Lezingen van de dag – donderdag 23 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Alexander de Akimiet († 430)

Alexander de Akimiet* (of Slapeloze) van Bythinië, Klein-Azië; kluizenaar & stichter

Hij is de stichter van de zogeheten ‘akimieten’ of ‘slapelozen’. Zijn eerste vestiging lag aan de Eufraat. Later verhuisde hij met vierentwintig medemonniken naar Constantinopel om ook daar het gebruik van de eeuwige aanbidding in te voeren. Daar is hij uiteindelijk op zeer hoge leeftijd gestorven.

* In kloosters van deze regel wisselden monniken elkaar af, zodat in de kerk dag en nacht, aan een stuk door de lof van God weerklonk.

donderdag in week 7 door het jaar


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 5, 1-8

Iedereen moet leren aanaarden dat hij zwak kan zijn en dat hij telkens opnieuw moet beginnen. Het is zeer verleidelijk onder tal van voorwendsels deze zwakheid te dulden. Eén van de voorwendsels waartegen deze lezing waarschuwt is Gods barmhartigheid. God is barmhartig, maar niet ten koste van onze luiheid.

Verlaat je niet op je bezit, zeg niet: ‘Ik ben van niemand afhankelijk.’
Volg niet de weg van je eigen begeerte, geef niet toe aan je eigen verlangens.
Zeg niet: ‘Wie kan mij bevelen?’ want de Heer straft je zeker.
Zeg niet: ‘Ik heb gezondigd, maar is mij iets overkomen?’ De Heer neemt alle tijd.
Denk niet dat je toch wel vergeven wordt, wees niet zo zorgeloos dat je zonde op zonde stapelt.
Zeg niet: ‘Zijn erbarmen is groot, Hij zal mij al mijn zonden vergeven.’
Weet goed: Hij kent zowel ontferming als woede, en zondaars treft Hij met zijn toorn.
Wacht er niet mee terug te keren naar de Heer, stel het niet dag na dag uit.
De toorn van de Heer barst plotseling los, als Hij je straft word je volledig te gronde gericht.
Verlaat je niet op onrechtmatig verkregen bezit, het helpt je niets in tijden van tegenspoed.

 

Psalm 1, 1-6

Refr.: Gelukkig de mens die vreugde vindt in de wet van de Heer.

Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de Heer
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Zo niet de wettelozen !
Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
Wettelozen houden niet stand waar recht heerst,
zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.
De Heer beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 41-50

Wie uit liefde zijn medemensen benadert, benadert Christus zelf. Wie hen kwaad berokkent, benadeelt Christus zelf. Wie hen ergert en hen tot zonde brengt, moet de oorzaak van de ergernis wegnemen uit zijn leven, zelfs als kost het hem een oog of een hand.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden.
Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd.
Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur.
Als je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden.
En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.
Iedereen moet met vuur gezouten worden. Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen wij in de eerste lezing:
Zeg niet: ‘Ik heb gezondigd, maar is mij iets overkomen?’ De Heer neemt alle tijd.
Denk niet dat je toch wel vergeven wordt, wees niet zo zorgeloos dat je zonde op zonde stapelt.
Zeg niet: ‘Zijn erbarmen is groot, Hij zal mij al mijn zonden vergeven.’
Weet goed: Hij kent zowel ontferming als woede, en zondaars treft Hij met zijn toorn.
Wacht er niet mee terug te keren naar de Heer, stel het niet dag na dag uit.

Het is en blijft waar: God is barmhartig. Het hoort tot het hart van de Bijbel, we lezen het zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Ook binnen het Jodendom en de Islam wordt deze waarheid hoog in het vaandel gedragen: God is een barmhartige God.

En al goed dat Hij dat is. Want laat ons eerlijk zijn… wat zouden we zijn zonder Gods barmhartigheid. God is vergevingsgezind, Hij is bereid ten allen tijde de van Hem vervreemde mens weer in zich op te nemen. Dat is liefde. Dat is God.

Maar, en daar gaan die enkele zinnen over hierboven aangehaald, het feit dat God barmhartig is, mag voor ons geen voorwendsel zijn om een loopje te nemen met het kwaad. Want God vergeeft toch… zou je kunnen zeggen… Inderdaad, Hij vergeeft, maar…

Inderdaad, maar …
God raakt ook aan. En soms (meer dan we vermoeden) geeft God zich te kennen aan de mens. Hij toont wie Hij is, waar Hij voor staat, waartoe Hij de mens uitnodigt. En van zodra de mens dit ‘weet’, draagt die mens een immense verantwoordelijkheid. Van zodra hij het ‘weet’, kan hij namelijk niet meer zeggen dat hij van niets wist… nee, hij weet het. En van zodra je het weet, kan je niet zomaar doen wat je wilt. Want dat is zonde. Eigenlijk is het zonde tegen de heilige Geest die de wijsheid van God in je ziel geopenbaard heeft.

Laten we erover waken dat we niet steeds hervallen in kwade praktijkjes. We vechten er allemaal mee. En het merkwaardige is dat we die praktijkjes soms gaan koesteren, terwijl we eigenlijk goed weten dat ze niet goed zijn. De mens is iets raar wat dat betreft.

Laten we onze verantwoordelijkheid nemen jegens God, onszelf én de medemens, als blije christenen die leven vanuit een dankbaar hart voor wat God hem en de mensheid schenkt. En bovenal: laat ons ja een werkelijk ja zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
Gij die U te kennen geeft aan ieder van ons,
help ons dit kennen serieus te nemen.
Schenk ons dat inwendig vuur,
uw heilige Geest,
die ons in staat stelt er voor U te zijn,
zoals Gij er voor ons zijt.
Dat we ‘ja’ mogen zeggen tot uw uitnodiging,
niet lauw, niet half, maar geheel en al.
Kom Heer Jezus, kom.
Amen.