefhebben. Wie ingaat op deze uitnodigingen kan ’s avonds met recht en rede bidden naar de woorden van de oude Simeon: ‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede gaan slapen, want ik heb U mogen ontmoeten.’

Ja, zo is dat. Liefhebben is de Heer ontmoeten; Hem niet enkel zien, maar Hem ook ontmoeten. Christelijk liefhebben is immers een diep genadevol gebeuren waarin de Heer zich openbaart, waarin Hij zich laat ontmoeten, waarin Hij de grootsheid van God toont. Want God is liefde.

Laat ons liefhebben, om de woorden van Simeon vanavond met hart en ziel te kunnen bidden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
wees de ziel van onze liefde,
opdat wij beeld mogen zijn van God,
beeld van de minne,
beeld van de schepping.
Amen.