Lezingen van de dag – donderdag 6 aug. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Gedaanteverandering van de Heertransfiguration

De Gedaanteverandering van de Heer is één van de grote feesten die de Kerken van het Oosten en van het Westen met elkaar gemeen hebben.

Veertig dagen vóór het feest van Kruisverheffing (14 september) herinnert de feestelijke viering van de Gedaanteverandering van de Heer eraan hoe Christus zijn leerlingen wilde voorbereiden op zijn dood aan het Kruis.
Zijn verheerlijking op de berg is niet alleen een voorspel van zijn verrijzenis, maar ook een aankondiging van onze aanneming tot kinderen van God, en van de heerlijkheid die eens het gehele Lichaam van Christus ten deel zal vallen.
Vandaag ook vieren wij onze Heer onder de titel van Salvator, d.w.z. van de Verlosser opgenomen in heerlijkheid (1 Tim. 3,16), overeenkomstig Paulus’ woord: Uit de hemel verwachten wij onze Verlosser, die ons armzalig lichaam zal gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam (Fil. 3,20-21).
Daarom is 6 augustus (datum die in verband wordt gebracht met de inwijding – in het verre verleden – van een heiligdom op de berg Tabor) het titelfeest van alle kerkgebouwen die, naar het voorbeeld van de Lateraanse basiliek te Rome, aan Sint Salvator zijn toegewijd.

GEDAANTEVERANDERING VAN DE HEER

Feest     –     eigen lezingen

Soms overvallen ons bepaalde gebeurtenissen waarvan wij slechts achteraf de diepe zin ontdekken. Zo hebben de drie uitverkoren leerlingen, Petrus, Jakobus en Johannes, het Tabor-gebeuren ervaren. De verblindende helderheid waarmee Jezus hen zijn waar gelaat van God laat zien overrompelt hen zo, dat zij dit mooie moment willen vasthouden. Zij voelen zich op hun bestemming. Waarom nog verder gaan? Zonder de pijn en het lijden van Goede Vrijdag zouden zij Pasen willen vieren. In deze voorafbeelding van zijn verrijzenis gunt Jezus ons een blik achter de schermen van onze eeuwige toekomst. Maar met Hem moeten wij ook de weg naar Jeruzalem gaan, de weg van een consequent geloof tot het uiterste.


Uit het boek Daniël 7, 9-10 + 13-14

Zijn kleed was wit als sneeuw.

In mijn visioen zag ik dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend.
In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.

 

Psalm 97, 1 + 2 + 5 + 6 + 9

Refr.: Vergeet mij niet Heer, die uw volk welgezind zijt.

De Heer is koning, laat de aarde juichen, Rainbow3
laat vreugde heersen van kust tot kust.

In wolk en duisternis is Hij gehuld,
zijn troon stoelt op recht en gerechtigheid.

De bergen smelten als was voor de Heer,
voor de Heer van heel de aarde.

De hemel vertelt van zijn gerechtigheid,
alle volken aanschouwen zijn majesteit.

U, Heer, bent de hoogste op heel de aarde,
boven alle goden hoog verheven.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 2-10

Jezus neemt drie van zijn leerlingen mee naar de berg Tabor. Zij mogen als het ware een blik vooruit werpen, Jezus als God ervaren en zien waar dit alles op zal eindigen: zijn verheerlijking.

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen.
Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus.
Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; laten we drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij wist niet goed wat hij moest zeggen, want ze waren door schrik overweldigd.
Toen viel de schaduw van een wolk over hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’
Ze keken om zich heen en zagen opeens niemand meer, behalve Jezus, die nog bij hen stond.
Toen ze de berg afdaalden, zei Hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.
Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van J. Bots, sj

Ze gingen de berg op waar ze helemaal alleen waren. Dat is in de bijbel altijd: alléén met God. Dat betekent dat alle andere blikvangers, afleidende stemmen zwijgen en hun boeiende kracht opgeven. Alléén met God. Daar gebeurt dan ook iets wat God alleen kan. Zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen. Zijn kleed werd wit, en niet gewoon wit, zonder kleuren, maar hemels wit, de witheid van God, stralend. Wit, de kleur van de verrijzenis.

Twee mannen, Elia en Mozes, verschenen hun samen. Waarom nu juist deze twee? Omdat Jezus beneden in de vlakte aan zijn leerlingen voorspeld had dat Hij door de huidige leiders van het volk verworpen zou worden. Daarom is het nodig dat Hij in het gelijk wordt gesteld door díe leiders van het Godsvolk waaraan de huidige leiders hun gezag ontlenen, Elia, de grootste der profeten en Mozes, de afkondiger van de Wet. Kortom: Wet en profeten.

Het is een gebeuren zo onuitsprekelijk, zo boven alle mensenverstand uitgaande, dat Petrus niet anders dan wartaal kan spreken: Hij wist niet goed wat hij moest zeggen. Zoals een mens doet als hij onder woorden probeert te brengen wat hij in het gebed, in het contact met God heeft beleefd. Hij kan ook alleen maar stamelen. Het eigenlijke is niet te zeggen, niet uit te spreken, God zelf raakt ons aan. Vandaar dat gelaat van Jezus. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn kleren gingen helder wit glanzen. Hoezeer veranderde zijn gelaat? Hoe was zijn gelaat? Zijn gelaat was een weerspiegeling van het gelaat dat Hij aanschouwde. Zoals een zoon kan lijken op zijn vader, zo lijkt déze Zoon op zijn hemelse Vader, in glorie en glans.

Beneden in de vlakte: verwerping. Boven op de berg bevestigd door de ervaring van God. Dat is dan ook wat er met woorden gezegd wordt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’ De woorden die Jezus spreekt, ook woorden van lijden en dood, zijn de woorden van God. Het is God die Hem zal overleveren aan lijden en dood, ook daar heeft Hij de hand in. Maar Hij zal Hem ten slotte ook uit de dood doen verrijzen. Voordat de Mensenzoon uit de doden zal zijn opgestaan, zal Hij zijn opgewekt door diezelfde Vader. De Vader is erbij, bij zijn Zoon in de heerlijkheid en bij zijn Zoon in de vernedering.

Laat ons bidden dat wij deze ervaring ook aan ons mogen laten gebeuren, opdat wij de rest van ons leven, het leven beneden in de vlakte, vanuit die liefde zouden beleven en aan kunnen. Weet dat God altijd met ons mee gaat.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Laten wij bidden naar woorden 8c2da01e89b7383cc1506148b331c343
van Theresia van Lisieux :

Heer,
een leven leiden van liefde is niet op deze wereld onze tenten opslaan, maar met U de weg van Calvarie gaan en het kruis zien als een schat. Wil ons deze genade schenken, alle dagen van ons leven.
Amen.