Lezingen van de dag – donderdag 28 jan. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Thomas van Aquino (+ 1274)266px-St-thomas-aquinas

Thomas van Aquino (ook Aquinas) op, Fossanova, Italië; kerkleraar (‘doctor angelicus’ = ‘engelachtige leraar’); † 1274

Hij werd rond 1225 geboren in het Italiaanse plaatsje Roccasecca bij Aquino. Hij was de jongste zoon van graaf Landulfo van Aquino. Voor zijn vorming werd hij toevertrouwd aan de benedictijner monniken van het nabijgelegen klooster Monte Cassino. Maar na enige tijd voelde hij zich aangetrokken tot de zojuist door de Spanjaard Dominicus Guzmán († 1221; feest 8 augustus) gestichte orde der predikheren, de Dominicanen.

Hij ging in Parijs theologie studeren en behaalde er de doctorsgraad. Eenmaal afgestudeerd, was hij was een veelgevraagd docent. Hij gaf theologie achtereenvolgens aan de universiteiten van Parijs (1252-1260), van Orvieto (12601-1264), van Rome (1265-1267), van Viterbo (1268), terug in Parijs (1269-1271) en tenslotte aan de universiteit van Napels (1272-1274).

Ondanks zijn intelligentie en in weerwil van de waardering die hij overal ontmoette vanwege zijn gelovige scherpzinnigheid, bleef hij een bescheiden mens. Hij was een man van gebed. Op weg naar het concilie van Lyon, stierf hij te Fossanova, vlakbij Rome.

Hij werd in 1323 heilig verklaard en in 1567 uitgeroepen tot kerkleraar.

Hij heeft een indrukwekkend oeuvre nagelaten. Op zijn sterfbed zou hijzelf hebben gevraagd alles te verbranden, omdat al die woorden niet in staat waren het ware geheim van God ook maar enigszins te benaderen. Aan zijn verzoek hebben zijn tijdgenoten niet voldaan. Tot op de dag van vandaag wordt zijn Summa Theologica (Samenvatting van de Theologie) nageslagen en bestudeerd.

Eén van de vragen die hij in zijn Summa behandelt, luidt, of Jezus terecht een groot leraar wordt genoemd. Hij merkt daarbij op dat een leraar des te belangrijker is, naarmate hijzelf geen enkel geschrift heeft nagelaten. Pas als zijn leerlingen hun best doen alle woorden van hun meester voor het nageslacht te bewaren en op te schrijven, hebben we te doen met een werkelijk groot leraar, aldus Thomas. Hij dacht hierbij natuurlijk aan Jezus, wiens woorden en daden door de evangelisten zijn opgetekend. Waarschijnlijk ook aan de Griekse wijsgeer Socrates (470-399 vóór Chr.), wiens woorden door zijn leerling Plato voor het nageslacht zijn bewaard. Toch is die opmerking van Thomas niet zonder humor, als je bedenkt hoeveel dikke boeken hijzelf geschreven heeft…

Diezelfde humor valt te bespeuren in Thomas’ opmerking dat een mens een minimum aan materiële voorzieningen nodig heeft, wil hij aan godsdienstig leven toekomen. Ieder weet, dat Thomas zeer dik was, en dat er zelfs gezien zijn dikke buik, een stuk uit de tafel was gezaagd op de plek waar hij de maaltijd gebruikte…

Hij geldt als patroon van de dominicaner orde. In 1880 werd hij patroonheilige van alle katholieke universiteiten en studiehuizen. Daarnaast is hij beschermheilige van theologen, studenten, boekhandelaars en potloodfabrikanten. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen onweer.

DONDERDAG IN WEEK 3 DOOR HET JAAR


Uit het tweede boek Samuël 7, 18-19 + 24-29

Het gebed van David is gebouwd op het model van alle bijbelse gebeden. David is dankbaar voor alles wat God voor zijn volk heeft gedaan. Hij is dankbaar voor alles wat God blijft doen. Zijn bede is dat dit volk zou trouw blijven zodat de rijke zegen van God altijd op hen zou rusten.

Koning David ging het heiligdom binnen, nam plaats voor de Heer en bad:
‘Wie ben ik, Heer, mijn God, wat is mijn familie, dat u mij zo ver hebt gebracht? En alsof dat nog niet genoeg was, Heer, mijn God, hebt u ook gesproken over de toekomst van mijn koningshuis. Moge dit de mensheid tot wet worden gesteld, Heer, mijn God
Welnu, Heer, mijn God, houd U dan ook aan de belofte die U aan mij en mijn koningshuis hebt gedaan en doe uw woord voor altijd gestand. Dan zal uw naam voor altijd in ere worden gehouden en zal men zeggen: “De Heer van de hemelse machten is God over Israël”, en dan zal het koningshuis van uw dienaar David altijd standhouden.
U, Heer van de hemelse machten, God van Israël, hebt aan uw dienaar onthuld dat U voor mij een huis zult bouwen. Daarom durf ik dit gebed tot U te richten.
U, Heer, mijn God, hebt me zo’n grootse toekomst beloofd. U alleen bent God, uw woorden zullen zeker in vervulling gaan.
Welnu, zegen dus mijn koningshuis opdat het altijd standhoudt. Dat hebt U, Heer, mijn God, immers beloofd. Moge het koningshuis van uw dienaar voor altijd door U gezegend zijn.’

 

Psalm 132, 1-5 + 11-14

Refr.: De Heer heeft David trouw gezworen.

Blijf David gedenken, Heer,
en alles wat hij heeft doorstaan,
omdat hij de Heer had gezworen,
de Machtige van Jakob had beloofd
‘Ik zal mijn tent niet binnengaan Drieeenheid_2
noch mij te ruste leggen op mijn bed,
mijn ogen niet overgeven aan de slaap
noch mijn wimpers aan de sluimer,
voordat ik een plaats vind voor de Heer,
een woning voor de Machtige van Jakob.’

De Heer heeft David trouw gezworen,
en zijn belofte neemt hij niet terug:
‘Een van je nazaten
laat ik je troon bestijgen.
Houden je zonen zich aan mijn verbond,
aan de richtlijnen die Ik hun geef,
dan zullen ook hun zonen voor altijd
zetelen op je troon.’

De Heer heeft Sion verkozen
en als woonplaats begeerd:
‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats,
hier verlang Ik te wonen.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 4, 21-25

‘De maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.’

Jezus sprak tot de menigte:
‘Je steekt toch geen lamp aan om hem onder de korenmaat te laten uitdoven of onder een bed weg te bergen? Nee, je zet hem op een standaard.
Alles wat verborgen is, moet openbaar worden gemaakt, en alles wat in het geheim is ontstaan, moet aan het licht komen.
Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’
Hij zei ook tegen hen: ‘Let goed op wat je hoort: met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden, en er zal je zelfs meer worden toebedeeld.
Want wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen.’

Van Woord naar leven

Wanneer we sterven zal al wat we gedaan hebben, of niet gedaan hebben, aan het licht komen. Hoe dat concreet zal gebeuren… dat weten we niet, maar dat het zal gebeuren weten we wel.

Het is een mooie gedachte. Wie leeft in het licht van dit gebeuren leeft naar een ontmoeting toe. Hij weet waarvoor hij leeft, wat hij te doen heeft, hoe hij moet leven. Hij weet het niet pasklaar, maar hij weet zich bewoond door de Heer die hem leidt en behoedt. Hij weet zich ten diepste gedragen door de hemel.

Niet dat hij geen misstappen kan begaan, verkeerde wegen kan inslaan, maar hij zal doorheen de stormen van het leven groeien in God doorheen de genade die hij in Christus krijgt.

Ooit mogen sterven… iets om naar uit te kijken !
En dat is helemaal niet tegengesteld aan ons leven nu hier op aarde. Het is ook niet zo dat we het leven hier op aarde als tweederangs moeten bekijken. Maar het is iets dat een verlengenis vormt van ons leven op aarde. En waarom zouden we daar niet naar mogen verlangen ? Uiteindelijk gaat het over een zeer diep thuiskomen bij de Vader. Zo is het toch ?

Het uitkijken naar ons sterven, en ons leven hier en nu, mogen we als een eenheid beleven in één en dezelfde werkelijkheid. Leven in het licht van de eeuwigheid zal je intenser doen leven, wetend wat de liefde waard is.

Maar laten we er vooral over waken dat dit uitkijken ons niet lauw maakt in de liefde hier en nu. Want de Heer is duidelijk: ‘Met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.’ Dat is klare taal die we niet mogen wegmoffelen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Jezus,22a1915828cf25bf24584e27e43fa473
dankbaar om ons leven hier en nu kijken wij uit naar het leven in de eeuwigheid bij en in God. Moge wij leven in het licht van deze werkelijkheid, U meedragend als Heer en broer, als leermeester en behoeder, Gij, het hart van ons bestaan.

Kom heilige Geest,
open ons hart voor het leven van de Heer.

Amen.