Lezingen van de dag – donderdag 20 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Marcianus van Auxerre († ca 470)

Marcianus (soms ook Marianus) van Auxerre (ook van Bourges), Frankrijk; monnik

Hij stamde van arme ouders en was afkomstig uit de Franse stad Bourges, die destijds kreunde onder de aanwezigheid van Gotische troepen die de ariaanse richting waren toegedaan.

Zij oefenden voor de trouw gebleven katholieken een waar schrikbewind uit. Misschien was dat de reden dat Marcianus zijn heil elders zocht. Hoe dan ook, hoe kreeg toestemming om zich als lekenbroeder aan te sluiten bij de St-Cosmas- en Damianusabdij even buiten de stad Auxerre. Dit klooster was enige jaren tevoren gesticht door de bisschop Sint Germanus († 448; feest 31 juli). Het stond nu onder leiding van abt Sint Mamertinus († 462; feest 30 maart). Hem werd de zorg voor de beesten toevertrouwd. Hij deed zijn werk in alle eenvoud met grote toewijding.

Naar het heet gebeurden er talrijke wonderen in zijn omgeving. Wanneer het etenstijd was riep hij de vogels naar zich toe. Maar beren en andere wilde beesten die een gevaar waren voor het vee, gaf hij duidelijk te verstaan dat ze zich uit de buurt moesten houden. Wat ze nog deden ook! Ook wordt van hem verteld dat hij eens een dief op zo liefdevolle, maar niet mis te verstane wijze terecht wees dat de man zich ter plekke bekeerde en later een beroemd predikant is geworden.

Na een heilige leven stierf hij op een eerste paasdag ergens tussen 466 en 477; sommigen menen rond het jaar 488. Het schijnt dat zijn klooster later naar hem werd genoemd, Sint-Marianus.

donderdag in de paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 3, 11-26

Bekering als evangelische oproep is een uitnodiging aan de mens om te geloven, om op zijn beurt te verrijzen, zichzelf nieuw te maken in Jezus. Bekering is een ontmoeting met de Christus van Pasen.

In die dagen, toen de lamme die genezen was zich aan Petrus en Johannes vastklamte, liep het volk verbaasd rond hen te hoop in de zuilengang van Salomo. Toen Petrus dat zag, richtte hij het woord tot het volk:
‘Israëlieten, waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen? Dit kon gebeuren omdat de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob, de God van onze voorouders, aan Jezus, zijn dienaar, de hoogste eer heeft bewezen. Het is deze Jezus die door u is uitgeleverd en verstoten, ook toen Pilatus bereid was hem vrij te laten. U hebt de Heilige en Rechtvaardige verstoten en geëist dat aan een moordenaar gratie verleend zou worden. Hem die de weg naar het leven wijst hebt u gedood, maar God heeft Hem uit de dood doen opstaan, en daarvan getuigen wij.
Het komt door zijn Naam en door het geloof in zijn Naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen; het geloof dat Jezus schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt.
Volksgenoten, ik weet dat u uit onwetendheid hebt gehandeld, evenals uw leiders. Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven.
Wend u af van uw huidige leven en keer terug tot God om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de Heer een tijd van rust doen aanbreken en zal Hij de messias zenden die Hij voor u bestemd heeft. Dat is Jezus, die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd aanbreekt waarover God van oudsher bij monde van zijn heilige profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld.
Mozes heeft al gezegd: “De Heer, uw God, zal in uw midden een profeet zoals ik laten opstaan; luister naar hem en naar alles wat hij u zal zeggen. Wie niet naar deze profeet luistert, zal uit het volk gestoten worden.” Samuël en alle profeten na hem hebben deze tijd aangekondigd. U bent de erfgenamen van de profeten; met uw voorouders heeft God zijn verbond gesloten toen hij tegen Abraham zei: “In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.”
God heeft zijn dienaar allereerst voor u laten opstaan en Hem naar u gezonden om ieder van u die zich afkeert van zijn slechte daden te zegenen.’

 

Psalm 8, 2a + 5 + 6 + 7 + 8 + 9

Refr.: Heer, hoe machtig is uw Naam op aarde.

Heer, onze Heer,
hoe machtig is uw Naam op heel de aarde.

Wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt,
het mensenkind dat U naar hem omziet ?

U hebt hem bijna een god gemaakt,
hem gekroond met glans en glorie.

U hebt hem toevertrouwd het werk van uw handen,
en alles aan zijn voeten gelegd.

Schapen, geiten, al het vee,
en ook de dieren van het veld.

De vogels aan de hemel, de vissen in de zee
en alles wat trekt over de wegen der zeeën.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 24, 35-48

Het is niet zo vanzelfsprekend het feit van de verrijzenis zonder meer te aanvaarden. Zelfs de leerlingen twijfelen. Jezus moet hen duidelijk maken dat Hij het inderdaad is. Het zich toevertrouwen aan eenvoudig en echt geloof, vervult de mens echter met vreugde, het brengt een rustige zekerheid. Geloven is niet zozeer een intellectueel aanvaarden dan wel een zich geven aan Jezus. Ten volle geloven is dan, dit geloof ook door heel zijn levenswijze waarmaken.

De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Jezus zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.
Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’
Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien.
Maar Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en voeten, Ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb.’
Daarna toonde Hij hun zijn handen en zijn voeten.
Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’
Ze gaven hem een stuk geroosterde vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
Hij zei tegen hen: ‘Toen Ik nog bij jullie was, heb Ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’
Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften.
Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem.’

Van Woord naar leven

Het evangelie van vandaag begint met :
De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Jezus zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Lieve mensen, iets soortgelijks heb ik gisteravond mogen meemaken. Een goede kennis van me kwam even binnenwaaien. Na eerst wat over de koetjes en de kalfjes van het leven te hebben gepraat, vertelde ik mijn vriend over de zeer mooie paasviering die ik eerder tijdens de dag mocht meemaken in het rusthuis waar ik werk. En eigenlijk zei ik iets soortgelijks tegen hem dan die eerste zin uit het evangelie. Ik vertelde hem namelijk hoe Jezus zich kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Want dat ervoeren we tijdens die paasviering: de Heer in ons midden, de Heer die ons verscheen zoals bij de leerlingen na zijn verrijzenis, de Heer in ons na het communiceren. Wat een feest ! En zo eenvoudig, zo puur, zo warm. Het enige wat er moest zijn was gemeenschap en geloof. Meer had de Heer niet nodig om zich te tonen.

In een slotwoordje na de viering zei ik dat communiceren net iets is als een verliefd koppel dat zegt tegen elkaar: ‘Ik zie je zo graag dat ik je zou kunnen opeten’. Wat is communiceren anders dan de Heer ‘opeten’, Hem tot ons nemen, omdat we Hem graag zien, en vooral: omdat Hij ons graag ziet.

Daar begint christendom: Hij ziet ons graag, en wij Hem. Daarmee begint het. Eigenlijk is het zo eenvoudig.

Natuurlijk moet dit beleefd worden, moet dit handen en voeten krijgen. Geen tenten op de Taborberg, maar terug naar beneden, naar het dagelijks leven, naar het nieuwe Jeruzalem, waarvan de kiem reeds groeit diep in onze ziel en verder groeit in al wat we doen in Jezus’ naam.

Kom, lieve mensen, laat ons christen zijn; mensen van geloof, hoop en liefde, die werken – biddend en handelend – aan een samenleving waar Gods liefde ten diepste geëerd wordt. In eenvoud.

Amen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
wij zijn U zo dankbaar, om al die momenten dat Gij U toonde, dat Gij U gaf, dat Gij ons opriep.
Dank U Heer, echt waar.
We zien U zo graag.
Amen.