Lezingen van de dag – donderdag 26 mei 2016


Heilige (of feest) van de dag

Sacramentsdagmonstran

Hoogfeest

De officiële benaming van Sacramentsdag luidt Sanctissimi corporis et sanguinis Christi solemnitas (Hoogfeest van het heilig lichaam en bloed van Christus).

De feestdag valt in de regel op de tweede donderdag na Pinksteren (of de 9de donderdag na Pasen), maar wordt in bepaalde landen (o.m. in Nederland) ook gevierd op de tweede zondag na Pinksteren.
Sacramentsdag herdenkt, net als Witte Donderdag, de instelling van de eucharistie. Omdat hij vond dat het vasten- en of boetekarakter van Witte Donderdag het feestelijke herdenken van het Laatste Avondmaal en de instelling van de eucharistie (en het priesterschap) enigszins in de weg stond, heeft paus Urbanus IV (1261-1264) de feestdag in 1264 op de donderdag na de octaafdag (een octaaf is de periode van acht dagen waarmee de viering van een hoogfeest kan worden verlengd; de octaafdag is dan de achtste) van Pinksteren verplicht gesteld. Die beslissing heeft de sacramentsdevotie sterk bevorderd.
Voor zijn uitverkiezing tot paus was Urbanus aartsdiaken van Luik, waar hij in 1247 mee aan de basis lag van het ontstaan van Sacramentsdag als een typisch middeleeuws devotiefeest.

Sacramentsprocessie

Traditioneel trokken op Sacramentsdag of op de zondag erna alom kleurrijke sacramentsprocessies doorheen de straten van steden en dorpen.
In Rome viert de paus op Sacramentsdag de eucharistie in open lucht op het plein voor de basiliek van Sint-Jan van Lateranen. Daarna wordt, in de voetsporen van paus Urbanus IV, het heilig Sacrament in een plechtige stoet naar het plein voor de basiliek Santa Maria Maggiore gebracht. De stoet trekt anderhalve kilometer over de Via Merulana.
Een stoet, waarin alle geledingen van de katholieke Kerk hun eigen kleuren laten zien: de misdienaars en acolieten in het wit, de mannelijke en vrouwelijke religieuzen in allerlei soorten blauw, bruin, grijs en wit, de priesters in het zwart, de bisschoppen in het paars, de kardinalen in het rood, en ten slotte de ene witte paus. Maar het centrum van de stoet is niet de paus, wel het sacrament: de heilige Hostie in de gouden houder, de monstrans. Hierop is de aandacht van de toeschouwer gericht. Zij knielen en buigen eerbiedig het hoofd.

Heilig Sacrament

De aandacht voor het heilig Sacrament is niet verdwenen, maar het accent is wel verschoven. Bij ons is de eucharistieviering zelf overduidelijk het eerste geworden, het hoofdmoment. Daar komt Christus aan het woord, en daar toont Hij zich in de manier waarop Hij het brood en de wijn neemt en deelt. Dat afscheid van Jezus, zijn testament en voor ons een heilige symboolhandeling, is het hart van het christelijke bestaan geworden. In de loop der eeuwen raakte dit enigszins ondergesneeuwd door filosofisch-theologische overwegingen en bepalingen, maar net zo goed door allerlei vrome devoties.
De sacramentsprocessie van weleer noch de eigentijdse viering van de eucharistie zijn geïsoleerde rituelen in de marge van het leven. De eucharistieviering is een levenshandeling waarin Jezus’ testament werkelijk tegenwoordig komt in het dagelijkse leven: vieren en weten dat wij geroepen zijn tot breken en delen. Daar licht op dat Christus zijn Kerk niet loslaat, maar zich totaal ermee heeft verbonden. In elke eucharistieviering laat Hij zich horen en zien. En, zo leert ons Sacramentsdag, na de viering is het niet voorbij. De Heer blijft in het geconsacreerde Brood aanwezig. En het is altijd goed even bij Hem te verwijlen. De godslamp brandt. Hij luistert in de stilte.

Sacramentsdag

hoogfeest   –   eigen lezingen

Sinds Jezus op het laatste avondmaal gezegd heeft: ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’, komen wij bijeen om eucharistie te vieren. Wanneer wij aanzitten aan zijn tafel en eten van zijn brood delen wij aan zijn leven, dood en verrijzenis. Op dit feest van het Heilig Sacrament zijn wij ons dankbaar indachtig dat Jezus door het vergieten van zijn bloed een nieuw en eeuwig verbond heeft gesloten tussen God en de mensen. Door het eten van het brood en het drinken van de beker vieren en gedenken wij dankbaar dat Jezus zich totaal heeft prijsgegeven voor ons en nu leeft in de heerlijkheid bij de Vader, terwijl Hij onze middelaar blijft. De eucharistie die wij zo vaak ontvangen moet in ons het verlangen doen groeien om meer en meer Lichaam van Christus te zijn in liefdevolle zorg voor elkaar.


Uit het boek Genesis 14, 18-20

Hij die eens Abram zegende en hem brood en beker aanreikte, is de eerste in een lange rij priesters van de Allerhoogste. Toen Jezus later, als koning en priester, brood en wijn uitdeelde, bood Hij alle gelovigen goddelijke zegen en vergiffenis van zonden.

Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, en sprak een zegen over Abram uit: ‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde. Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde Hij aan u uit.’
Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd.

 

Psalm 110, 1-4

Refr.: Je bent voor eeuwig priester als Melchisedek.

De Heer spreekt tot mijn heer:
Neem plaats aan mijn rechterhand,
ik maak van je vijanden Drieeenheid_2
een bank voor je voeten.

Uit Sion reikt de Heer
u de scepter van de macht,
u zult heersen over uw vijanden.

Uw volk staat klaar
op de dag dat u ten strijde trekt.
Op de heilige bergen,
uit de schoot van de dageraad,
komt tot u de dauw van uw jeugd.

De Heer heeft gezworen,
en komt op zijn eed niet terug:
Je bent priester voor eeuwig,
zoals ook Melchisedek was.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 11, 23-26

De Korintiërs waren ertoe gekomen de maaltijd van de Heer egoïstisch te gebruiken. Zij hielden geen rekening met andere broeders. Paulus roept hen tot de orde en confronteert hen met de apostolische traditie aangaande de eucharistie. Jezus immers heeft het brood uitgedeeld als teken en aankondiging van zijn leven, gegeven voor zijn broeders. Wie oren heeft, hij begrijpe.

Broeders en zusters,
wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam Hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en Hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’
Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.

 

Alleluia.images
Ik ben het levend brood,
dat uit de hemel is neergedaald.
Als iemand van dit brood eet,
zal hij leven in eeuwigheid.
Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 9, 11b-17

Het tafereel speelt zich af in de woestijn. Het volk lijdt gebrek aan alles en de apostelen zijn niet in staat iets te doen. Jezus echter weet de hongerigen ruim te verzadigen. In tekenen, die de eucharistie oproepen, biedt Hij het volk van de nieuwe tijden het nieuwe manna.

In die dagen sprak Jezus tot de menigte over het koninkrijk van God, en degenen die genezing nodig hadden maakte Hij weer gezond.
De dag liep ten einde. De twaalf kwamen naar Hem toe en zeiden: ‘Stuur de mensen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omgeving gaan om daar te overnachten en op zoek te gaan naar eten, want dit is een afgelegen plaats.’
Maar Hij zei tegen hen: ‘Geven jullie hun te eten.’
Ze zeiden: ‘We hebben maar vijf broden en twee vissen. Moeten wij dan eten gaan kopen voor al die mensen?’
Er waren ongeveer vijfduizend mensen bijeen.
Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Zeg dat ze in groepen van ongeveer vijftig bij elkaar moeten gaan zitten.’
Ze deden wat Jezus hun opdroeg en lieten iedereen in groepen bij elkaar zitten.
Jezus nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel en sprak er het zegengebed over uit. Daarna brak Hij het brood en gaf het met de vissen aan zijn leerlingen om aan de menigte uit te delen.
De mensen aten en allen werden verzadigd; de stukken brood die overbleven werden opgehaald, twaalf manden vol.

Van Woord naar leven

Als ik aan naar de eucharistie kijk, dan denk ik altijd: ‘God, wat zijt Ge toch groot in uw creativiteit’. In dat kleine stukje brood komt Hij immers in zijn Zoon tot ons: zicht- en tastbaar. Prachtig toch ! Net zoals op Goede Vrijdag, geeft Jezus zich in de eucharistie, opnieuw aan de wereld, aan ieder van ons. We mogen naar Hem kijken, Hem aanbidden, Hem tot ons nemen. Wat een vereniging ! Er zijn geen woorden voor.

Moge ons leven een eucharistisch leven zijn, in eenheid met de Heer gegeven voor de wereld. Moge de eucharistie ons tot mensen maken getekend door Gods liefde, zijn vrede uitdragend, zijn goedheid leggend in al wat we doen.

Laat ons van de eucharistie houden. Jezus houdt ook van ons. Moge deze wederzijdse liefde ons tot dankbare, blijde en gegeven christenen maken.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God, 155180622faith_300

in uw onmetelijke creativiteit
schenkt Gij uw Zoon
blijvend aanwezig
in de heilige eucharistie.

Geef ons een grote liefde,
en een geest van diepe aanbidding
voor dit groot geschenk.

Schenk ons de genade
een eucharistisch leven te leiden,
door vanuit Christus
een totaal gegeven liefde te zijn
voor allen en alles.

Amen.