Lezingen van de dag – vrijdag, 2 september 2016


Heilige (of feest) van de dag

Margarita van Leuven († 1225)candle-1129354_640

België; martelares

Zij werd in het begin van de 13e eeuw – waarschijnlijk in het jaar 1207 – te Leuven geboren, en was afkomstig uit een armelijk milieu. Op haar achttiende werkte zij als dienstertje in herberg ‘Sint Joris’ aan de Holstraat; deze werd gedreven door haar oom Amandus. Hij ontving er vooral pelgrims. Toen oom en tante besloten bij de cisterciënzers in te treden, verkochten zij hun herberg. Margriet gaf te kennen dat zij in wilde treden in de orde van de cisterciënzerinnen, indertijd ook wel naar hun stichter ‘bernardinen’ genoemd.

Maar op de vooravond dat de herbergier zijn woning zou verlaten, klopte er een groepje van acht pelgrims aan met de vraag of zij onderdak konden krijgen. Omdat alle drank al het huis uit was, werd Margriet er met een kruik in de hand op uit gestuurd om ergens iets voor de kerels te halen. Zij bleken echter verklede bandieten die precies op de hoogte waren van de situatie. Zij wisten dat er geld in huis moest zijn en maakten van de afwezigheid van het meisje gebruik om de herbergier en zijn vrouw te vermoorden en de zaak leeg te plunderen. Toen het dienstmeisje bij terugkomst de afschuwelijke waarheid ontdekte, werd zij buiten de stad gesleurd, verkracht en met een priem om het leven gebracht. De schurken gooiden haar lijk in de Dijle. Dit alles speelde zich af op 2 september 1225.

Een paar dagen later werd zij door vissers in het water aangetroffen, met nog een stuk van de kruik in haar hand. Zij borgen haar lichaam en begroeven het op de oever, maar gaven er geen bekendheid aan, omdat zij vreesden dat zijzelf dan de schuld zouden krijgen. Voorbijgangers meenden een wonderbaar licht boven die plek te zien. Daarom werd zij weer opgegraven en bijgezet in een houten kapelletje naast de grote Sint-Pieterskerk.

Honderd jaar later werd dit verhaal door een monnik wat opgesmukt en vroom verfraaid. Hij vertelde dat het lijk van Margriet in het water niet zonk, maar door vissen omhoog werd gehouden. Zo dreef het tegen de stroom in naar Leuven terug. Op dat moment verbleef hertog Hendrik van Brabant op de Keizersberg. Die nacht werd zijn aandacht getrokken door een wonderlijk schijnsel boven het water en gezang van engelen aan de hemel. Zo keerde Margriet terug naar Leuven, plechtig begeleid door een processie van de hertog en zijn vrouw, en al de burgers van de stad.

Niet lang na haar dood werd haar leven op schrift gesteld door de cisterciënzermonnik Caesarius, prior van klooster Heisterbach († 1240); hij stond in nauwe betrekking met het Brabantse cisterciënzerklooster Villers even ten zuiden van Brussel. Dat was het klooster waar oom Amandus had willen intreden.

Caesarius weet nog te vertellen dat Amandus en zijn vrouw na hun dood verschenen aan een monnik van Villers. Deze vroeg hun waar zij zich bevonden. Zij antwoordden, dat ze de volmaakte heerlijkheid nog niet bereikt hadden. Daarop vroeg de monnik naar het meisje. Waarop de verschijningen zeiden: “Al wat wij aan genade ontvangen hebben, danken we aan de verdiensten van Margriet. Wij durven zelfs niet op te zien naar de heerlijkheid waarin zij zich bevindt.” En Caesarius besluit: “Zie je nu hoeveel eenvoud en schuldeloos leven bijdragen tot de marteldood?”

In 1540 werd de houten kapel vervangen door een van steen. In de Sint-Pieterskerk staat haar levensverhaal afgebeeld op vijf schilderijen van Pieter Jozef Verhagen (ca 1760). Boven een zij-ingang is er een borstbeeldje van haar aangebracht. In de stad is op de plaats van het misdrijf sinds kort een beeld van Margriet geplaatst: zij is naakt afgebeeld op haar rug boven op de stroom van het water; het maakt eerder een erotische dan piëteitvolle indruk.

Zij is patrones van horecapersoneel en wordt afgebeeld als jong dienstmeisje met kruik.

donderdag in week 22 door het jaarbijbel


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 4, 1-5

Een apostel mag niet uitsluitend op zijn eigen oordeel afgaan, noch zich laten beïnvloeden door slogans. De boodschap naar de mond van de mensen ombuigen is ontrouw. De christenen verwachten van ware apostelen dat ze trouw het hele en onvervalste evangelie doorgeven.

Broeders en zusters,
men moet ons beschouwen als dienaren van Christus, aan wie het beheer over de geheimen van God is toevertrouwd. Van iemand die deze taak vervult, wordt verlangd dat hij betrouwbaar is.
Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet, en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin. Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd. Het is de Heer die over mij oordeelt.
Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat de mensen heimelijk beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt.

 

Psalm 37, 3 + 4 + 5 + 6 + 27 + 28 + 39 + 40

Refr.: De Heer redt wie schuilt bij Hem.

Vertrouw op de Heer en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
Zoek je geluk bij de Heer,
Hij zal geven wat je hart verlangt. Drieeenheid_2

Leg je leven in de handen van de Heer,
vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen:
het recht zal dagen als het morgenlicht,
de gerechtigheid stralen als de middagzon.

Mijd het kwade en doe het goede,
en je zult voor eeuwig wonen in het land,
want de Heer heeft gerechtigheid lief,
wie Hem trouw zijn, verlaat Hij niet.

Zij blijven voor eeuwig behouden,
maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd.
De rechtvaardigen vinden redding bij de Heer,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.

De Heer heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars,
Hij redt hen, want zij schuilen bij Hem.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 5, 33-39

De Kerk moet zich geregeld vernieuwen. Bijkomstige en achterhaalde gewoontes mag ze niet aanhouden ten koste van een gezonde aanpassing aan de mensen van nu. Zij moet zich steeds opnieuw de vraag stellen of ze de hele boodschap heeft vertaald en verstaanbaar gemaakt voor de mensen van nu, zodanig dat zij ervan kunnen leven. Niemand zet een oude lap in een nieuw kleed.

De schriftgeleerden en Farizeeën zeiden tegen Jezus: ‘De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de Farizeeën doen, maar die van U eten en drinken maar.’
Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’
Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Niemand scheurt een lap van een nieuwe mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. En niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. Jonge wijn moet in nieuwe zakken worden gedaan. Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge; hij zegt immers: “De oude wijn is goed!”’

Van Woord naar leven

De opdracht en de zending van Jezus is een blijde boodschap. Ze steekt mensen in een nieuw kleed, dat inderdaad niet meer bij het oude past zoals destijds de schriftgeleerden het leerden aan de toenmalige Joden. Jezus’ boodschap is een boodschap van jong bloed door het mensenhart, sprankelend en vurig als nieuwe wijn en totaal anders van smaak dan de oude. In goede en kwade dagen, voor eeuwig en voor goed, gaat God in Jezus een verbintenis met ons aan. Jezus is de bruidegom, het ja-woord van de Vader. Daarom vastten de leerlingen van Jezus toen niet. Jezus was met hen en ze gingen met Hem mee, zonder goed te beseffen wat er aan het gebeuren was.

Jezus liet de leerlingen immers van de ene verwondering in de andere vallen. Ze zaten als op de eerste rij telkens wanneer Jezus zieken genas, stormen bedaarde of broden vermenigvuldigde.
Maar evengoed moeten ze ervaren hebben dat het antwoord van Jezus aan de schriftgeleerden een goed en een waar antwoord was, tot op de laatste letter en het bittere einde.
Want hun vasten begon, zodra ze merkten dat Jezus zo volledig mens met ons wou worden tot de rauwe en pijnlijke consequenties toe van verraad, lijden en dood.

Hun vasten begon, zodra ze begrepen dat hun weg met Jezus niet louter triomftocht maar ook kruisweg werd, zodra ze inzagen dat echte vrienden van de bruidegom moesten inleveren, moesten afsterven aan hun oppervlakkig ik, zodra ze met hun leven gelovig zouden moeten getuigen dat op het grote bruiloftsmaal van God met de mensen de eersten laatst zullen zijn en de kleinsten grootst.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,FourCandlesForJeffBuckley-250x250
geef dat ons vasten ons mag doen hongeren en dorsten naar U, Gij die de waarheid zijt, de weg en het leven. Geef dat wij in ons vasten allen mogen opnemen die van U vervreemd zijn, opdat ieder uw liefde mag ontmoeten en beminnen. Geef dat wij dit mogen doen in de blijde hoop op uw eeuwig gastmaal waarvan wij hopen met allen en alles ooit deelgenoot te mogen zijn. Amen.