Lezingen van de dag – donderdag 30 juli 2015


Heilige (of feest) van de dag

Petrus Chrysologus ( † 450)Petrus Chrysologus

Ravenna, Italië; bisschop & kerkleraar

Hij werd rond 406 geboren in de Italiaanse stad Imola. Zelf had hij zich het liefste teruggetrokken in de eenzaamheid om zich als kluizenaar geheel en al aan God toe te wijden. Maar als diaken had hij reeds te zeer de aandacht op zich gevestigd. De moeilijkste opdrachten had hij steeds tot een goed einde weten te brengen. Toen aartsbisschop Johannes van Ravenna stierf, rond 432, was het paus Sixtus III († 440) zelf die in een droomgezicht de ingeving ontving Petrus als de opvolger van Johannes te kiezen.

Een oude levensbeschrijving geeft het volgende beeld van zijn werkzaamheid:
“Petrus toonde zich eerder verslagen dan ingenomen met zijn benoeming. Maar toen hij haar eenmaal had aanvaard, wijdde hij zich aan zijn taak met alle energie die hem gegeven was. Hij preekte zeer dikwijls, hoorde biecht, bezocht zieken, gaf troost en raad waar hij maar kon, bestreed misbruiken; en als hij dan zo’n dag had besteed aan zijn herderlijke plichten, besteedde hij de nacht aan studie en gebed. Bij het schijnsel van de lamp schreef hij zijn heldere en gedegen uiteenzettingen tegen de ketterijen en dwaalleren van zijn tijd.”
Zijn welsprekendheid stond zo hoog aangeschreven dat hij daaraan zijn bijnaam dankt: ‘Chryso-logus’ = ‘guldenwoord’.

Niet alleen richtte hij zich in zijn preken en toespraken tot het gewone kerkvolk, hij schrok er ook niet voor terug de overdadige levenswijze aan het keizerlijke hof in Ravenna aan de kaak te stellen.
Het was in zijn tijd dat de heilige Germanus van Auxerre († 448) in Ravenna verbleef voor een kerkelijke diplomatieke missie, en stierf. Petrus omgaf het stoffelijk overschot met de grootst mogelijke eer, en stuurde het terug naar Frankrijk, zodat het daar door de gelovigen en de pelgrims als heilige kon worden vereerd.
Niet lang daarna is hijzelf gestorven. Om in alle rust te kunnen sterven, legde hij het bisschopsambt neer en liet zich overbrengen naar zijn geboorteplaats Imola. Daar riep hij de patroonheilige van de kerk aan, Cassianus († 304), om hem in zijn stervensuur terzijde te staan.
Een groot aantal van zijn preken zijn bewaard gebleven.

Paus Benedictus XIII († 1730) riep hem in 1729 uit tot kerkleraar.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen koorts en hondsdolheid.

DONDERDAG IN WEEK 17 DOOR HET JAAR


Uit het boek Exodus 40, 16-21 + 34-38

Het slot van het boek Exodus ziet Gods blijvende aanwezigheid bij zijn volk uitgedrukt in de verbondstent, waarin de verbondsakte word bewaard. Een wolk overschaduwde de tent als teken van deze blijvende aanwezigheid van Gods heerlijkheid. Zo woont Gods woord onder de mensen.

Mozes deed alles wat de Heer hem had opgedragen.
In de eerste maand van het tweede jaar, op de eerste dag van de maand, werd de tabernakel opgebouwd. Mozes liet de voetstukken voor de tabernakel plaatsen, hij liet de planken erin zetten, de dwarsbalken aanbrengen en de palen oprichten. Over de tabernakel werd de tweede tent gespannen en daaroverheen werden de buitenste tentkleden gelegd, zoals de Heer Mozes had opgedragen.
Hij legde de verbondstekst in de ark, bevestigde de draagbomen aan de ark en legde de verzoeningsplaat erop. Hij zette de ark in de tabernakel en hing ter afscherming van de ark met de verbondstekst het voorhangsel op, zoals de Heer hem had opgedragen.
Toen werd de ontmoetingstent overdekt door een wolk en werd de tabernakel gevuld door de majesteit van de Heer. Mozes kon de ontmoetingstent niet meer binnengaan, want de wolk rustte daarop en de majesteit van de Heer vulde de tabernakel.
Zolang hun tocht duurde, trokken de Israëlieten pas verder wanneer de wolk zich van de tabernakel verhief. Wanneer de wolk niet opsteeg, trokken ze niet verder; ze wachtten tot de wolk weer opsteeg.
Zolang hun tocht duurde, rustte overdag de wolk van de Heer op de tabernakel, ‘s nachts verscheen er een vuur in, dat voor alle Israëlieten zichtbaar was.

 

Psalm 84, 3 + 4 + 11

Refr.: Heer God, hoe lief is mij uw woning.

Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de Heer. spaanse-mus-spanish-sparrow-03
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God.

Zelfs de mus vindt een huis en de zwaluw een nest
waarin ze haar jongen neerlegt,
bij uw altaren, Heer van de hemelse machten,
mijn koning en mijn God.

Beter één dag in uw voorhoven
dan duizend dagen daarbuiten,
beter op de drempel van Gods huis
dan wonen in de tenten der goddelozen.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 47-53

De parabel over het net handelt over de veroordeling van de slechten. Dit zal pas gebeuren op het einde der tijden. God laat hen alle kans om zich nog te bekeren. Hiermee eindigt de reeks parabels van Matteüs over het koninkrijk. Hij toonde er in hoe het Oude Verbond zijn voltooiing vond in het nieuwe.

Jezus sprak tot de menigte:
‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.
Hebben jullie dit alles begrepen?’
‘Ja’, antwoordden ze.
Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt.’
Toen Jezus deze gelijkenissen had uitgesproken, verliet Hij die plaats.

Van Woord naar leven

‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt.’

Nieuw en oud. Zo is de Blijde Boodschap, zo is de Kerk, zo is Jezus, zo is ieder van ons. Het is zoals de tijd die altijd opnieuw nieuw is. De minuut waar je nu in leeft is niet de minuut van een minuut geleden, terwijl de minuut die je nu beleeft behoort tot het wezen ‘tijd’ waar de minuut van een minuut geleden ook toe behoorde… 😉

De Blijde Boodschap is oud en nieuw tegelijk. Oud is ze omdat ze meer dan 2000 jaar oud is. Anderzijds is ze dagelijks nieuw omdat de Blijde Boodschap levend is. Het is God die spreekt en dat is meer dan een echo, maar wel degelijk een spreken dat vandaag opnieuw gebeurt. Zijn Woord is niet oud, stoffig of wat dan ook, het is fris en levendig, vandaag tot u gesproken.
Het zou daarom jammer zijn wanneer je een stuk Schrift leest dat je meteen zou denken: ‘oh dat ken ik al, dat gaat zo en zo en het heeft die boodschap’. Wie zo met het lezen van de Schrift omgaat leest het inderdaad als een gekend iets, maar gaat voorbij aan het ‘nieuwe’, aan het spreken van God tot jou vandaag, en mist misschien de diepgang die God vandaag aan je wilt meedelen. De Bijbel is een levende materie, en dus niet enkel een boek van zoveel jaar oud. Daarom verschilt het ook van ieder ander boek, hoe interessant dat boek ook mag zijn.

Hetzelfde met de persoon van Jezus. We kunnen weet van Hem hebben door over Hem gelezen te hebben, gestudeerd te hebben, over Hem gehoord te hebben, enz… Maar weet hebben over Jezus is nog iets anders dan Jezus als een levend iemand meedragen in je leven. De historische Jezus kennen is goed en nodig, maar voor een christen is dat niet genoeg. We zijn door Jezus bewoond, en in die zin is Hij iedere dag nieuw, fris, levendig. Hij vraagt onze overgave aan zijn aanwezigheid, en ook dat is elke dag weer een nieuw en fris gebeuren.

Zo ook met de Kerk. Die is wat ze gisteren was en tegelijkertijd is ze nieuw, omdat Jezus het levend Hart is van die Kerk. Hij nodigt elke dag opnieuw uit zijn aanwezigheid te belichamen, ieder in zijn roeping, ieder met zijn gaven.

In het evangelie volgens Johannes lezen we: ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.’ (Joh. 13, 34)
Wat verder schrijft Johannes in zijn tweede brief: ‘Ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor, maar een gebod dat ons vanaf het begin bekend is: laten we elkaar liefhebben.’ (2 Joh. 1, 5).

De liefde is dat aloude gebod, en tegelijkertijd een altijd nieuw gebod. Nieuw, omdat het door Christus bewoond is, en dus levend is. Wie liefheeft leeft in Christus, en Christus in hem. Dat is altijd een nieuw, fris en blij gebeuren.

Ook wijzelf zijn elke dag nieuw. Gisteren waren we misschien nog zondige mensen, vandaag mogen we die zonde achter laten, de barmhartigheid van de Heer welkom heten, leven als nieuwe mensen.

Kom, laten we ons geven aan de Heer, die vandaag tot ons komt, tot ons spreekt, ons uitnodigt. Laten we ons geven aan zijn aanwezigheid, opdat Hij ons nieuw kan maken en door ons heen kan leven, werken, bidden,… liefhebben.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,strege_icon_web
zoals elke dag steeds opnieuw ‘nieuw’ is, zo komt Gij ook dagelijks tot ons als ‘nieuw’. Ook al bestaat het evangelie bijna 2000 jaar, uw woord komt elke dag opnieuw als ‘nieuw’ tot ons. Vanuit uw inwoning in ons spreekt Gij immers tot ons, niet als een echo uit een ver verleden, maar als een nieuw en fris woord, vandaag in ons hart gelegd. Geef dat wij U, uw stem, uw woord van harte mogen beminnen en koesteren. Help ons te leven in uw genade, opdat ons liefhebben mag geworteld zijn in uw aanwezigheid, vol van genade voor onszelf en allen die we liefhebben. amen.