Lezingen van de dag – donderdag 278 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Ireneus van Lyon († 202)

Ireneus (ook Eirenaios of Irénée) van Lyon, Frankrijk; 2e bisschop, kerkvader & martelaar

Hij moet rond 130 geboren zijn in de stad Smyrna in Klein-Azië (= tegenwoordig Izmir, West-Turkije). Waarschijnlijk was hij een leerling van Sint Polycarpus († 155; feest 23 februari), die zelf weer leerling was geweest van Sint Johannes, de apostel († ca 100; feest 27 december). Ten tijde van keizer Marcus Aurelius (161-180) ontving Ireneus de priesterwijding in de stad Lugdunum in Gallië (= de huidige stad Lyon, Frankrijk) en werd er in 177/78 de tweede bisschop. Hij volgde Fotinus op, die kort daarvoor met 47 medechristenen onder heldhaftige omstandigheden de marteldood was gestorven.

Op 2 juni van het jaar 177, onder de regering van keizer Marcus Aurelius, onderging een groep van acht-en-veertig christenen in de stad Lugdunum (= de huidige Franse stad Lyon) de marteldood. Daarvan is een indrukwekkend ooggetuigeverslag bewaard gebleven, na de vervolgingen opgetekend door medechristenen uit Lyon en Vienne in een brief aan de christengemeenten van Frygië in Klein-Azië. De brief bleef bewaard, omdat de kerkhistoricus Eusebius van Cesarea (264-340) haar opnam in zijn kerkgeschiedenis (Boek V, hoofdstuk 1-3).

Er wordt in verteld hoe zelfs de meest eenvoudige gelovigen de Romeinse autoriteiten in hun gezicht durfden te weerstaan. Ze weigerden aan de Romeinse goden te offferen, omdat ze trouw wilden blijven aan hun eigen god. Daarom werden ze allen tot de marteldood veroordeeld. Met name Vettius Epagathus, Sanctus, Maturus, Attalus, Blandina, Fotinus en Alexander treden op de voorgrond.

Bijzondere indruk maakte vooral het slavinnetje Blandina. Hoewel zij tenger was en zwak leek, en tot een maatschappelijke klasse behoorde, die geen eigen stem had, stond zij erop zelf de vragen te beantwoorden die de onderzoeksrechter haar stelde. Persoonlijk wilde zij instaan voor haar geloof in Christus.

Ireneus ijverde krachtig voor de kerstening van de Kelten in Zuid-Gallië. Daarnaast speelde hij een belangrijke rol bij de kwestie van de paasdatum, die erop uit dreigde te lopen, dat de christenen van Klein-Azië, waar hij zelf vandaan kwam, van de moederkerk dreigden losgescheurd te worden.

Hoezeer jodendom en christendom reeds tegen het eind van de 2e eeuw uit elkaar waren gegroeid, moge blijken uit een brief van rond het jaar 190 van de hand van bisschop Polycratus van Efese, gericht aan bisschop Victor van Rome. († 197; feest 28 juli. Het zou een anachronisme zijn hier reeds te spreken over ‘de paus’. Weliswaar werd hem als opvolger van de apostel Petrus op alle bisschoppenvergadering een uiterst belangrijke stem toegekend, maar hij was nog altijd de eerste onder zijns gelijken). Er is onrust gerezen over de berekening van de paasdatum. De christengemeenten van Asia vierden vanouds Pasen op de dag van het Joodse paasfeest, de veertiende dag van de maan, de dag waarop het Joodse paaslam moest worden geslacht: de zogeheten quartodecimaanse praktijk. Maar de rest van de toenmalige christenheid zei zich te baseren op een traditie die terugging op de apostelen zelf. Die hield in, dat het ongepast was, wanneer de grote vasten beëindigd zou worden op een gewone door-de-weekse dag in plaats van een zondag, de dag waarop de Heer uit de dood was opgestaan. (Nog altijd heet de zondag in de Latijns sprekende landen ‘Dag des Heren’: Domenico, Domingo, Dimanche).

Polycrates drukt collega Victor van Rome op het hart niet om deze reden aan te dringen op een uitsluiting van de christengemeenten in de gehele provincie Asia. Ten eerste hebben ze uit onwetendheid gehandeld. Bovendien wijst hij op de eerbiedwaardige traditie waarop deze kerken kunnen bogen. Zij hebben het graf in hun midden van diaken (hij zegt abusievelijk ‘apostel’) Filippus te Hiërapolis, alsmede dat van twee van zijn dochters; een derde dochter rust in Efese zelf, evenals de apostel Johannes; daarnaast nog Polycarpus te Smyrna, evenals bisschop Thraseas van Eumenea, die te Smyrna de marteldood stierf; bisschop-martelaar Sagaris in Laodicea; Papirius en Melito te Sardes. (Vooral deze laatste is van belang, want hij had in de jaren 166/67 een boek geschreven over het paasfeest, waarin hij de quartodecimaanse praktijk verdedigt!). Zij allen, zo benadrukt Polycrates, onderhielden hun Pasen op de veertiende dag…

Mede door toedoen van de vredelievende bisschop Ireneus van Lyon zal paus Victor afzien van drastische maatregelen en zullen de kerken van Asia zich aansluiten bij de apostolische traditie. Daarmee was de kloof tussen joden en christenen weer dieper geworden.

Hij heeft een aantal theologische werken nagelaten, die van zulke grote waarde zijn, dat hij de eretitel heeft gekregen van ‘vader van de katholieke dogmatiek’ (= ‘geloofsleer’). Zijn belangrijkste boek is het vijfdelige werk ‘Adversus Hereticos’ (= ‘Tegen de Ketters’). Daarin zet hij uiteen, da bij meningsverschil binnen de geloofsgemeenschap de traditie als bron en norm van geloof de doorslag geeft. Onder de traditie verstaat hij wat in de kerk altijd van de ene op de andere geberatie is verkondigd. In deze uiteenzetting ruimt hij ook de eerste plaats in voor het gezag van de kerk van Rome: “Elke kerkgemeenschap moet zich aansluiten bij de kerk van Rme omwille van haar hogere gezag.” Ook is Ireneus de uitvinder van het idee, dat de geschiedenis van het Oude Testament verstaan moet worden als Gods plan om de mensen voor te bereiden op het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis: de komst van Jezus.

Hij is het ook, die bedacht heeft, dat de vier diersymbolen uit het Oude Testament – de gevleugelde mens, de gevleugelde leeuw, het gevleugelde rund en de gevleugelde arend of adelaar – op de vier evangelisten toegepast kunnen worden. Zo werd Matteus vereenzelvigd met de gevleugelde mens, Markus met de gevleugelde leeuw, Lukas met het gevleugelde rund en Johannes met de gevleugelde arend of adelaar.

Hij zou de marteldood gestorven zijn ten tijde van keizer Septimius Severus (193-211), maar dat is historisch gesproken niet zeker. Sint Zacharias van Lyon († 3e eeuw) volgde hem op. Met behulp van enkele medegelovigen die aan de vervolgingen ontkomen waren, begroef deze zijn voorganger Sint Irenaeus van Lyon met grote liefde en verzamelde de stoffelijke resten van de martelaren in een massagraf. De kerk die op deze plaats verrees werd toegewijd aan Ireneus. Ireneus is patroon van het bisdom Lyon.

Hij wordt afgebeeld met een zwaard (martelwerktuig) of met boek of boekrol (als grondlegger van de christelijke theologie).

donderdag in week 12 door het jaar


Uit het tweede boek Koningen 24, 8-17

De hervorming van koning Jojakin hield niet lang stand. Hij werd zoals zijn voorgangers ontrouw aan het verbond en God hield de Babyloniërs niet langer tegen om de koning en alle dappere mannen in ballingschap weg te voeren.

Jojachin was achttien jaar oud toen hij koning werd. Drie maanden regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Nechusta, de dochter van Elnatan, uit Jeruzalem. Hij deed wat slecht is in de ogen van de Heer, precies zoals zijn vader.
Het was in die tijd dat veldheren van koning Nebukadnessar van Babylonië tegen Jeruzalem optrokken en de stad belegerd werd. Toen koning Nebukadnessar zelf voor de omsingelde stad verscheen, gaf koning Jojachin van Juda zich samen met zijn moeder, zijn hovelingen, zijn legeraanvoerders en zijn kamerheren aan de koning van Babylonië over; deze nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
Nebukadnessar haalde alle schatten weg uit de tempel van de Heer en het koninklijk paleis en haalde alle gouden versieringen los die koning Salomo van Israël in de grote zaal van de tempel had aangebracht, zoals de Heer had voorzegd.
Heel Jeruzalem werd in ballingschap weggevoerd: alle legeraanvoerders en alle krijgslieden, tienduizend man, en alle handwerkslieden en smeden; alleen de onaanzienlijksten van het gewone volk bleven achter.
Koning Jojachin werd als balling meegevoerd naar Babel, samen met zijn moeder, zijn vrouwen, zijn kamerheren en de notabelen. Ook zevenduizend militairen en duizend handwerkslieden en smeden, allen betrokken bij het krijgsbedrijf, werden door de koning van Babylonië in ballingschap weggevoerd.
Hij stelde Mattanja, een oom van Jojachin, in diens plaats als koning aan en veranderde zijn naam in Sedekia.

 

Psalm 79, 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 8 + 9

Refr.: God van ons heil, om uw Naam, bevrijd ons.

God, vreemde volken hebben uw land bezet,
uw heilige tempel geschonden
en Jeruzalem in puin veranderd.

De lijken van uw dienaren lieten zij liggen
als aas voor de vogels van de hemel,
het vlees van uw getrouwen als voedsel
voor de wilde dieren op aarde.

Hun bloed werd als water vergoten
rond Jeruzalem, en niemand die hen begroef.
Gehoond worden wij door onze naburen,
beschimpt en bespot door de volken rondom.

Hoe lang nog, Heer ! Bent U voor eeuwig verbolgen ?
Hoe lang blijft uw woede branden ?
Reken ons de zonden van vroeger niet aan.

Toon erbarmen en haast U, want onze ellende is groot,
help ons, God, bevrijd ons, tot eer van uw roemrijke Naam,
red ons en bedek onze zonden, omwille van uw Naam.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 7, 21-29

Jezus eindigt zijn bergrede met de vermaning ons te hoeden voor schijnheiligheid. Ons geloof in Christus belijden helpt niets, grote activiteiten in zijn naam al evenmin, als wij God beliegen door eigen gedrag. De beste manier om naar Jezus’ woord te luisteren is het in praktijk brengen.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
En dan zal Ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!”
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand., Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’
Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun Schriftgeleerden.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.’

Handelen naar de wil van de Vader… daar gaat het dus om. Dat zal ook de maatstaf zijn waarmee Jezus ons in de ogen zal kijken wanneer we overleden zijn.

Gebed is belangrijk, wekelijkse (of voor wie kan dagelijkse) eucharistie ook, maar het is niet omdat we zeer trouw deze dingen doen, dat we daarom in Gods wil staan en leven. Het kan natuurlijk, maar het is absoluut geen garantie.

Gebed en leven zouden één moeten zijn. Of anders gezegd: ons handelen zou moeten voortvloeien uit ons gebedsleven. Of nog anders en zelfs beter gezegd: de geest van het gebed zou niet mogen doven in ons dagelijks leven. Clara van Assisi zei: we moeten niet enkel bidden, maar gebed worden.

Laten we Christus zo beminnen dat Hij mag leven in ons hart elke minuut van de dag. Moge Hij de grote bezieler zijn van al ons doen en laten. Moge Hij de innerlijke stuwing zijn van onze liefde voor ieder. Fris en blij… weet je nog.

Moge ons dagelijks leven beantwoorden aan datgene wat Christus ons schenkt in het gebed.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
Gij roept ons op ons leven te bouwen op U, U te kiezen als levend fundament van ons bestaan. Help ons ons op U te verlaten als de rotsgrond van ons leven. Help ons in onze overgave aan uw aanwezigheid. Ja Heer, help ons bidden. Leer ons dagelijks voor U te knielen, in U te leven, opdat wij sterk en trouw, zacht en volhardend in uw naam doen wat de Vader van ons vraagt.
Kom heilige Geest. Amen.