Lezingen van de dag – donderdag 21 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Aloysius van Gonzaga (+ 1591)

Aloysius van Gonzaga sj, Rome Italië; jezuïetenstudent & verpleger pestlijders

Aloysius werd op 9 maart 1568 in het Italiaanse Castiglione bij Mantua geboren, als oudste zoon en erfgenaam van de hertog van Castiglione. Reeds op zijn vierde jaar werd hij door zijn trotse vader overal mee naartoe genomen, of het nu diplomatieke missies waren of jachtpartijen. Maar toen hij op een keer met malaria thuiskwam, was het afgelopen. Op zevenjarige leeftijd onderging de jongen een gevoelige verandering: hij werd meer teruggetrokken en in zichzelf gekeerd. Toen zijn vader na twee jaar terugkeerde van een zendingsreis naar Spanje, was hij trots op zijn zoon: de jongen zou straks een wijze en bedachtzame opvolger zijn.

Aan het hof  van De’Medici’s
Tezamen met zijn broer Rudolf werd de jonge Aloysius naar Milaan gestuurd om aan het hof van hertog Francesco de’ Medici zijn opleiding te krijgen in alle vaardigheden die hij straks als man van adel nodig had. Deze vriend van zijn vader behoorde tot de hoogste kringen van zijn tijd. Hij had omgang met alle machtigen der aarde. Hoe oogverblindend het leven daar ook was, de ruim tienjarige Aloysius had een bijzonder fijn gevoel voor wat echt en niet echt was. Hij keek door de mooie aankleding en rijke façades,  het gekonkel en geroddel, de vleierijen en pluimstrijkerijen heen; proefde bij velen de opgeschroefde onechtheid en trok zich van dit alles zoveel mogelijk terug. Wel ridderlijk opkomen voor Christus en zijn kerk, en het intussen houden met een of meerdere maîtresses. Hij walgde ervan en zocht zijn toevlucht in de huiskapel, de enige plek die veilig was. In zijn persoonlijk gebed beloofde hij plechtig nooit met opzet een zonde te bedrijven en niet mee te doen met het holle vertoon van de meesten hier aan het hof. In zijn eentje las hij vrome en theologische boeken. Natuurlijk kwam ook de kardinaal van Milaan zo nu en dan eens langs, Carolus Borromeus, die zelf later heilig verklaard zou worden. Deze was getroffen door de heilige ernst van het twaalfjarige kereltje. Door zijn toedoen mocht Aloysius ook de eerste communie ontvangen, want dat was nog altijd niet gebeurd. Vanaf dat moment begon het jongetje als een kloosterling te leven; ’s nachts bleef hij lang op om te bidden; hij vastte drie keer per week en hij bracht veel tijd door met bidden, lezen en mediteren.

Spaanse en Italiaanse hoven
Toen Maria van Oostenrijk na de dood van haar man, keizer Maximiliaan II, naar haar vaderland Spanje terugkeerde, bood vader Di Castiglione aan dat zijn familie haar zou vergezellen. In Madrid zocht Aloysius een pater jezuïet als biechtvader. Hem maakte hij zijn verlangen bekend om bij de jezuïeten in te treden. Hij was nu vijftien. Zijn biechtvader zei dat hij nog te jong was, en dat zoiets nooit zou kunnen zonder de toestemming van zijn vader.
Voorzichtig bracht hij zijn verlangen bij zijn vader ter sprake. Dat doorkruiste de toekomstplannen van de hertog volkomen. In zijn woede probeerde hij hemel en aarde te bewegen om zijn zoon op andere gedachten te brengen. Daarom stuurde hij hem in gezelschap van zijn jongere broer Rudolf langs de Italiaanse hoven in de hoop dat die bevlieging wel zou overgaan. Maar de jongen die het hof van de Medici’s in Milaan had meegemaakt, zag alleen maar meer van hetzelfde. Bij thuiskomst was hij des te vaster besloten om zijn leven aan wezenlijker dingen te wijden. Nu zag zijn vader in dat niets hielp en gaf tenslotte in arren moede zijn toestemming. Aloysius trad in bij de jezuïeten te Rome op 25 november 1585. Hij was op dat moment ruim zeventien jaar oud.

Jezuïet
Zijn geestelijk leidsman leerde hem nu zich te matigen in de strenge religieuze praktijken waaraan hij in de afgelopen jaren zo gewend was geraakt. De jonge novice zei van zichzelf: “Ik ben een stuk kronkelig metaal en ben ingetreden om gladgeschaafd te worden.” Vanaf nu leidde hij het leven van elke jezuïet in het begin van zijn opleiding: hij legde na afloop van het tweejarige noviciaat de drie religieuze geloften af, studeerde filosofie en deed zijn examens. In 1589 werd hij naar zijn ouderlijk huis teruggestuurd om een ruzie bij te leggen tussen zijn vader en zijn broer Rudolf. Daar had hij een flinke tijd voor nodig en pas in mei 1590 keerde hij naar Rome terug.

De pest
In 1591 werd Italië getroffen door allerhande rampen en ziektes. Aloysius ging uit bedelen om aalmoezen in te zamelen voor de pestlijders. Stuitte hij op straat op een stervende patiënt, dan droeg hij hem in zijn armen naar een hospitaaltje, waste de zieke, gaf hem te eten en deed alles wat nodig was. Hij walgde van de stank en de afzichtelijke goorheid van de zieken met hun wonden, de hospitalen met hun gebrek aan hygiëne en de ziekenzalen met hun smerige bedden en vuiligheid. Maar zijn overste maande hem tot voorzichtigheid. Er waren al genoeg jonge jezuïeten in opleiding het slachtoffer geworden van hun heldhaftigheid; ze raakten zelf besmet en stierven meestal niet lang daarna. Vandaar dat Aloysius’ overste hem opdroeg alleen naar het hospitaaltje te gaan van Maria van Altijddurende Bijstand. Daar werden namelijk geen pestlijders of andere gevallen van besmettelijke ziekten heengebracht. Aloysius gehoorzaamde. Maar de eerste de beste patiënt die hij er verzorgde, bleek achteraf wel degelijk besmet te zijn. Op 3 maart 1591 bleef de jonge jezuïet met hoge koorts in bed. Uiteindelijk kwam hij er wel weer bovenop, maar hij was intussen zo verzwakt dat hij tenslotte toch bezweek aan de gevolgen ervan. In de late avond van 21 juni 1591 blies hij zijn laatste adem uit; drieëntwintig jaar oud.

Op 19 oktober 1605 werd hij door paus Paulus V zalig verklaard. Paus Benedictus XIII verklaarde hem heilig op 31 december 1726 tegelijk met Stanislas Kostka, die in 1568 op achttienjarige leeftijd was gestorven.

Hij is patroon van Castiglione delle Stiviere en Mantua; van de jeugd, studerende jeugd, van studenten; zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen oogkwalen en de pest; patroon van beroepskeuze.

donderdag in week 11 door het jaar


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 48, 1-14

De profeten waren onversaagde boodschappers van God. Niets of niemand hield hun tegen. Elia en Elisa waren daarvan typische voorbeelden. Het latere boek Jezus Sirach spreekt met lof over hun inzet. Ze zijn ook voor ons een aansporing om niet te wijken voor eigen voordeel of voor opspraak.

Toen kwam Elia, een profeet als een vuur, zijn profetieën brandden als een fakkel. Hij bracht hongersnood over het volk, door zijn inzet voor de Heer maakte hij het klein in aantal. Op bevel van de Heer hield hij de regen tegen en liet hij driemaal vuur uit de hemel komen.
Hoezeer werd u geroemd, Elia, om uw wonderdaden, wie kan zich in roem met u vergelijken? U hebt een gestorvene opgewekt uit de dood, uit het dodenrijk, op bevel van de Allerhoogste. U hebt koningen ten onder doen gaan en voorname mannen op hun ziekbed laten sterven. Op de Sinai hebt u terechtwijzingen gehoord en op de Horeb strafgerichten. U hebt koningen gezalfd om te vergelden en profeten om u op te volgen. U werd opgenomen in een wervelwind van vuur, in een wagen met vurige paarden.
Over u staat geschreven dat u klaarstaat voor de vastgestelde tijd, om de toorn te stillen vóór hij razernij wordt, de ouders te verzoenen met de kinderen, de stammen van Jakob te herstellen. Gelukkig zijn zij die u gezien hebben en in liefde zijn gestorven; ook wij zullen zeker leven.
Elia verdween in een wervelwind, en Elisa werd van zijn geest vervuld. Hij beefde in zijn tijd voor geen enkele leider, niemand kreeg hem in zijn macht. Niets ging zijn krachten te boven, zelfs toen hij al gestorven was, profeteerde zijn lichaam nog. Bij zijn leven gaf hij tekenen, ook na zijn dood verrichtte hij wonderbaarlijke daden.

 

Psalm 97, 1-7

Refr.: Wees blij in de Heer, gij vromen.

De Heer is koning, laat de aarde juichen,
laat vreugde heersen van kust tot kust.

In wolk en duisternis is Hij gehuld,
zijn troon stoelt op recht en gerechtigheid.

Vuur gaat voor Hem uit,
rondom verterend wie tegen Hem opstaan.

Zijn bliksems verlichten de wereld,
de aarde ziet het en beeft.

De bergen smelten als was voor de Heer,
voor de Heer van heel de aarde.

De hemel vertelt van zijn gerechtigheid,
alle volken aanschouwen zijn majesteit.

Beschaamd staan zij die beelden aanbidden
en zich beroemen op goden van niets.
Voor Hem moeten alle goden zich buigen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 7-15

Eén zaak blijkt duidelijk in het gebed dat Jezus ons leerde: Wij kunnen slechts oprecht bidden tot de Vader als wij de kinderen van diezelfde Vader, onze medemensen, steeds weer opnemen en vergiffenis schenken.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het Hem vragen.
Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel. Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.

Van Woord naar leven

Het christelijk gebed is een geheimnisvol leven met God, een deelnemen aan de kern van zijn wezen, aan zijn goddelijke, drieëne Liefde.
In het gebed mogen we aanzitten aan de tafel van de Drieëne God, mogen we drinken van zijn Liefde zoals een kind drinkt aan de borst van zijn moeder.

Heel bijzonder uit zich dat in de woorden die de Heer ons zelf aanleert in het ‘Onze Vader’. Doorheen dit gebed neemt Hij ons op in zijn ja-woord tot de Vader opdat we zelf Gods liefde zouden worden.

Het is goed het ‘Onze Vader’ doorheen de dag in de stilte van ons hart met regelmaat te prevelen, te zingen, te overwegen. Meer dan we vermoeden brengt dit gebed ons in Gods leiding over ons leven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Onze Vader,
die in de hemel zijt,
uw Naam worde geheiligd,
uw rijk kome,
uw wil geschiede
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving
maar verlos ons van het kwade.
Amen.