Lezingen van de dag – donderdag 3 november 2016


Heilige (of feest) van de dag

Hubertus van Luik († 727)saint-hubert-of-liege

Hubertus van Luik (ook van Maastricht) osb, België; bisschop

In het jaar 683 was Hubert, zoon van Bertrand hertog van Aquitanië en achterkleinzoon van Clovis, een door zijn intelligentie, rijkdom en vriendelijkheid, in heel Gallië beroemde edelman.

Hij bracht veel van zijn tijd door in de Ardennen, bij zijn oom Pepijn van Herstal, een machtig edelman en oppermeester van het paleis van de koning van Australië. Hij ging elke dag op jacht, trok door  wouden en ondoordringbare struikgewassen waar  wilde zwijnen, herten, beren en wolven thuis waren, en keerde pas laat in de nacht terug naar zijn kasteel. Hij hield zich bezig met het africhten van zijn snelle Windhonden, zijn enorme Mastifs, zijn behaarde Korthalsen en zijn giervalken. Hij hanteerde bijl, speer, jachtmes en zwaard met gelijke behendigheid. Hij diende het wild met vaste hand.

Eens op een winterse dag, ging Hubert bij dageraad, te paard op jacht. Het was de dag van het feest van de Geboorte van Onze Heer. De bomen waren met ijzel bedekt, er vielen ook een paar sneeuwvlokken. Juist toen  hij begon te jagen, sprong er een uitzonderlijk grote witte tienender uit de struiken. Het hert rende voor hem uit en voerde hem mee in de diepten van het woud. Plotseling stond het hert stil en draaide zich om. In een visioen, zag Hubert tussen de hoorns, een lichtend kruis en hij hoorde een stem “Hubert! Hubert! Hoe lang zal jij nog de dieren in de bossen vervolgen? Hoe lang nog zal die passie u de redding van uw ziel doen vergeten? ”  Hubert, met angst vervuld, wierp zich ter aarde, en zoals Sint Paulus, vroeg hij : “Heer! Wat moet ik doen? ”
“Ga naar Lambertus, bisschop in Maastricht, en bekeer je.” zei de stem.  Hubert antwoordde met kracht en enthousiasme, “Dank U, o Heer. Je hebt mijn belofte. Ik zal mij tonen U waardig te zijn! ”

Hubert hield zijn woord. Hij ging naar de bisschop Lambertus, smeekte zijn bescherming en verzekerde hem dat hij de rest van zijn leven aan God wilde besteden. De bisschop gaf hem zijn zegen en zette hem zo op de weg van het heil.

Hubert trok zich dan terug in Andage of  Andain (ook Andagine of Andaïna) in de bossen van Champlon, waar de Heer zich aan hem had getoond, in de vorm van een lichtgevend kruis tussen de horens van het witte hert. Het gerucht van zijn bekering verspreide zich snel door de Ardennen. Bij het vernemen hiervan bekeerden vele heidenen zich massaal.

Nadat Lambertus, bisschop van Maastricht, door heidenen vermoord was, riep paus Sergius, Hubert tot zijn opvolger uit. In 708 vestigde Hubert in Luik zijn bisschopszetel, nadat hij er de overblijfselen van Sint Lambertus had laten vervoeren. Vanaf dan verrichtte Hubert voortdurend vrome werken, bekeerde veel ongelovigen en moedigde liefdadig aan.

Tegen het einde van zijn leven leed hij aan een verschrikkelijke en slepende ziekte. Toen hij zich snel voelde wegkwijnen, bepaalde hij de keuze van de plaats van zijn graf ….. in de kerk die hij in Luik had laten bouwen.  “Hier graaft gij mijn graf en plaatst er mijn overblijfselen.” Hij stierf op 30 mei van het jaar 727, op de leeftijd van 71 jaar.

Achtentachtig jaar na de dood van Sint Hubertus, vorderden de monniken van Andage de overblijfselen. Toen de paus daarvoor toestemming  had gegeven, beval de bisschop van Luik, Valcand, om de prachtige reliekschrijn, welke Carloman had laten snijden, naar Andage te vervoeren om er de relieken van de heilige in bij te zetten. Dit vond plaats met zeer grote praal en werd bijgewoond door de zeer gelovige Lodewijk de Vrome. Maar, zo gauw de reliekschrijn in hun bezit was, konden de benedictijnen van Andage de verleiding niet weerstaan deze te openen. Ze vonden er het perfect bewaard gebleven lichaam van de heilige. De monniken namen dan het uitstekende besluit om de stola van zijde en goudborduur  eruit te halen. Deze wonderbaarlijke stola is alles wat er nu nog van Sint Hubertus overblijft en houdt menig vrome men in verrukking.

Tijdens de Franse Revolutie zijn de schrijn en de overblijfselen van de heilige verdwenen. Men neemt aan dat de monniken ze hebben willen redden door ze naar een geheime gehouden plaats over te brengen.
Een kleine vlam van hoop laaide op, toen in 2009-2010 de stad Saint-Hubert de vernieuwingswerken van de Place Abbatiale begon, waar men in de ondergrond zeer oude fundaties vond. Maar het was tevergeefs, men vond geen spoor van de schrijn, noch van de relieken. De hoop om nog ze terug te vinden blijft nog altijd leven.

Eens op een derde dag van november, lang na de dood van Sint Hubertus, gingen twee edellieden op jacht in de Ardense bossen in de omgeving van Andage. Tot hun grote teleurstelling vonden zij geen enkel spoor van wild. Toen herinnerden zij zich plotseling dat zij zich op plaats van de favoriete jachtgronden van Sint-Hubertus bevonden. Ze deden toen de belofte, het eerste wild dat ze zouden doden, aan de heilige op te dragen. Op slag sprongen hun honden op, achter een enorm everzwijn aan. De jagers en honden vervolgden het tot aan de muren van het klooster van St. Hubert. Hier stopte het everzwijn en keerde zich om, alsof hij zich vrijwillig aan de jagers aanbood. Na een dergelijke buit gejaagd te hebben, was iedereen in grote blijdschap. Maar, de beloften die zij gemaakt hadden vergetend, gaven de edellieden opdracht het everzwijn weg te voeren. Deze, alsof hij verontwaardigd was dat zijn vroom lot vergeten was, stond op, sprong tussen honden door en verdween uit de ogen van de met angst en wroeging vervulde jagers.

Sindsdien is 3 november, dag van zijn heiligverklaring, als feestdag van Sint Hubertus verklaard. Op die dag, nemen de jagers deel aan de grote jachtpartijen, georganiseerd ter ere van de heilige.  De Ardense dorpen ontwakend bij het geblaas van jachthoorns. Het eerst gestrekte wild wordt aan de heilige opgedragen, in aandenken van zijn grote liefde voor de jacht, met het grote gevaar dat ze in dezelfde valkkuil terecht komen dan Hubertus voor zijn bekering…

donderdag in week 31 door het jaarbijbel


Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 3, 3-8a

Iemand die verandert van geloofsovertuiging zal het bij zijn vroegere geloofsgenoten wel altijd moeilijk hebben. Zo was het ook met Paulus, sommige Joden verwijten hem zijn geloofsafval. Hij verdedigt zich echter. De wet was hem heilig, maar hij kon niet anders dan Christus volgen.

Broeders en zusters,
wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, hoewel ik redenen genoeg zou hebben om op mezelf te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker.
Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een Farizeeër en heb de gemeente fanatiek vervolgd. Aan wat er in de wet over gerechtigheid staat, voldeed ik volledig.
Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van Hem heb ik alles prijsgegeven.

 

Psalm 105, 2-7

Refr.: Beroem u op Gods heilige Naam.

Zing en speel voor de Heer,
spreek vol lof over zijn wonderen.Drieeenheid_2

Beroem u op zijn heilige Naam,
wees blij van hart, u die de Heer zoekt.

Zie uit naar de Heer en zijn macht,
zoek voortdurend zijn nabijheid.

Gedenk de wonderen die Hij heeft gedaan,
de oordelen die Hij heeft uitgesproken.

Nageslacht van Abraham, zijn dienaar,
kinderen van Jakob, door Hem verkozen.

Hij is de Heer, onze God,
zijn besluiten gelden over de hele aarde.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 15, 1-10

Jezus verantwoordt zijn houding tegenover zondaars. Hij is gekomen om te redden wat verloren was. Het ene schaap dat verloren was, is Hem meer waard dan de negenennegentig anderen die geen rechtvaardiging nodig hebben. Zover gaat Gods bezorgdheid. De Blijde Boodschap is een boodschap van vergeving en vreugde.

Alle tollenaars en zondaars kwamen Jezus opzoeken om naar Hem te luisteren. Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.
En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.”
Zo, zeg Ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’

Van Woord naar leven

Alle tollenaars en zondaars kwamen Jezus opzoeken om naar Hem te luisteren. Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’

Jezus, Zoon van God, toont nog maar eens hoe God met ons, mensen omgaat. Hij zoekt de zondaars op, laat zich met hen in, eet en drinkt met hen, raakt hen aan, en opent hen voor de genade van bekering. Om dat gedrag begrijpelijk te maken voor hen die Hem dat verweten, vertelde Jezus de gelijkenis van het verloren schaap. Niet enkel een boodschap voor de toenmalige schriftgeleerden en Farizeeën, maar voor ieder mens van alle tijden; voor ons allen, voor u, voor mij.

Het kan cliché klinken, maar feit is dat wij dikwijls dat ene schaap zijn; verwijderd van z’n herder, verdwaald in het leven. Uiterlijk, voor de mensen, kunnen we – als het goed is – de schijn nog vrij hoog houden, doch diep vanbinnen is het soms chaos, is ons geloof toch maar klein, zijn we lauw geworden wat ons bidden betreft, we stellen vast dat we steeds weer terugvallen in kleine of minderkleine zondekes, we voelen ons zo onbekwaam in de liefde. En diep vanbinnen geeft dat pijn, ervaren we teleurstelling wat onszelf betreft, soms met zwaarmoedigheid tot gevolg. Ja, soms is het vanbinnen donkerder dan we het wensen.
Een andere pijn is de eenzaamheid op deze weg. Want, ach ja… wie kun je daar nu over aanspreken ? Het is een weg die we doorgaans alleen gaan, lijdend onder eenzaamheid, en diep vanbinnen hunkerend naar thuis komen met die donkerte bij… ja, bij Jezus.

Terug naar het evangelie, naar de gelijkenis van het verdwaalde schaap; het schaap dat opgezocht wordt, gevonden wordt, en dat zelfs reden wordt tot feest vieren.
Wie zoekt er ? Wie vindt er ? Wat had je gedacht… onze broer en Heer: Jezus. Jezus toont ons in de parabel hoe God naar de verdwaalde mens kijkt, en hoe Hij met deze mens omgaat. Namelijk met een hart dat niet kan verdragen dat er schapen die behoren tot zijn stal, verloren lopen. Hij kijkt met een goddelijke liefde, getekend door mededogen en diepe barmhartigheid. Hij kijkt niet alleen, maar gaat op weg. Hij zoekt dat schaap op, en geeft niet op. Hij zoekt tot Hij het vindt. Hij heeft er alles voor over. Ja, zelfs z’n eigen leven. Dat heeft Hij ons getoond op Goede Vrijdag.

Als Jezus het verloren gelopen schaap dan gevonden heeft, zal Hij uitnodigen met Hem mee te gaan. Geen veroordeling, enkel liefde, barmhartigheid, vergeving. Als het schaap niet meer in staat is te lopen (ja, soms kan de duisternis heel donker zijn) zal Hij het op z’n schouders nemen. Heel mooi beeld is dat; een beeld van God hoe Hij met de verloren gelopen mens omgaat. Hij zal het schaap dragen, mogelijke kwetsuren verzorgen, Hij zal de binnenkant helen (weer heel maken), Hij zal het schaap voeding geven, het weer sterk maken, zodat het weer op eigen poten kan staan, het leven omarmend in de kracht van z’n herder.

En dan de vreugde van de kudde, de vreugde van de hemel, de vreugde van de bredere gemeenschap zeg maar.  Ook dat typeert Jezus, het typeert de hemel, het zou de Kerk moeten typeren. En dan gaat het niet over ‘weer een zieltje gewonnen’; het gaat dan over iets veel diepers, namelijk in de vreugde van de hemel te staan omdat iemand weer thuis is gekomen bij God, zijn meest diepe thuis. Dat geeft vreugde, dat ontroert, dat stemt tot blijdschap en dankbaarheid, dat doet leven.

We zouden naar het voorbeeld van onze Herder, en in zijn naam, zo in de wereld moeten staan. We zouden op zo’n manier vriendschappen moeten aangaan met allen, dat ieder thuis kan komen in God. Een liefdevolle, belangloze vriendschap, in naam van Jezus, is de sleutel van dit gebeuren.
Vooral het ‘in naam van Jezus’ is belangrijk. Immers wijzelf zijn niet de oorzaak dat mensen hun thuis zullen vinden in God, maar de Heer zelf zal genadevol met ons, in ons, en door ons de mensen aanraken om hen (terug) tot Hem te brengen.

Deze weg zal een diepe vreugde geven waarover het evangelie spreekt. Het is het ‘blijde’ van de Blijde Boodschap, het is de vreugde van het Pasen van de Heer, de vrede van God.
Laat ons dragers en uitdragers zijn van dit gebeuren.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Barmhartige God,goedeherdericoon
ook als wij eigen wegen gaan die niet de uwe zijn, komt Gij naar ons toe. Zondige mensen brengt Gij tot inkeer en wat verloren was, zoekt Gij weer op. Geef dat ook wij elkaar steeds nieuwe kansen bieden, op tocht gaan naar wat verloren was en vreugde vinden in de verzoening met U en met elkaar.
Met en door Jezus, onze Broeder en Heer.
Amen.