Lezingen van de dag – donderdag 6 oktober 2016


Heilige (of feest) van de dag

Isidorus de Loor († 1916)2846389-5843582a62cd3c99b071c8d982f59b12

Kortrijk, België; kloosterbroeder

Isidorus werd op 18 april 1881 geboren in het Vlaamse plaatsje Vrasene. Zijn ouders, Aloïs de Loor en Camilla Hutsebout, waren boerenmensen. Naast Isidorus hadden ze nog een zoon, Frans, en een dochter, Stefanie. De kinderen groeiden op zoals in die tijd alle kinderen in een vroom katholiek gezin opgroeiden. De godsdienstige oefeningen namen er een grote plaats in. Als jongeman gaf Isidorus bovendien katechismusles op de zondagsschool van St-Gillis-Waas. Toen hij zijn vader eens hardop hoorde overleggen of hij de boerderij niet uit zou breiden, kwam Isidorus ertussen met de opmerking dat hij dat voor hem niet hoefde te doen; hij wilde het liefste in het klooster gaan. Zijn ouders gaven toestemming op voorwaarde dat dan zijn jongere broer Frans voor de dienst in het leger zou worden uitgeloot. Dan kon hij naast zijn vader het gezin onderhouden. Dat gebeurde en zo trad Isidorus op aanraden van een redemtoristenpater in het noviciaat van de passionisten te Ere, Vlaanderen. Op 15 april 1907 werd hij ingekleed en ontving de naam Isidorus van H.-Jozef.

Hij werd broeder en werkte op de boerderij en in de keuken. Na zijn geloften op 13 september 1908 werd hij twee jaar later overgeplaatst naar het klooster te Wezembeek-Oppem. Nu was hij kok, tuinman en portier. Over de buitenkant van zijn leven is eigenlijk niet veel te vertellen. Des te meer schijnt er gebeurd te zijn in zijn innerlijk leven. Hij was een mild mens, die nooit zijn geduld verloor. Ieder die hem tegenkwam had graag met hem te doen, zowel binnen als buiten het klooster. Niemand zag ooit hoeveel pijn hij leed. Immers na enige tijd openbaarde zich een oogziekte waarvan de behandelende arts opmerkte: “Iemand die zulke pijnen zo weet te verdragen, moet wel een heilige zijn!” Zijn oog werd operatief verwijderd.

In 1912 verhuisde hij naar Kortrijk, waar hij vanaf 1914 portier was. Niet ver daarvandaan woedde de Eerste Wereldoorlog. Hij verloor nooit zijn kalmte en behandelde ieder even vriendelijk. Ongelooflijk, als men beseft hoe intussen de ziekte in zijn lijf was doorgekankerd. Toen de dokter erbij gehaald werd, kon deze hem alleen nog maar meedelen dat het spoedig afgelopen zou zijn.
Voor Isidorus was dit geen droevig bericht; integendeel. In zijn geloof verlangde hij ernaar opgenomen te zijn bij zijn Heer.
Op 6 oktober 1916 is hij in alle stilte en vrede overleden; pas vijfendertig jaar oud. De mensen uit de buurt wisten dat ze een groot heilige in hun midden hadden gehad. Twee dagen later werd de overledene in processie naar de kerk gedragen en plechtig bijgezet. God weet, hoeveel mensen in hun gebed zijn voorspraak hebben ingeroepen.

Paus Johannes Paulus II heeft hem op 30 september 1984 zalig verklaard.

donderdag in week 27 door het jaarbijbel


Uit de brief van Paulus aan de Galaten 3, 1-5

Niet het nakomen van de wet brengt ons tot geloof, wel het leven in de Geest.

Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt?
Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? Is alles wat u hebt meegemaakt dan voor niets geweest? Dat kan toch niet!
Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft Hij ze omdat u naar Hem luistert en op Hem vertrouwt?

 

Lc. 1, 69-75

Refr.: Geprezen zij de Heer !

Een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt
uit het huis van David, zijn dienaar, Drieeenheid_2
zoals Hij van oudsher heeft beloofd
bij monde van zijn heilige profeten.

Bevrijd zouden we worden van onze vijanden,
gered uit de greep van allen die ons haten.
Zo toont Hij zich barmhartig jegens onze voorouders
en herinnert Hij zich zijn heilig verbond.

De eed die Hij gezworen had aan Abraham, onze vader,
dat wij, ontkomen aan onze vijanden,
Hem zonder angst zouden dienen,
toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 11, 5-13

Jezus leerde ons niet alleen hoe wij moeten bidden, maar Hij wees ook op de kracht van het volgehouden gebed. Als een vriend, die wij ’s nachts lastig vallen, antwoord geeft, als geen enkele aardse vader de verwachtingen van zijn kind teleurstelt, dan zal zeker onze hemelse Vader elk kinderlijk gebed verhoren dat geïnspireerd is door de Geest.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt.” Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft.
Daarom zeg Ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.
Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt?
Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.’

Van Woord naar leven

Gelovigen gaan naar de eucharistieviering om zich te voeden met de Heer, met dat kleine stukje heilig Brood. Ja, dat stukje Brood voedt de mens. Het voedt veel dieper dan de eerste oerbehoefte van de mens, de lichamelijke honger. Dat stukje Brood stelt op dat vlak weinig voor. Maar hoe weinig de hostie ook is, het betekent tegelijkertijd àlles. Het is namelijk de Liefde van de Heer, zicht- en tastbaar aan ons gegeven. Het is de Heer zelf die met heel zijn zijn tot ons komt, onder ons komt, in ons komt. Dat kleine stukje Brood is zijn liefde tot het uiterste gegeven. Prachtig toch hoe God in zijn grote creativiteit tot ons komt in zijn Zoon.

Welnu, wanneer wij vragen aan God (daarover gaat het evangelie van vandaag), vragen wij dikwijls vanuit een zekere oerbehoefte, menselijk gezien zeer begrijpelijk. Maar God geeft zich veel dieper dan de oppervlakkige menselijke vragen. Net zoals in de eucharistie geeft Hij zichzelf, geeft Hij zijn vriendschap, geeft Hij ‘Ik zal er zijn voor u’, geeft Hij zijn genade en kracht om het leven te kunnen dragen. En dat is, net zoals in dat kleine stukje Brood àlles.

God is geen soort goddelijke tovenaar die vanuit de hemel de menselijke problemen oplost. Evenmin is Hij een soort frisdrankautomaat waarin je enkele tientjes van de rozenkrans (hoe prachtig en waardevol dat gebed ook is !!) moet stoppen om je zaken geregeld te krijgen. Wat God wel geeft is zijn aanwezigheid, zijn vriendschap, zijn liefde,… Hij geeft dit alles in zijn Zoon, in de liefde van de Geest. En daarmee zullen we het moeten doen; in ons eigen hart, in onze gezinnen en gemeenschappen, in onze parochies, in onze dorpen en steden, in onze landen en staten, wereldwijd. Met Hem in ons midden zullen we het moeten doen, zullen we onze verantwoordelijkheden moeten nemen, onze engagementen aangaan, onze moeilijkheden (dichtbij en ver weg) moeten oplossen. Maar altijd vanuit Gods liefde ons gegeven.

God laat de wereld niet aan zijn lot over. Maar God heeft de mens wel de vrijheid gegeven om te beantwoorden aan zijn liefde, of niet. Moest Hij deze vrijheid niet geschonken hebben, er zou ook geen liefde mogelijk geweest zijn. Liefde is keuze, en keuze veronderstelt een zekere vrijheid. Wat Hij vraagt is om Hem welkom te heten, dààrom te vragen. En wie om deze genade vraagt, zal deze genade krijgen. Dat belooft Hij, en God is trouw aan zijn belofte. Maar wij, ieder individueel, én als bredere gemeenschap, moeten onze verantwoordelijkheden nemen, als gezonde volwassen gelovigen: biddend, met zin voor mystiek, studerend, ons engagerend, zijn liefde belevend.

Het Rijk Gods op deze aarde is mooi. Maar het vraagt arbeiders. En één van die arbeiders zijt gij, op de plaats waar ge woont, in de gesteltenis zoals je nu leeft, met de mensen u gegeven.
God is bij u. Wees ook bij Hem.

Ora et labora. Bid en werk.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,aefac9c3ff6fb94ca1fe1861d04bf21e
wij danken U om uw aanwezigheid, uw vriendschap, uw liefde. Nog voor wij deze gaven vragen schenkt Gij ze ons. Uw liefde is ons altijd voor.
Help ons te kijken naar het hart van ons bestaan, namelijk uw aanwezigheid. Help ons ons onder te dompelen in U, drinkend van uw liefde, ons voedend met uw vrede.
Mogen wij zo elkaar, en de hele mensheid, beminnen; vanuit uw Zoon, in Hem, met Hem.
Amen.