Lezingen van de dag – donderdag 27 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Zita van Monsagrati († 1272)

Zita (ook Citta of Sita) van Monsagrati (ook Lombardo of van Lucca) bij Lucca, Toscane, Italië; dienstmeisje

Zita was een uiterst eenvoudige boerendochter uit het gehucht Monsagrati. Daar moet ze rond 1212 geboren zijn. Als 12-jarig meisje kwam zij in dienst bij de aanzienlijke familie Fatinelli, in de Toscaanse stad Lucca. Daar was zij het mikpunt van de pesterijen van de kinderen; daarnaast had zij te lijden van het overheersende karakter van de vrouw des huizes en de grove bejegeningen van de heer des huizes. Maar Zita was consequent in haar eenvoud: ze behandelde elk met dezelfde vriendelijkheid en eerbied, en liet zich door niets van haar stuk brengen. Zelf meende ze dat God haar niet voor niets voor al deze beproevingen plaatste. Ze hield zich aan haar persoonlijke lijfspreuk: “De handen bij het werk, het hart bij God.” Gaandeweg begonnen de familieleden daar te voelen welk een bijzonder mens ze in hun midden hadden.

De legende weet nog te vertellen dat zij op een keer in de kerk zo in gebed verzonken was dat ze de tijd vergat. Veel te laat om het brood nog op tijd gebakken te hebben, kwam ze in het huis van haar heer terug. Het deeg was gerold en gekneed en het brood lag klaar voor de oven: dat moesten dus engelen geweest zijn…!

Toen ze met kerstavond naar de kerk ging, zat er bij de ingang van de kerk een oude bedelaar op de stenen vloer met veel te dunne kleren aan. Hij was zo door en door koud dat Zita niets beters wist te doen dan haar eigen mantel aan de man te geven. Maar eigenlijk was het haar mantel niet: ze had hem mogen lenen van haar heer: het was een zeer dure bontmantel. Daarom zei ze tegen de bedelaar dat ze hem niet kon geven, ze kon hem alleen maar lenen: als de kerk uitging, wilde ze hem weer terug hebben. De oude man beloofde het. Maar bij het uitgaan van de kerk was de man verdwenen en de dure bontmantel erbij. Dat kwam haar op een flinke uitbrander te staan van de kant van haar heer. Woedend was hij, en hij schold op haar zwakheid en al te medelijdend hart, en dat ze zich had laten bedriegen… Uren later werd er aan de poort geklopt en stond daar de bedelaar met de jas om hem eerlijk terug te brengen: Zita’s huisgenoten waren er zeker van dat het Christus zelf was geweest, of minstens zijn engel.

Achtenveertig jaar lang verzorgde zij onafgebroken het huishouden van haar meester.

Zij stierf op 27 april 1272.

Zij is bijgezet in de San Fridiano-kerk te Lucca. Haar lichaam is daar nog steeds te zien in geheel gave staat. Ook het huis van de familie Fatinelli in de wijk San Frediano te Lucca bestaat nog. In 1696 werd ze heilig verklaard.

Ze is patrones van de stad Lucca. Naast Notburga is zij patrones van het dienstpersoneel.

donderdag in de tweede paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 5, 27-33

Petrus en de leerlingen verschijnen weer voor het Sanhedrin. Wij mogen getuigen zijn van hun geloofservaring en hun trouw. Wij vernemen de motivering van hun geloof, hun zekerheid dat Christus aanwezig is, hun oproep tot bekering. Dit alles heeft wezenlijk te maken met de Blijde Boodschap van Jezus’ verrijzenis.

In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber de apostelen mee en leidden hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon het verhoor met de vraag: ‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’
Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze voorouders heeft Jezus weer tot leven gewekt, nadat u Hem had vermoord door Hem aan een kruishout te hangen. God heeft Hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand, Hem tot leidsman en redder verheven om de Israëlieten tot inkeer te brengen en hun zonden te vergeven. Daarvan getuigen wij, en daarvan getuigt ook de heilige Geest, die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.’
Toen de leden van het Sanhedrin dit hoorden, ontstaken ze in woede en wilden ze de apostelen ter dood brengen.

 

Psalm 34, 2 + 9 + 17 + 18 + 19 + 20

Refr.: De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.

Proef, en geniet de goedheid van de Heer,
gelukkig de mens die bij Hem schuilt.

Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit.

De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen,
Hij bevrijdt hen uit de nood.

Gebroken mensen is de Heer nabij,
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.

Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
de Heer zal hem steeds weer bevrijden.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 3, 31-36

Wie gelooft in Gods Zoon heeft het eeuwig leven. Wie niet echt gelooft, kan dat leven niet zien. We hebben misschien ooit gemeend  dat het eeuwig leven iets is voor na de dood. Jezus’ woorden zijn klaar genoeg: het eeuwig leven begint hier reeds voor wie gelooft.  Eeuwig leven is God. Geloven is God liefhebben. Christen-zijn is het eeuwig leven  in zich dragen en het reeds nu beleven.

Jezus sprak tot Nikodemus:
‘Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, getuigt van wat Hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is.
Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed.
De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan Hem overgedragen.
Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’

Van Woord naar leven

Wie leeft in ontmoeting met de Heer, zal de Heer en zijn liefde steeds meer leren verstaan. Niet zozeer vanuit een louter menselijk denken dat steeds om bewijzen en ervaring vraagt, maar vanuit de warmte van de heilige Geest die ons geschonken is.
Doorgaans hechten we aan dit laatste te weinig belang en daardoor geven veel mensen het te snel op, of geraken in een twijfel waar ze niet meer uit raken. Door het verlies van de Geest is het geloof abstract geworden, misschien nog in stand gehouden door bepaalde rituelen of zelfs vormen van liefdadigheid, maar de levende overgave en de blijheid van een leven gestuwd door de Geest is zoek geraakt…

Het gebed van en met het hart is mijn inziens de sleutel om weer tot een levendig geloof te komen; een geloof bevrucht door Gods Geest, een geloof dat ons doet schenken aan de Heer om vanuit Hem Gods liefde in waarheid te belichamen

Het gebed van het hart is niet perse een gebed in trance. Meestal is het dat niet. Het gebed van het hart is vooral een stil verwijlen bij de Heer, los van het feit of je Hem voelt of niet. Jij bent er, Hij is er, en dat volstaat. Dit in geloof ‘beleven’ doet je arm worden van geest, beschikbaar voor Gods Geest; de Geest die je zal brengen in die liefdevolle warme ontmoeting met Jezus, de Geest die je zal leiden in je bidden, de Geest die je zal brengen ‘in’ de Vader.

Laat ons het bidden liefhebben, en laat ons veel stil zijn, met zeer veel geduld en discipline. Dagelijks.

Als we als Kerk getuigen willen zijn van de Heer, zullen we het gebed moeten ontdekken als het hart van ons leven waarvan God zelf de schenker is.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
beziel ieder van ons met uw heilige Geest
opdat wij groeien in onze overgave aan uw Zoon,
opdat we, opgenomen in Hem,
deelgenoten worden van uw Liefde.
Heer, trek ons in U.
Amen.