Lezingen van de dag – donderdag 6 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Juliana van Cornillon († 1258)

Juliana (ook Johanna) van Cornillon (ook van Luik) osa, Cornillon bij Luik, België; kloosterzuster & mystica

Zij werd rond 1192 te Rétinne bij Luik geboren. Toen ze op haar vijfde jaar haar beide ouders verloor, werd zij vanaf dat moment opgevoed door de zusters kanunnikessen met de regel van Augustinus, die in het klooster op de Corneliusberg (= Cornillion) woonden vlakbij Luik. Ze werd er uiteindelijk ook zelf zuster. In 1222 werd ze priorin. Zij was bevriend met de Z. Eva van Luik. Samen spanden zij zich in voor de verbreiding van de devotie tot het Heilig Altaarsacrament (= eucharistie) en de invoering van het sacramentsfeest. Op een dag ontving ze tijdens haar gebed een visioen: zij zag de maan met een hap eruit. Pas na twee jaar begreep zij de betekenis ervan: de maan was de kerk, waaraan nog iets heel belangrijks ontbrak: een feestdag ter ere van het Heilig Altaarsacrament. Mede door toedoen van Juliana en Eva is dit feest er tenslotte ook gekomen. Het werd ingevoerd voor het bisdom Luik in 1246 mede door toedoen van aartsdiaken Jacques Pantaléon van Luik. Toen deze in 1261 werd gekozen tot paus onder de naam Urbanus IV voerde hij het in 1264 voor de gehele kerk in; dat laatste zou zij niet meer meemaken.
Intussen was er in het naburige mannenklooster een prior gekomen die geen gelegenheid voorbij liet gaan om haar te betichten van schijnheiligheid. Dat werd mede veroorzaakt door het feit dat zij een bijzonder strenge leefregel wilde invoeren voor de hele zustergemeenschap. Tot tweemaal toe zag zij zich genoodzaakt de vlucht te nemen. De tweede keer, in 1248, vertrok zij met vier andere zusters naar het cisterciënzerinnenklooster van Salzinnes. Nadat daar brand had gewoed, trok zij zich als kluizenares terug in de eenzaamheid van Fosses in de Ardennen. Tot daar brand uitbrak. Zo stierf zij zonder dat er ooit één klacht over haar lippen kwam. Ze ligt begraven in de abdij van Villers.
Ze werd heilig verklaard in 1869.
Er bevinden zich relieken van haar in Rétinne.

Met haar worden soms enkele van haar medezusters herdacht: Agnes, Ozilia en Isabella (of Elisabeth).

Ze wordt afgebeeld met het Heilig Sacrament; soms een monstrans in de hand; biddend voor een tabernakel, terwijl een engel haar de wassende maan toont (haar visioen als teken van iets dat ontbrak in het kerkelijk jaar).

donderdag in de vijfde week
van de vastentijd


Uit het boek Genesis 17, 3-9

Het verbond van God met Abram is het begin van het volk Gods. Hij ontvangt hierbij een nieuwe naam: Abraham. Dit betekent dat hij zal vader worden van een menigte volkeren. Zijn nakomelingen zullen een thuis hebben in het land van Kanaän. Hun aandeel zal in het bestaan beantwoorden aan Gods trouw.

Abram boog zich diep neer en God sprak:
‘Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken. Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want Ik maak je de vader van vele volken. Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn.
Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: Ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen.
Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal Ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en Ik zal hun God zijn.’
Ook zei God tegen Abraham: ‘Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie.’

 

Psalm 105, 4-9

Refr.: Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen.

Zie uit naar de Heer en zijn macht,
zoek voortdurend zijn nabijheid.

Gedenk de wonderen die Hij heeft gedaan,
de oordelen die Hij heeft uitgesproken.

Nageslacht van Abraham, zijn dienaar,
kinderen van Jakob, door hem verkozen.

Hij is de Heer, onze God,
zijn besluiten gelden over de hele aarde.

Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken
zijn belofte aan duizend geslachten.

Het verbond dat Hij sloot met Abraham
en voor Isaak bevestigde met een eed.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 8, 51-59

Een gelukkig leven is de diepe hunker van elke mens. Jezus spreekt van eeuwig leven, indien we zijn woorden onderhouden. Daardoor plaatst Hij zich in de rij van de profeten. Hij laat zelfs vermoeden dan Hij nog groter is dan Abraham. ‘Van voor Abraham er was, ben Ik er’. Die uitspraak is te sterk voor zijn toehoorders.

Jezus sprak: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’
Toen zeiden de Joden: ‘Nu weten we zeker dat U bezeten bent! Abraham is gestorven, en de profeten ook, en U zegt: “Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven”! Bent U soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat U bent?’
Jezus antwoordde: ‘Wanneer Ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen, maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat Hij onze God is, hoewel u Hem niet kent. Ik ken Hem. Als Ik zou zeggen dat Ik Hem niet ken, zou Ik een leugenaar zijn, net als u. Maar Ik ken Hem wel, en Ik bewaar zijn woord. Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’
De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en U zou Abraham gezien hebben?’
‘Waarachtig, Ik verzeker u’, antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben Ik er.’
Toen raapten ze stenen op om naar Hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus ons: ‘Als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’

Christus is Gods Woord dat is mens geworden. Christus’ woord bewaren is Hem koesteren diep in jezelf, daar waar Hij zijn inwoning heeft. Het is zijn liefde voor u toelaten. Het is Hem liefhebben. Het is doen wat Hij vraagt: geloven. Geloven in de zin van het afgeleide latijnse ‘cor-dare’: je schenken aan Hem, leven in overgave aan zijn aanwezigheid.

Dat betekent: Gods liefde worden in het dagelijks leven, in al je doen en laten, naar allen die je ontmoet.

Christus’ woord bewaren zal, door je innige eenheid met Hem, je tot een mens maken gelijkend op de liefde van God.

De Joden van toen begrepen niet wat Hij zei. Ze vonden het zelfs heiligschendend. In zekere zin begrijpelijk. Wat Jezus zei was ook niet min.
Wij, die Hem in geloof aannemen als Gods Zoon, in de genade van zijn opstanding, kunnen dit nu wel begrijpen of geloven.

Moge we hier echter niet licht overgaan, maar moge ons geloof vruchtbaar zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus, levend Woord onder ons,
mogen wij U beminnen zoals Gij ons bemint, opdat vanuit dit liefdesfeest de wereld mag groeien naar Gods droom.
Groeiend in U. Amen.