Lezingen van de dag – donderdag 30 juni 2016


Heilige (of feest) van de dag

Eerste christenmartelaren van Rome († ca 65)Candles_church

Eerste Christenmartelaren van Rome, Italië

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1969) voerde naast vele andere veranderingen ook vernieuwingen door op het gebied van de liturgie en de heiligenkalender. Zo staat nu daags na het feest van Petrus en Paulus de gedachtenis op de kalender aan de eerste christenmartelaren die vielen ten tijde van keizer Nero.

Hoewel Rome in de eerste eeuw van de jaartelling een smeltkroes was van allerhande godsdiensten, religies en sektes, namen de christenen toch een aparte plaats in. Men kende ze alleen bij geruchte. Omdat de christenen aanvankelijk het Joodse gebruik overnamen dat God niet bij name werd genoemd, meenden de Romeinen dat zijn atheïsten waren, een onmogelijkheid in die dagen. Dat idee werd nog versterkt door het feit dat zij geen afbeeldingen kenden. Anderen wisten echter te vertellen dat er kinderoffers werden gebracht, dat hun vlees werd gegeten en bloed gedronken…
Weer anderen wisten dat zij er een geheel andere seksuele moraal op na hielden dan de Romeinen, en dat ze vrouwen ertoe brachten liever maagd te blijven dan te trouwen.

Intussen hielden christenen zich afzijdig van het openbare maatschappelijke leven. Bij alle openbare gelegenheden en gebeurtenissen moest een wierookoffer worden gebracht aan de Romeinse goden, aan de goddelijkheid van de staat en van de keizer. Dat hield in dat er voor een godenbeeld een bak met gloeiend houtskool klaarstond, met daarnaast een bak wierookkorrels. In het voorbijgaan wierp men meestal zonder nadenken een enkele korrel op het vuur. Voor christenen botste dat met hun overtuiging dat God alleen eer moest worden gebracht. Zij voelden dergelijke offers hoe nietszeggend en routineus ze soms ook waren geworden – als verraad aan God.
Hoe dan ook, in de eerste jaren van hun verblijf te Rome, kenden men ze eigenlijk alleen bij geruchte. Een uitstekende voedingsbodem voor verdachtmaking als je een zondebok nodig hebt.

Dat was het geval na de beruchte brand van Rome in 64. Tot op de dag van vandaag gaat men er meestal van uit dat de keizer ze zelf heeft laten aansteken. Hij hield ervan op zijn bordes dat uitkeek over arme krottenwijken van de stad, Homerus te declameren. Hij wilde zo levendig mogelijk de brand van Troje voor zich zien die uiteindelijk zou leiden tot de stichting van de stad Rome. Daarom had hij de krottenwijk beneden zich in brand laten steken… Bovendien maakte hij zo meteen meer ruimte om zijn gouden paleis uit te breiden. Er vielen honderden slachtoffers. Om de geruchten de kop in te drukken die naar hem als schuldige wezen, liet hij christenen arresteren en op geraffineerde manieren doodmartelen.

Zo was er een groep die gekruisigd werd; anderen werden in dierenvellen genaaid en voor de wilde beesten geworpen, waardoor ze wreed werden verscheurd; een derde groep werd eveneens in dierenvellen genaaid, maar vervolgens met pek en olie overgoten om als fakkels te dienen en zo de tuinen van de keizer te verlichten. Hoewel hun sterfdata meestal enkele jaren later worden geschat, zijn er nog steeds onderzoekers die menen dat zowel Petrus als Paulus behoord hebben tot deze slachtoffers van de eerste generatie.

Deze eerste vervolgingen vormden achteraf gezien een opmaat voor meerdere periodes van christenvervolging in de eerste drie à vier eeuwen van onze jaartelling.

donderdag in week 13 door het jaarbijbel


Uit de profeet Amos 7, 10-17

De profeet Amos krijgt een uitwijzingsbevel om het land Samaria te verlaten. Een functionaris van een vreemde eredienst brengt hem dat. Maar hij negeert het, want het is in strijd met het bevel dat God hem gegeven heeft. Hij zet zich in voor echte godsdienstigheid, niet voor formalisme en uiterlijkheid.

In die dagen stuurde Amasja, de priester van Betel, deze boodschap aan Jerobeam, de koning van Israël: ‘Amos hitst de Israëlieten tegen u op; het volk zal geen weerstand aan zijn woorden kunnen bieden. Hij zegt dat u, Jerobeam, door het zwaard zult sterven en dat Israël van zijn grond zal worden verbannen.’
Daarna zei hij tegen Amos: ‘Ziener, verdwijn! Ga naar Juda en verdien daar je brood, ga daar maar profeteren. Hier in Betel mag je niet langer profeteren, want dit is het heiligdom van de koning, de tempel van het koninkrijk.’
Maar Amos antwoordde Amasja: ‘Ik ben helemaal geen profeet, en ook geen profetenleerling. Ik ben veeboer en vijgenteler. Maar de Heer heeft me van achter mijn schapen vandaan gehaald, en het is de Heer die tegen me heeft gezegd: “Ga naar mijn volk Israël en profeteer daar.” Luister daarom naar de woorden van de Heer. Jij zegt dat ik niet mag profeteren in Israël, geen profeet mag zijn voor Isaaks volk. Daarom – zegt de Heer – zal je vrouw in de stad als hoer moeten leven, zullen je zonen en dochters sterven door het zwaard en zal je land in stukken worden verdeeld. Jijzelf zult op onreine grond sterven en Israël zal van zijn grond worden verbannen.’


Psalm 19, 8-11

Refr.: De wet van de Heer is volmaakt, levenskracht voor de mens.

De wet van de Heer is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de Heer is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.Drieeenheid_2

De bevelen van de Heer zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.
Het gebod van de Heer is helder:
licht voor de ogen.

Het ontzag voor de Heer is zuiver,
houdt stand, voor altijd.
De voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Ze zijn begeerlijker dan goud,
dan fijn goud in overvloed,
en zoeter dan honing,
dan honing vers uit de raat.


Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 1-8

Dat God zonden kan vergeven en zieken kan genezen is nog wel aanvaardbaar als wij in Hem geloven. Dat Hij deze macht ook gegeven heeft aan mensen lijkt ons vaak niet aanvaardbaar. Toch is het bij ons een geloofsovertuiging dat Jezus deze macht gaf aan zijn Kerk.

Jezus stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad.
Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij Hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’
Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal!
Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’
Toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’
En hij stond op en ging naar huis.
Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die Hij aan mensen heeft verleend.

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van J. Bots, sj

Als Jezus barmhartigheid verkondigt, als Hij barmhartig is, dan denken ze kwaad over Hem en daarom gaat Jezus uit zichzelf weg. Hij wordt als het ware weggekeken. ‘Wat een godslasterlijke taal!‘ Bij een andere evangelist staat er nog bij: ‘Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen?’ (Mc 2,7). Niemand kan immers de zonden ongedaan maken, goedmaken. Gedane zaken nemen geen keer, het blijft altijd waar dat je een ander leven had kunnen leiden. Je zou je handen willen schoonwassen, je vuile handen reinigen. Je zou willen dat het niet gebeurd was. Maar het is gebeurd en het is niet ongedaan te maken. Je hebt vuile handen en die blijven vuil. Zo was en is het in ieder geval bij de meeste mensen.

Maar wat is Gods antwoord op de zonden? Als de zondaar zich bekeert, is het dan voor Hem: eens een dief, altijd een dief? Voor altijd getekend met Kaïns teken op het voorhoofd? Getekend voor de mensen, getekend voor God? Nee, als God geloof ziet, openheid, is zijn reactie: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ Hij ziet geloof bij de lamme en zijn dragers, maar Hij stoot op ongeloof bij de schriftgeleerden die erbij zaten. Die erbij záten! Die houding zegt ook al iets. Iedereen staat, zij zitten. Zij zijn immers schriftgeleerden, leraren. Ze kunnen dus oordelen. ‘Wat een godslasterlijke taal!’ en op zich genomen is dat ook zo. Als een mens zegt: ‘Ik vergeef u uw zonden’, eigent hij zich iets toe wat alleen God toekomt. In zoverre hebben zij gelijk. Niemand anders kan zonden vergeven dan God alleen.

Toch heeft Jezus het zo niet gezegd. Hij zegt niet: Ik vergeef u uw zonden, maar ‘uw zonden worden u vergeven.’ (door God). Het is een theologisch passieve uitdrukking. God is het onderwerp van het vergeven, Hij staat er achter. Dat ze dát niet geloven, dat is eigenlijk hun zonde, dat ze niet geloven dat God wel eens achter het woord van Jezus zou kunnen staan. Zij geloven dat het met de zonden inderdaad zo is: boontje komt om zijn loontje, eigen schuld, dikke bult, je moet lijden, het kwaad wordt gestraft. Het kwaad straft zichzelf en daar staat God achter, dat geloven ze. Het is niet meer ongedaan te maken. Het is zo en het kan nooit anders worden. Dat ze in God geen andere mogelijkheid tegenover het kwaad zien, dát is hun zonde, dát is hun ongeloof. Het is een geslotenheid, een opgesloten zijn in hun menselijke overwegingen. Het is de hardheid van hun hart, hun starheid.

Onze zonden zijn van ons uit nooit ongedaan te maken. Kwaad blijft kwaad. Het is gebeurd, het is nooit meer terug te draaien. Maar wat wíj niet kunnen, dat kan God, en Hij hééft het ook gedaan, want Jezus heeft zijn Bloed vergoten, vrijwillig, tot vergeving van de zonden. Hij heeft onze vuile handen schoon gewassen, met zijn Bloed gereinigd.
Dat is de nieuwe liefde. Het kwaad dat mensen doen en blijven doen, wordt door God blijvend goedgemaakt door een overmaat van liefde. Zijn liefde is groter dan het kwaad dat wij Hem aandoen. Dat is, wat men van oudsher noemt ‘eerherstel’, en aan dát eerherstel nemen wij deel wanneer wij eerherstel brengen.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,Public domain image, royalty free stock photo from www.public-domain-image.com
wie gelooft en in U zijn vertrouwen stelt, schenkt Gij genezing en vergiffenis van alle zonden. Trek ons in uw liefde opdat wij elkaar mogen bemoedigen en steunen, en die barmhartigheid mogen schenken die U zo eigen was.
Vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.