Lezingen van de dag – donderdag 4 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Benedictus de Moor († 1589)

Benedictus de Moor (ook van Palermo, van San-Filadelfo of de Zwarte) ofm.obs., Palermo, Sicilië, Italië; kluizenaar

Benedictus werd rond het jaar 1526 geboren in het dorpje San-Filadelfo (= tegenwoordig het waarschijnlijk naar hem genoemde plaatsje San-Fratello) op het Italiaanse eiland Sicilië. Zijn ouders waren christen: zijn vader heette Christoforus Manassère en zijn moeder Diane Lercan; ze waren slaven, afkomstig uit Ethiopië. Vandaar de bijnaam van Benedictus: ‘de Moor’ of ‘de Zwarte’. Om te vermijden dat hun kinderen in slavernij geboren zouden worden, leefden zij samen als broer en zus. Maar toen hun meester beloofde, dat hij hun eerste kind de vrijheid zou geven, werd Benedictus geboren. Zij gaven hem een diep christelijke opvoeding mee.

Van enige scholing was geen sprake, want al vroeg moest hij de schapen hoeden, die aan de zorgen van zijn vader waren toevertrouwd. Op het veld bracht hij vele uren in gebed door. Juist omdat hij geen enekele menselijke kennis bezat, ging hij in de grootste eenvoud om met God. Voldoende reden voor zijn leeftijdgenootjes om hem vreemd te vinden en dat door allerlei pesterijtjes flink te laten merken. Op zulke momenten trok hij zich nog meer terug in de eenzaamheid, want die was hem het liefste.

Toen hij voldoende verdiensten bij elkaar had gespaard, wilde hij een eigen bestaan opbouwen. Hij kost een span ossen en was gelukkig met zijn dagelijks werk. Zo was hij intussen eenentwintig geworden.

In de omgeving van San-Filadelfo woonde een eenzame kluizenaar, Gerolamo Lanza. Aanvankelijk was hij getrouwd geweest. Maar met toestemming van zijn vrouw had hij alle overbodige goederen verkocht en was in de eenzaamheid gaan wonen om het leven van de woestijnvaders na te volgen. Op een dag had hij gezien hoe de zwarte Benedictus werd getreiterd door zijn dorpsgenoten. Hij was hem gaan opzoeken in zijn hutje en had eenvoudig gevraagd:
“Wat doe jij hier nog, Benedictus? Verkoop je ossen en kom bij mij in de eenzaamheid wonen.”
Het was voor Benedictus alsof deze uitnodiging van God zelf kwam. Hij verkocht zijn beesten met pijn in het hart, want hij had er zo zuinig voor gespaard en zij waren een stuk van zijn leven geworden. De opbrengst ervan gaf hij weg aan de armen. Vanaf dat moment wijdde hij zich vol overgave toe aan Christus. Getweeën leidden de heilige mannen hun leven van boete, versterving en gebed. Zij kleedden zich in lompen; ze aten één keer per dag wat kruiden en dronken niets anders dan water. De plek waar zij woonden stond bekend als Santa-Dominga. Spoedig kwamen er andere jongemannen uit de omgeving die zich bij Benedictus aansloten. Ze leefden als kluizenaar en observanten volgens de regel van Sint Franciscus. De mensen stroomden toe om raad en troost. Dat werd tenslotte zo erg, dat ze zich genoodzaakt zagen zich nog verder in de eenzaamheid terug te trekken. Eerst vestigden zij zich bij het dorpje Nazzara en acht jaar later in het ijzig koude Mancusa, hoog op de berg. Zij deelden daar de grotten met de wolven. Maar toen Benedictus eens een wonder had verricht, werd de toeloop van troost- en sensatiezoekers zo groot, dat ze nogmaals verder moesten trekken.

Vanaf dat moment woonden ze op de Monte Pellegrino nog geen mijl verwijderd van de stad Palermo. Van rotsblokken bouwden ze er armzalige hutten als woninkjes. Maar voor een kapel hadden ze de middelen niet. De onderkoning van Sicilië kwam hun te hulp. Hij bouwde niet alleen een kapel, maar liet ook een waterreservoir aanleggen.

Benedictus is ook nog enige tijd gardiaan geweest. Dat duurde tot 1562. Toen gaf paus Pius IV het verlangen te kennen dat zij zich officieel zouden aansluiten bij de Orde van de Franciscanen. Zo kwam Benedictus achtereenvolgens in verschillende kloosters terecht. Tenslotte bleef hij wonen in het Mariaklooster vlakbij Palermo. Daar maakte men hem keukenbroeder. Hij vervulde die functie in de grootste eenvoud. Er doen over hem verschillende verhalen de ronde.

Eens was al het eten op in het klooster. Omdat het buiten flink sneeuwde, was het onmogelijk om uit bedelen te gaan. Benedictus zei tot de broeder die hem hielp in de keuken, dat ze alle voorraadkruiken vol sneeuwwater moesten doen. Vervolgens keerden zij zich in tot gebed. De hele nacht. Bij het krieken van de dag bleek, dat de kruiken vol zaten met levende vissen. Genoeg voor de hele gemeenschap om een aantal dagen van te leven.

Een ander verhaal vertelt, dat hij op een kerstfeest zo in zijn gebed verzonken was geraakt, dat het eten koken er helemaal bij was ingeschoten. En dat terwijl de aartsbisschop van Palermo op het kerstdiner was uitgenodigd. Toen iedereen aan tafel ging, bleek er een overvloed aan spijzen te zijn. Niemand heeft er iets van gemerkt…

Tot zijn grote verdriet werd hij in 1578 tot gardiaan benoemd. Dat was des te pijnlijker, omdat hij altijd een eenvoudige leek was geweest. En in zijn nieuwe functie zou hij gehoorzaamheid moeten vragen van priesters. Dat ging zijn bevattingsvermogen te boven. Vandaar dat hij op uiterst delicate en bescheiden wijze leiding gaf. Bij alles wat hij van anderen vroeg, zette hij zichzelf op de laatste plaats. Geen wonder, dat zijn huisgenoten hem op handen droegen. Maar doordat hij ieder die aanbelde bij het klooster met liefde en vriendelijkheid te woord stond, was hij ook bij de bevolking in de buurt razend populair. Dat bleek, toen hij eens deel moest nemen aan een overstenvergadering in Girgenti. Met moeite wist hij door het gedrang heen te komen: ieder wilde hem aanraken; ieder wilde zijn persoonlijke zegen. Tenslotte besloot hij alleen nog ’s nachts te reizen.

Nadat zijn termijn verlopen was, maakte men hem tot plaatsvervangend overste en vervolgens novicemeester. Zijn wijsheid en kennis oogstten de grootste bewondering, en dat terwijl hijzelf niet eens lezen en schrijven kon! Uiteindelijk mocht hij terugkeren naar zijn geliefde plekje in de keuken.

In de loop van februari van het jaar 1589 werd hij ziek. Op zijn ziekbed zou hij zijn bezocht door Sint Ursula, want voor haar had hij zijn hele leven een grote devotie gehad. Hij stierf op 4 april 1589.

Na zijn dood stroomden de pelgrims naar zijn graf om – net als tijdens zijn leven – zijn voorspraak te vragen bij God in al hun noden.

Sinds 1652 is hij medepatroon van de stad Palermo.

Hij werd in 1807 heilig verklaard.

donderdag in de derde paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 8, 26-40

Toevallig ontmoet Filippus een reiziger, die als gelovige Jood van een bedevaart naar Jeruzalem terugkeert. Filippus verkondigt aan deze man de dood en de verrijzenis van Jezus, vindt geloof en doopt hem.

Een engel van de Heer zei tegen Filippus: ‘Ga tegen de middag naar de verlaten weg van Jeruzalem naar Gaza.’
Filippus deed wat hem gezegd werd en ging naar die weg toe. Daar kwam hij een Ethiopiër tegen, een eunuch, een hoge ambtenaar van de kandake, de koningin van Ethiopië, die belast was met het beheer van haar schatkist. Hij was in Jeruzalem geweest om daar God te aanbidden en zat nu op de terugweg in zijn reiswagen de profeet Jesaja te lezen.
De Geest zei tegen Filippus: ‘Ga naar die man daar in de wagen.’
Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’
De Ethiopiër antwoordde: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’
Hij nodigde Filippus uit om in te stappen en bij hem te komen zitten.
Dit was het schriftgedeelte dat hij las: ‘Als een schaap werd hij naar de slacht geleid; als een lam dat stil is bij zijn scheerder deed hij zijn mond niet open. Hij werd vernederd en hem werd geen recht gedaan, wie zal van zijn nakomelingen verhalen? Want op aarde leeft hij niet meer.’
De eunuch vroeg aan Filippus: ‘Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?’
Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam.
Onderweg kwamen ze bij een plaats waar water was, en de eunuch zei: ‘Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’
Hij liet de wagen stilhouden en beiden liepen het water in, zowel Filippus als de eunuch, waarna Filippus hem doopte.
Toen ze uit het water kwamen, greep de Geest van de Heer Filippus en nam hem mee, en de eunuch zag hem niet meer, maar vervolgde zijn weg vol vreugde.
Filippus kwam terecht in Azotus; van daar reisde hij verder en verkondigde in alle steden het evangelie, tot hij in Caesarea aankwam.

 

Psalm 66, 8 + 9 + 16 + 17 + 20

Refr.: Prijs, o volken, onze God.

Prijs, o volken, onze God,
laat luid uw lof weerklinken.

Hij heeft ons het leven gegeven
en onze voeten voor struikelen behoed.

Kom en hoor wat ik wil vertellen,
ieder die ontzag heeft voor God,
hoor wat Hij voor mij heeft gedaan.

Toen mijn mond Hem aanriep,
lag een lofzang op mijn tong.

Geprezen zij God,
Hij heeft mijn gebed niet afgewezen,
mij zijn trouw niet geweigerd.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 44-51

Tot God komen kan een mens niet louter uit eigen kracht. Het initiatief ligt bij God. Het leven met God wordt gevoed door het brood van goddelijk leven. Wij eten als het ware uit Gods hand. Dit brood is gegeven voor het leven van de wereld.

Jezus sprak:
‘Niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en Ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken.
Het staat geschreven in de Profeten: “Zij zullen allemaal door God onderricht worden.”
Iedereen die naar de Vader luistert en van Hem leert komt bij mij.
Niet dat iemand ooit de Vader gezien heeft; alleen Hij die van God komt, heeft Hem gezien.
Waarachtig, Ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven.
Ik ben het brood dat leven geeft.
Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet.
Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

Van Woord naar leven

Vandaag zou ik vanuit de eerste lezing van vandaag, een warm pleidooi willen voeren voor het gezamenlijk lezen van de Bijbel.

Gelukkig bestaan er heel wat goede initiatieven op dit vlak. Er zijn vele Bijbelgroepjes die met regelmaat samenkomen om de Schrift samen te lezen en te overwegen, om het Woord te leggen op het dagelijks leven. Da’s goed, en alleen maar aan te moedigen.

Doch zijn er heel wat mensen (echt véél mensen) die diep vanbinnen verlangen om samen met anderen de Bijbel te lezen, maar daar, om welke reden ook, niet toe komen. Als Kerk-mensen zouden we daar echt oog voor moeten hebben, en wel zo dat we deze mensen durven aanspreken, en uitnodigen om aan te sluiten bij iets bestaands, of uitnodigen iets nieuws te beginnen op het vlak van gezamenlijke Bijbellezing.

Anderzijds mogen mensen die dit verlangen in zich dragen ook zelf in actie schieten en, al dan niet parochiegebonden, dergelijk initiatief op gang brengen. Waar een wil is, is een weg.

Bij te veel mensen staat de Bijbel, als deze al in huis is, gewoon tussen de boeken op de boekenplank, en wordt hij weinig gebruikt. Wat jammer is. Niet ?

Het is goed de Bijbel thuis op een zichtbare plek te leggen, liefst open, als een oproep hem met regelmaat ter hand te nemen, om er uit te putten, om er mee te bidden, om in het Woord de Heer te ontmoeten.

En, want daar ging m’n pleidooi over, samenkomen om met anderen de Bijbel te lezen, diep gelovend naar het woord van de Heer waar twee of meer mensen in zijn naam samenzijn Hij in hun midden is. Samen de Bijbel biddend lezen en overwegen, het Woord leggend op ons dagelijks leven, zal ons bevruchten met Gods zaad; het Woord dat in de goede aarde van ons hart zal vallen en wortel zal schieten om vruchten te dragen; Gods vruchten, vruchten van liefde en vrede.

Laten we het Woord beminnen. Het bemint ook ons.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
moge uw heilige Geest ons bezielen, opdat we het Woord uit de Schrift mogen liefhebben en koesteren als een groot en goddelijk goed. Geef ons Kerk-zin, om samen met anderen uw Woord tot ons te nemen en het te bemediteren. Moge het vruchten afwerpen ter opbouw van onze samenlevingen; uw Rijk hier op aarde.
Amen.