Lezingen van de dag – donderdag 24 november 2016


Heilige (of feest) van de dag

Albertus van Leuven († 1192)11-24-1192-albertus_2

Albertus (ook Albrecht) van Leuven (ook van Brabant of van Luik),België, bisschop & martelaar

Albert werd rond 1166 geboren als zoon van hertog Godfried III van Lotharingen Margaretha van Limburg. Zijn ouders hadden hem voorbestemd voor een geestelijke carrière en zo werd hij op amper 12-jarige leeftijd in 1178 als kanunnik verbonden aan de St-Lambertuskerk te Luik. Maar Albertus was een eigenzinnig kereltje. Hij werd liever ridder. In 1187 ontving hij te Valenciennes de ridderslag van graaf Boudewijn V van Henegouwen. Maar toen een jaar later zijn bisschop besloot op kruistocht te gaan naar het Heilige Land, verzaakte hij aan zijn ridderplicht en weigerde mee te gaan. Hij keerde terug naar zijn baan van kanunnik en werd bovendien aartsdiaken van Brabant. Nog altijd even onbesuisd en eigenwijs koos hij in een conflict tussen Arnold van Diest en de abdij van Tomgeren de zijde van Arnold. Maar de kerkelijke rechtbank van Keulen stelde hem in het ongelijk.

Op 5 augustus 1191 stierf de prins-bisschop van Luik, Radolf van Zeringen. Dit bisdom werd al sinds geruime tijd betwist door Brabant en Henegouwen. Er waren dan ook twee kandidaten voor de opvolging: aartsdiaken Albert van Leuven, die door Barbant naar voren werd geschoven, en Albert van Rethel, aartsdiaken van Henegouwen: hij werd gesteund door Boudewijn V. De Brabantse Albert werd met bijna algemene stemmen gekozen: 8 september 1191. Dat was tegen de zin van keizer Hendrik VI († 1197); deze was beducht voor de invloed van Brabant. Hij zag liever iemand op die zetel die onder zijn invloed stond; op de Rijksdag van Worms benoemde hij dan ook zonder pardon zijn eigen kandidaat Lotharius van Hofstade, eveneens kanunnik aan de St-Lambertus en proost van Bonn.

Dat nam de pas gekozen Albertus niet. Hij toog naar Rome om bij de paus Coelestinus III († 1198) zijn gelijk te halen. Omdat hij een aanslag vreesde, vermomde hij zich als stalknecht en wapendrager. De paus bevestigde de geldigheid van zijn keuze en maakte hem bij die gelegenheid meteen tot kardinaal. Maar bij zijn terugkeer weigerde de keizer alle medewerking, zodat Albert voor zijn bisschopswijding moest uitwijken naar Reims. Op 19 en 20 september 1192 werd hij daar door aartsbisschop Guillaume de Champagne achtereenvolgens tot priester en bisschop gewijd. Toch kon hij niet terug naar zijn bisschopsstad. Vanuit Reims bestuurde hij zo goed mogelijk zijn bisdom, terwijl intussen op last van keizer Hendrik de huizen van Albertus’ aanhangers systematisch werden verwoest. Van zijn broer ontving hij geen enkele steun.

Door dit alles werd hij een eenzaam man, die een teruggetrokken leven leidde. Mensen die in zijn omgeving kwaad spraken van de zetbaas Lotharius op zijn zetel te Luik, legde hij het zwijgen op. Men zegt zelfs dat hij mild, beminnelijk en wijs was geworden. Zo is het mogelijk dat hij ondanks waarschuwingen uit zijn omgeving zo’n twee maanden later in Reims drie Duitse ridders ontving die vertelden dat zij verbannen waren. Hij nam ze bij zich op. Zij maakten van een wandeling gebruik om Albert de schedel in te slaan en gruwelijk te verminken: 24 september 1192. Later bleek dat keizer Hendrik VI de moordenaars met grote hartelijkheid op zijn paleis ontving en ruimschoots beloonde.

Onmiddellijk na zijn dood werd Albert beschouwd als martelaar van de vrijheid van de kerk tegenover de staat. Tot 1612 rustte zijn stoffelijk overschot in Reims. Toen werd het overgebracht naar de karmelieten te Brussel. Vandaar gingen er relieken naar kerken in Leuven, Mechelen en Luik.
Een jaar later gaf paus Paulus V († 1621) zijn goedkeuring aan Alberts verering.

Bij opgravingswerkzaamheden onder de kathedraal van Reims dacht men op 26 september 1919 het graf van aartsbisschop Odalrik, bijgenaamd ‘de Eerbiedwaardige’, te hebben aangetroffen, maar bij onderzoek bleek het de resten te bevatten van Albertus van Leuven! Daaruit trok men de conclusie dat de relieken van 1612 aan Odalrik hadden toebehoord.

Albertus wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf); met drie zwaarden, zijn moordwapens; met mes, degen of zwaard in de hand of in zijn lichaam gestoken; met het wapen van Brabant.

donderdag in week 34 door het jaarbijbel


Uit het boek Apocalyps 18, 1-2 + 21-23 + 19, 1-3 + 9a

Johannes symboliseert het rijk van de satan met Babylon en met het Romeinse rijk van zijn tijd. Elders noemt hij hem de antichrist. De uiteindelijke triomf van Christus’ Rijk, mag ons de realiteit van de macht van het kwade niet doen vergeten.

Ik, Johannes, zag een andere engel uit de hemel neerdalen. Hij had groot gezag en zijn luister verlichtte de aarde. Met een krachtige stem riep hij: ‘Gevallen, gevallen is Babylon, die grote stad! Ze is een woonplaats voor demonen geworden, ze biedt onderdak aan elke onreine geest, elke onreine vogel en elk onrein, afschuwelijk dier.
Toen tilde een sterke engel een steen zo groot als een molensteen op en smeet die in zee met de woorden: ‘Zo zal ook Babylon, die grote stad, worden weggeslingerd; ze zal voorgoed verdwijnen. De klank van lier en zang, bazuin en fluit zal in jou voorgoed verstommen, de bedrijvigheid van ieder ambacht zal in jou voorgoed stilvallen. Het geluid van de molen zal nooit meer in je klinken, het licht van de lamp nooit meer in je schijnen. Het feestgedruis rond bruid en bruidegom zal in jou nooit meer te horen zijn.
Eens waren je handelaars de groten der aarde, alle volken bezweken voor je verleidende toverij. Hierna hoorde ik in de hemel een geweldige stem als van een grote menigte zeggen: ‘Halleluja! De redding, de eer en de macht zijn van onze God, want zijn vonnis is betrouwbaar en rechtvaardig. Hij heeft immers de grote hoer, die door haar ontucht de wereld in het verderf heeft gestort, veroordeeld en het bloed van zijn dienaren op haar gewroken.’ Opnieuw zeiden ze: ‘Halleluja! Haar rook stijgt op tot in eeuwigheid.’
Toen zei hij tegen mij: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd.”’

 

Psalm 100, 2-5

Refr.: Zalig zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam.

Dien de Heer met vreugde,
kom tot Hem met jubelzang. Drieeenheid_2

Erken het: de Heer is God,
Hij heeft ons gemaakt.

Hem behoren wij toe,
zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.

Kom zijn poorten binnen met een loflied,
hef in zijn voorhoven een lofzang aan.

Breng Hem hulde, prijs zijn Naam:
de Heer is goed.

Zijn liefde duurt eeuwig,
zijn trouw van geslacht op geslacht.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 21, 20-28

Christus spreekt over de voortdurende vervolging van de leerlingen. Hij geeft een profetie over de verwoesting van Jeruzalem. Dan volgt, aan de hand van apocalyptische beelden, de belofte van zijn glorievolle wederkomst. Dit vooruitzicht wekt ons hoop.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is.
Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan.
Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is.
Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen.
Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister.
Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’

Van Woord naar leven

De liturgie van de laatste dagen van het kerkelijk jaar (dus voor de advent die volgende zondag begint) zijn niet eenvoudig om te begrijpen. Ook voor mij niet. Ik zit hier al twintig minuten voor de pc met de vraag wat ik hier moet neerschrijven bij ‘Van Woord naar leven’. Niet makkelijk.

Wat ik zeker lees is een oproep tot vertrouwen. Wat er ook gebeurt, wat er ons ook te wachten staat, op de Heer mogen we vertrouwen. En de angst … die moet verdwijnen. Vertrouwen, zoals ook liefde, laat immers geen ruimte voor vrees.

Wanneer we in vrede leven met ons diepste geweten (geweten als ontmoetingsplaats met God) zit het goed. Er zal geen enkele vorm van angst zijn; enkel liefde en hoop.

Wanneer we niet in het reine zijn met ons geweten, dan zullen we iets moeten ondernemen. Niet in het reine zijn met je diepste geweten zegt namelijk iets over jezelf. Het maakt je donker en onvrij. Het evangelie is één grote oproep daar iets aan te doen.

Namelijk naar Jezus gaan, mét je duisternis, mét je onvrijheden, mét je wan-hoop. Hij staat daar, Hij wacht. En zoals Hij in zijn drie jaar openbaar leven zoveel zieken heeft aangeraakt, zo wil Hij ook allen vandaag aanraken die onvrij zijn door een onrein geweten. Zijn aanraking zal getekend zijn door Gods barmhartigheid. Het zal een liefde zijn die vergeeft, heelt en optilt. Het zal een liefde zijn die zeer duidelijk vraagt afstand te nemen van de zonde, een liefde die vraagt naar berouw en bekering, een liefde die vraagt naar een nieuw ‘ja’ tot de Vader.

Wie deze weg vindt en gaat, zal diep vanbinnen rein worden, terug vrij, vredevol en vooral hoopvol. Innerlijke angst zal verdwijnen om plaats te maken voor actief liefdevol leven, zowel in je expliciet gebed alsook in je bezigheden en de keuzen die je maakt.

Moge de liefde Gods onze enige richtsnoer zijn, ook wanneer die dingen gebeuren waarover de lezingen spreken.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jezus,rainbow-339895_640
liefde doet alle angst wegsmelten als sneeuw voor de zon. Beschijn ons hart, reinig ons zijn, heel ons, til ons op in U. Opdat wij in een diep vertrouwen en een geest van overgave mogen uitkijken naar uw komst; vandaag, bij ons sterven, en uw wederkomst.
Kom heilige Geest. Amen.