Lezingen van de dag – donderdag 29 december 2016


Heilige (of feest) van de dag

Thomas Becket († 1170)candle-1129354_640

Thomas Becket (ook van Canterbury), bisschop & martelaar, Engeland

Hij werd op 21 december 1118 geboren als zoon van een rijke koopman te Cheapside, tegenwoordig een deelgemeente van de stad Londen. Hij studeerde theologie in Parijs en werd rond 1142 medewerker van bisschop Theobald van Canterbury. Vervolgens trok hij achtereenvolgens naar Bologna en Auxerre om zijn studie te voltooien.

Hij was bestemd voor een glanzende kerkelijke carrière. Geheel volgens de verwachting benoemde koning Hendrik II hem in 1155 tot kanselier en in 1162 bovendien tot aartsbisschop van Canterbury. In zijn privé-leven was hij bevriend met de heilige ordestichter Gilbert van Sempringham († ca 1190; feest 4 februari).

Al gauw kwam hij in conflict met de koning, omdat hij zich verzette tegen diens bemoeienis met kerkelijke aangelegenheden. Dat moest hij in 1164 bekopen met verbanning naar Frankrijk. Hij nam zijn toevlucht tot het beroemde klooster van Pontigny; onderweg, meteen aan de overkant van het Kanaal in Frankrijk, logeerde hij in de abdij van St-Bertin; naar verluidt werd hij daar door abt Godschalk († 1176; feest 14 mei) met grote eerbied en broederlijke liefde ontvangen.

Na zes jaar, 1170, keerde hij terug. Maar nog in datzelfde jaar werd hij tijdens zijn gebed in de kathedraal door vier edelen vermoord; zij handelden in opdracht van de koning zelf.

Reeds drie jaar na zijn dood werd hij heilig verklaard; hij gold als toonbeeld van onkreukbaarheid, die zelfs voor de koning niet opzij ging waar het een hoger goed betrof. Een jaar later kwam de koning in eigen persoon om boete te doen op het graf van de heilige. Deze plek zou uitgroeien tot een van de drukst bezochte en rijkst begiftigde bedevaartplaatsen van Engeland. In 1538 werd Hendrik VIII zo geobsedeerd door die rijkdom dat hij Thomas’ relieken in de Thames liet gooien en vervolgens eenvoudig afkondigde dat de kerkschatten aan de staat waren vervallen. Naar het heet werd Thomas’ gebeente in 1888 teruggevonden, maar historici betwijfelen de echtheid hiervan.

T.S. Elliott schreef over deze gebeurtenissen zijn toneelstuk ‘Murder in the Cathedral’ en Jean Anouilh zijn ‘Becket ou l’Honneur de Dieu’.

Daarnaast is ‘De moord in de kathedraal’ onderwerp geworden van talloze kunstwerken.

donderdag in het kerstoctaafbijbel


Uit de eerste brief van Johannes 2, 3-11

Niemand kan zeggen dat hij in God gelooft en van God houdt, als hij Gods geboden niet onderhoudt. Het eerste en voornaamste gebod is de liefde. Het is een oud gebod, en toch ook nieuw in zoverre Jezus het radicaal stelt als voorwaarde en als kenmerk van zijn navolging.

Vrienden,
dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. Wie zegt: ‘Ik ken Hem’, maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden.
Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven.
Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.

 

Psalm 96, 1 + 2 + 3 + 5 + 6

Refr.: De hemel straalt en de aarde jubelt.

Zing voor de Heer een nieuw lied, img_0878
zing voor de Heer, heel de aarde.

Zing voor de Heer, prijs zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.

Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.

De goden van de volken zijn minder dan niets,
maar de Heer: Hij heeft de hemel gemaakt.

Glans en glorie gaan voor Hem uit,
macht en luister vullen zijn heiligdom.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 2, 22-35

De opdracht van het kind Jezus in de tempel, geeft de oude Simeon de gelegenheid God te loven. Een gelovige Jood verwelkomt de Messias. Hij is licht voor de heidenen, glorie voor het volk Israël. Maar Hij wordt ook teken van tegenspraak. Israël zal de glorie immers niet eenstemmig aanvaarden. Het licht zal eeuwen nodig hebben om op te gaan in de harten van de mensen.

Toen de tijd was aangebroken dat Maria en het kind zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’ Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.
Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien. Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:
‘Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals U hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die U bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’
Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over Hem werd gezegd.
Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door Hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’

Van Woord naar leven

Vandaag schrijft Johannes in de eerste lezing: Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus leven en in uw leven.

Gisteren was ik aanwezig in een rusthuis hier in de buurt, meer bepaald in Tielrode, waar er een kerstviering werd gehouden voor de bewoners, hun familie, kennissen, enzomeer. Het was een mooie, warme, eenvoudige viering; deugddoend voor ieder die er was. De priester hield een kort een eenvoudig woordje dat mij persoonlijk toch wel geraakt heeft, en wat ik graag hier met je wil delen.

Hij sprak over de woorden van de engel tot de herders die tijdens de nacht van de geboorte van Jezus bij hun schapen waren in de buurt van Bethlehem. De engel zei: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen.’ (Lc. 10, 2).
De priester vertaalde dit naar ons vandaag wanneer wij mensen ontmoeten: kunnen wij in onze ontmoetingen diezelfde vreugde leggen waarover de engel sprak; zowel voor degene die we ontmoeten alsook voor onszelf … Namelijk de vreugde van kerstmis; de vreugde van het ‘leven’, de vreugde van de ‘liefde’, de vreugde van het ‘er-zijn’. Kunnen we ‘blijheid’ leggen in onze ontmoetingen met mensen …

Het is een eenvoudige, maar tegelijk diepe en mooie gedachte. Want mensen ontmoeten doen we altijd. De ene al meer dan de andere, maar mensen komen we altijd wel ergens tegen: thuis, elders bij familie, op straat, bij de bakker, op de tram, … Kunnen we elkaar ontmoeten met en in de vreugde van kerstmis, dankbaar dat de Heer in en onder ons aanwezig is, ons gegeven om ons in staat te stellen Gods liefde te kunnen belichamen naar elkaar toe, ons gegeven om dragers en uitdragers te zijn van Gods vrede …

Laten we, wanneer we mensen ontmoeten, niet bij hen aanwezig zijn met gezichten als kartonnen dozen, maar met een zekere blijheid; een vreugde die haar wortels vindt in Gods inwoning in Christus in ons.

Zo zullen de woorden uit de eerste brief van Johannes van vandaag werkelijkheid worden: ‘Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven.’

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,father-christmas-514213_640
wij danken U om de komst van Jezus, Gij die mens geworden zijt onder ons. Door Hem werd het aloude gebod van de liefde voor ieder van ons plots heel toegankelijk. Door Christus’ inwoning in ons, door ons ja-woord aan Hem, zal Hij ons vervullen met zijn vrede, zijn liefde, zijn barmhartigheid, en zal Hij zijn leven door ons kunnen leven. Geef dat we ons volledig mogen toevertrouwen aan Hem, opdat iedere ontmoeting die wij hebben met anderen moge getekend zijn door de vreugde van kerst.
Alle dagen van ons leven. Amen.