Lezingen van de dag – donderdag 30 april 2015


Heilige (of feest) van de dag

Madeleine de Saint-Joseph (+ 1637)

Madeleine de Saint-Joseph

Madeleine de Saint-Joseph

Madeleine de Saint-Joseph (geboren de Fontaines-Maran) o.carm., Parijs, Frankrijk; kloosterlinge; † 1637.

Madeleine werd op 17 mei 1578 in Huize de Mesmes aan de Rue Sainte-Avoye te Parijs geboren. Zij was het zesde kind van Antoine de Fontaines-Maran, diplomaat in dienst van de Franse koning, en Marie Prudhomme de Fontenay, volle nicht van Madame Acarie, de grondlegster van de Carmelkloosters in Frankrijk († 1618; feest 18 april). Kort na Madeleine’s geboorte verhuisde de familie naar het domein van de familie Fontaines-Maran op het Franse platteland. Daar werden nog eens vijf kinderen geboren.

Van jongs af aan schijnt Madeleine aanleg gehad te hebben voor religieus leven; ze maakte als kind al diepzinnige opmerkingen en kon uren dromerig in een kerk of kapel doorbrengen. Tegelijk droeg ze zorg voor haar zieke moeder en voor haar kleinere broertjes en zusjes. Na een nieuwe verhuizing in 1600 stierf moeder. Omdat haar oudste zus intussen was ingetreden in een klooster te Longchamp bij Parijs, kreeg Madeleine de zorg voor het gehele huishouden op haar schouders.

Aangezien ze haar taak met verve vervulde, verschenen er telkens weer huwelijkskandidaten aan de poort. Zij wees ze stuk voor stuk af, omdat ze er almaar nog van droomde in een klooster te gaan; het was haar alleen nog niet duidelijk welke kloostergemeenschap het moest worden. Haar levenswijze thuis leek al bijzonder veel op het klooster: ze bad veel, las geestelijke boeken, trok zich vaak in haar eentje terug en zorgde voor arme mensen in haar naaste omgeving.

In 1603 werd bekend dat Abbé de Bérulle naar Tours zou komen om er tijdens de vastentijd, die aan het paasfeest voorafging, lijdensmeditaties te preken. Hoewel hij op dat moment pas 28 jaar was, gold Abbé de Bérulle toen reeds als een bekend man. Vader Fontaines besloot naar zijn villa in Tours te gaan om die meditaties in de kathedraal te kunnen beluisteren. Op aanraden van tante Marie Acarie werd er een ontmoeting gearrangeerd met de beroemde predikant. De abt vertelde dat de Carmelkloosters in Spanje een ingrijpende vernieuwing hadden doorgemaakt o.a. door toedoen van Theresia van Avila († 1582; feest 15 oktober). Hij koesterde het ideaal vestigingen te kunnen beginnen in Frankrijk. Op dat moment schoot het als een bliksemflits door de 25-jarige Madeleine heen, dat ze dit wilde: hier had ze op gewacht. Het grootste obstakel bleek vader te zijn, want hij wilde het gezelschap van zijn meest geliefde dochter niet kwijt. Tenslotte stemde hij toe, zodat zij op 11 november 1604 officieel de sluier ontving in de zojuist gestichte Carmel van Notre-Dame-des-Champs te Parijs.

Niet lang daarna volgde haar jongere zusje Catherine volgde haar voorbeeld. Een ander zusje, Louise, bleek niet geschikt. Voor haar richtte vader het huis te Parijs in als een soort op haar persoonlijk afgestemd kloostertje. Toen daarmee alle kinderen hun bestemming gevonden hadden, vroeg vader om de priesterwijding, welke hij korte tijd later inderdaad ontving.

De Parijse Carmel was gesticht vanuit Spanje. Met als gevolg dat Moeder Overste, de zalige Anna de Bartolomeo († 1626; feest 7 juni), en de eerste zusters alleen maar Spaans verstonden. Dat was voor de aanwezige françaises aanvankelijk moeilijk. Madeleine leerde Spaans en werd de verbindende persoon in de groep. Toen de eerste overste werd weggeroepen om elders in Frankrijk en België nog andere nieuwe vestigingen van de grond te krijgen, werd Madeleine in de Parijse Carmel aangewezen als haar opvolgster. Zo was zij overste van 1608 tot 1614.

Intussen bleef zij in nauw contact met Abbé de Bérulle. Van 1614 tot 1624 bekleedde zij allerlei andere functies in het klooster. Toen haar leidsman De Bérulle in 1629 werd overgeplaatst, was dat voor haar een zwaar verlies, vooral toen bleek dat zijn opvolger er heel andere ideeën op na hield.

Een bijzondere gebeurtenis was de doop van twee indianen-meisjes die vanuit de missie in Canada naar Frankrijk waren gestuurd voor een gedegen opleiding.

In 1635 legde Madeleine al haar functies neer. Hoewel zij nog niet zo vreselijk oud was, hadden de afgelopen jaren een zware tol geëist. Ze was moe. Twee jaar later, in 1637, stierf ze kort na Pasen, op donderdag 30 april. Op haar sterfbed sprak ze haar zusters voor een laatste keer toe: “Kijk vooral naar de Heilige Maagd aan de voet van het kruis. Wij hebben de eer tot haar dochters gerekend te worden. Laten we dan ook proberen steeds meer op haar te lijken door de wil van God te doen, en door ons niet op een dwaalspoor te laten brengen door zwakheden en gevoelens, die uiteindelijk recht tegen Gods wil ingaan. Wees niet bedroefd. Is het niet het beste te willen wat God wil? Vroeg of laat komen we immers allemaal bij Hem terecht!”

DONDERDAG IN DE 4e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 13-25

Paulus en Barnabas reizen naar Antiochiê waar Paulus preekt in de synagoge. Hij resumeert voor de gelovige Joden de heilsgeschiedenis van het Oude Testament en de vervulling van de messiaanse profetiën in Jezus. Hij zegt dus dat de heilsgeschiedenis verdergaat. Hij tracht een brug te slaan tussen oud en nieuw.

Paulus en zijn reisgenoten scheepten zich in Pafos in om naar Perge in Pamfylië te reizen. Daar verliet Johannes de beide anderen en keerde terug naar Jeruzalem. Paulus en Barnabas trokken van Perge verder naar Antiochië in Pisidië.
Daar aangekomen gingen ze op sabbat naar de synagoge en namen er plaats. Na de voorlezing uit de Wet en de Profeten werd hun namens de leiders van de synagoge gezegd: ‘Broeders, als u voor de mensen een bemoedigend woord hebt, ga dan uw gang.’
Paulus stond op, gebaarde om stilte en zei:
‘Israëlieten en alle anderen die God vereren, luister naar wat ik u te zeggen heb. De God van het volk van Israël heeft onze voorouders uitverkozen; Hij heeft hen, toen ze als vreemdelingen in Egypte woonden, groot en machtig gemaakt. Met opgeheven arm heeft Hij onze voorouders weggeleid uit Egypte, en ongeveer veertig jaar lang heeft Hij hen in de woestijn geduldig verdragen.
In Kanaän onderwierp Hij zeven volken, en hun land gaf Hij in bezit aan onze voorouders. Dit alles vond plaats in ongeveer vierhonderdvijftig jaar.
Vervolgens stelde Hij rechters aan, die heersten tot de tijd van de profeet Samuël.
Daarna vroeg het volk om een koning, en God gaf hun Saul, de zoon van Kis, een man uit de stam Benjamin, die veertig jaar regeerde.
Toen stootte God hem van de troon en maakte David koning, van wie Hij getuigde: “In David, de zoon van Isaï, heb Ik een man naar mijn hart gevonden, die geheel naar mijn wil zal handelen.”
En uit Davids nageslacht heeft God, overeenkomstig zijn belofte, een redder voor Israël voortgebracht, Jezus.
Voor zijn komst had Johannes het hele volk van Israël opgeroepen om zich te laten dopen en een nieuw leven te beginnen. Toen zijn levenswerk ten einde liep, heeft Johannes gezegd: “Wie jullie denken dat ik ben, ben ik niet. Maar let op: na mij komt iemand anders, en ik ben het niet waard om zelfs maar zijn sandalen los te maken.’

 

Psalm 89, 2 + 3 + 21 + 22 + 25 + 27

Refr.: Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen !

Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen, rublev_large
van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,
uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.

In David vond ik een dienaar,
Ik zalfde hem met heilige olie.

Mijn hand geeft hem steun,
mijn arm maakt hem sterk.

Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem,
door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.

Hij zal tot mij roepen: U bent mijn vader,
mijn God, de rots die mij redt !

 

Uit het evangelie volgens Johannes 13, 16-20

Er is een diepe eenheid, een communio, tussen Jezus en zijn leerlingen van alle tijden. Echt-christen zijn zal vragen: tot de dienstbaarheid van Christus groeien. Dat is bereid zijn onszelf weg te cijferen voor elkaar. We zullen op tegenstand stuiten, misschien ook in onszelf. We moeten Christus ook aanvaarden als Hij ons in medemensen tegemoet treedt.

Nadat Jezus de voeten van zijn leerlingen had gewassen, zei Hij tot hen:
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.
Ik doel niet op jullie allemaal: Ik weet wie Ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.”
Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat Ik het ben.
Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt Hem die mij gezonden heeft.’

Van Woord naar leven

Vandaag hoorden we in de eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen dat de leiders van de synagoge vroegen aan Barnabas en Paulus een bemoedigend woord te spreken. We horen dan hoe zij beginnen te spreken over hoe God lang geleden het volk geleid heeft door de woestijn,… en hoe uiteindelijk Jezus onder ons gekomen is. Morgen gaat deze toespraak verder waar gesproken wordt over de opstanding van Jezus.

Ik zou met u even willen nadenken over dat woord ‘bemoedigend’. Barnabas en Paulus werd gevraagd een woord van bemoediging tot het volk te richten. Een woord dat aanmoedigt, dat aanspoort, dat moed inspreekt, dat ondersteunt, dat opbeurt, dat troost, dat stimuleert, enz…

Hoe spreken wij met elkaar over geloof, God, het evangelie. Bemoedigen wij elkaar, maakt het ons tot enthousiaste en blijde christenen, stimuleren we elkaar tot geëngageerde mensen in de samenleving, moedigen we elkaar aan tot het vormen van gemeenschap, praten we zo met elkaar dat het gebedsleven in onze gezinnen een opflakkering kent, enz…
Of klagen en zagen we met en tegen elkaar, zeggend hoe triest het wel is dat er geen jonge mensen meer zijn in de kerk, hoe weinig er nog gebeden wordt, dat de biecht in de vergeethoek geraakt, dat de godsdienstlessen op niets meer trekken op school, enz…

Lieve mensen, klagen is iets van alle tijden, en soms is er zelfs reden tot klagen. Maar gaan we als gelovige gemeenschap een klaag- en zaagclubje worden, tot onze lippen bijna de grond raken.
Of gaan we zo met elkaar omgaan dat we als christenen blij zijn om ons geloof, enthousiast van hart, in vuur gezet door de verrezen Heer die ons bewoont. Kunnen mensen aan ons zien dat wij paasmensen zijn, mensen die het pasen van de Heer beleven in hun dagelijks leven: in hun gezinnen, op hun werk, naar de buren toe, in hun engagementen.

Lieve mensen, laat ons blijde mensen zijn. Niet gemaakt, geen fake, maar eenvouding, eerlijk en welgemeend, vanuit Christus’ inwoning in ons hart. Moge Hij – de Heer – de levende bron zijn van onze paasvreugde

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog ‘Van Woord naar leven’.

Laat ons bidden

Heer Jezus, 1381940386c
goede Broer,
geef dat wij in uw paasgenade mogen leven;
U dragend en uitdragend,
blij, eenvoudig en fris,
als een gebed zonder ophouden,
als een lofzang op de Allerhoogste.
Geef ons dat warme zachte vuur
dat ons enthousiast maakt
van U te getuigen
door uw liefde te zijn.
Amen.