Lezingen van de dag – donderdag 25 juni 2015


Heilige (of feest) van de dag

Dorothea van Monteau (+ 1394)

Dorothea van Montau (ook van Marienwerder, van Pruisen, de Prussia, Schwartz of Swartz), Marienwerder, Pruisen; weduwe, kluizenares & mystica; † 1394.

Dorothea werd geboren te Gross-Montau aan de Weichsel in West-Pruisen op 6 februari van het jaar 1347; zij is dus genoemd naar de patrones van haar geboortedag. Het schijnt dat zij één van negen kinderen was. Haar ouders waren welgestelde boeren. Op haar zestiende trad zij in het huwelijk met een zekere Adalbert en ging met hem wonen in de Oost-Pruisische stad Dantzig. Haar man was zwaardveger van beroep. Alszodanig was hij in dienst van de teutoonse ridders die de Pruisen onderworpen en gekerstend hadden. Ook zij kregen negen kinderen, van wie er tenslotte maar één in leven bleef, een meisje. Dat zou later intreden bij de benedictinessen; ze leefde nog toen haar moeder in 1404 tot de eer der altaar werd verheven en dus officieel als heilige werd erkend door de plaatselijke bisschop.

De bronnen zijn het niet helemaal eens over het echtelijke leven. Er zijn er die zeggen dat het echtpaar een voorbeeldig leven geleid heeft. Anderen zeggen dat het huwelijk juist stroef verliep. Haar man zou opvliegend en kortzichtig van aard geweest zijn. Zijn handen zaten nogal los. Desondanks – of misschien wel juist daardoor? – ondernamen zij samen meerdere pelgrimsreizen, o.a. naar Aken en Einsiedeln. Tot het moment dat haar man er te oud voor werd: ze scheelden twintig jaar. Zo kwam het dat Dorothea in het jaar 1389 zonder haar man als pelgrim naar Rome trok om aanwezig te kunnen zijn bij het jubeljaar in 1390. Onderweg bedelde deze vrouw van voorname komaf haar brood bij elkaar. Ze had nauwelijks oog voor de schoonheid van het landschap, omdat ze in God verzonken was. In Rome werd ze behoorlijk ziek en moest een aantal weken verpleegd worden in het gasthuis van Maria Auxiliatrix. Toen ze na lange tijd weer thuiskwam kreeg ze te horen dat haar echtgenoot al sinds enkele maanden was overleden.

Nu kon ze alsnog toekomen aan haar diepste verlangen: zich terugtrekken in de eenzaamheid om zich helemaal aan een leven met God te wijden. Het was eigenlijk altijd al haar liefste wens geweest om in een klooster te treden. Ze was destijds dan ook alleen maar getrouwd om haar ouders niet teleur te stellen. Zou daar toch ook niet een oorzaak gelegen hebben van het soms zo moeizaam verlopen huwelijk, ook al zal zij loyaal geprobeerd hebben haar huwelijksbelofte trouw na te komen?

Nu trad ze toe tot de kloostergemeenschap van Marienwerder, waar zij sinds 1391 geestelijke leiding ontving van Johannes van Marienwerder. Na een zware proeftijd van twee jaar liet zij zich op 2 mei 1393 als kluizenares inmetselen in een cel die tegen de muur van de kerk was aangebouwd. Deze ruimte was twee meter in het vierkant en drie meter hoog; er zaten drie venstertjes in. Het eerste keek uit op de hemel, het tweede op het altaar in de kerk vanwaar zij de communie ontving en het derde op het kerkhof. Door dat laatste raam schoven gelovigen haar voedsel toe.

Daar kwamen ook vele mensen, van hoog tot laag, haar raad inwinnen. Het was ook in die besloten ruimte dat zij zich met hart en ziel toelegde op het enige waarvoor zij nog leefde: het gebed. Hartstochtelijk zocht zij niets anders dan de vereniging met God. Daarbij ontving ze bijzondere mystieke genaden. Het opvallendste was wel dat zij de stigmata droeg. Zozeer wist zij zich één met haar geliefde Heer. Omdat zulk een leven haar lichaam uitputte en haar krachten sloopte, stierf ze al ruim een jaar later: 25 juni 1394. Haar leidsman schreef later op wat zij hem had verteld over alles wat zij in haar gebed doormaakte.

Zij is patrones van Pruisen en van de Duitse Orde.

DONDERDAG IN WEEK 12 DOOR HET JAAR

Uit het boek Genesis 16, 1-12 + 15-16

De ietwat zonderlinge manier waarom Gods belofte aan Abram met betrekking tot zijn nakomelingsschap in vervulling gaat, moeten wij zien binnen de omlijsting van de tijdsomstandigheden. Door fouten, vergissingen en zelfs onrechtvaardigheden heen werkt God rustig verder met de mensen. Daar doorheen moeten wij zijn wil in ons leven ontdekken.

Abrams vrouw Sarai baarde hem geen kinderen. Nu had zij een Egyptische slavin, Hagar.
‘Luister’ , zei Sarai tegen Abram, ‘de Heer houdt mijn moederschoot gesloten. Je moest maar met mijn slavin slapen, misschien kan ik door haar nakomelingen krijgen.’ Abram stemde met haar voorstel in en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän.
Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger. Toen Hagar merkte dat ze zwanger was, verloor ze elk respect voor haar meesteres. Sarai zei tegen Abram: ‘Voor het onrecht dat mij wordt aangedaan ben jij verantwoordelijk! Ik heb je mijn slavin ter beschikking gesteld, en nu ze weet dat ze zwanger is toont ze geen enkel respect meer voor mij. Laat de Heer maar beoordelen wie er in zijn recht staat: ik of jij.’
Abram antwoordde: ‘Het is jouw slavin, doe met haar wat je goeddunkt.’
Toen maakte Sarai haar het leven zo zwaar dat ze vluchtte.
Een engel van de Heer trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt.
‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?’ vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres’ , antwoordde ze.
‘Ga naar je meesteres terug’ , zei de engel van de Heer, ‘en wees haar weer gehoorzaam.’
En hij vervolgde: ‘Ik zal je heel veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn. Je bent nu zwanger en je zult een zoon ter wereld brengen. Die moet je Ismaël noemen, want de Heer heeft gehoord hoe zwaar je het te verduren had. Een wilde ezel van een mens zal hij zijn: hij schopt iedereen, iedereen schopt hem. Met al zijn verwanten zal hij in onmin leven.’
Hagar bracht een zoon ter wereld, en Abram noemde de zoon die zij hem gebaard had Ismaël.
Abram was zesentachtig jaar toen Hagar hem Ismaël baarde.

 

Psalm 106, 1-5

Refr.: Verheerlijk de Heer, omdat Hij ons weldoet.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.266px-Diplotaxis_muralis2_W

Wie kan zijn machtige daden verwoorden,
wie de roem van de Heer laten klinken ?

Gelukkig wie zich houden aan het recht,
en doen wat rechtvaardig is, telkens weer.

Denk aan mij, Heer, uit liefde voor uw volk,
zie naar mij om wanneer U het komt redden.

Dan zal ik uw uitverkorenen gelukkig zien,
vreugde vinden in de vreugde van uw volk,
vervuld zijn van trots op uw liefste bezit.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 7, 21-29

Jezus eindigt zijn bergrede met de vermaning ons te hoeden voor schijnheiligheid. Ons geloof in Christus belijden helpt niets, grote activiteiten in zijn naam al evenmin, als wij God beliegen door eigen gedrag. De beste manier om naar Jezus’ woord te luisteren is het in praktijk brengen.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
En dan zal Ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!”
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand., Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’
Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.’

Handelen naar de wil van de Vader… daar gaat het dus om. Dat zal ook de maatstaf zijn waarmee Jezus ons in de ogen zal kijken wanneer we overleden zijn.
Gebed is belangrijk, wekelijkse (of voor wie kan dagelijkse) eucharistie ook, maar het is niet omdat we zeer trouw deze dingen doen, dat we daarom in Gods wil staan en leven. Het kan natuurlijk, maar het is absoluut geen garantie.

Gebed en leven zouden één moeten zijn. Of anders gezegd: ons handelen zou moeten voortvloeien uit ons gebedsleven. Of nog anders en zelfs beter gezegd: de geest van het gebed zou niet mogen doven in ons dagelijks leven. Clara van Assisi zei: we moeten niet enkel bidden, maar gebed worden.

Laten we Christus zo beminnen dat Hij mag leven in ons hart elke minuut van de dag. Moge Hij de grote bezieler zijn van al ons doen en laten. Moge Hij de innerlijke stuwing zijn van onze liefde voor ieder. Fris en blij… weet je nog 🙂

Moge ons dagelijks leven beantwoorden aan datgene wat Christus ons schenkt in het gebed.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,christos_copy__50553.1409482894.1000.1200
help ons geloof en leven in een warme harmonie te beleven. Moge het geloof ons leven bezielen. Moge ons leven de vrucht zijn van ons geloof, de vrucht van onze overgave aan U. Oh Heer, trek ons in de brand van uw liefde en maak ons innig één met U. Elke minuut van ons leven. Amen.