Lezingen van de dag – donderdag 7 december 2017


Heilige (of feest) van de dag

Maria Josepha Rosello († 1880)

Maria Josepha Rosello, Savona, Italië; stichteres

Maria Josepha werd op 27 mei 1811 in het Italiaanse plaatsje Albisola Marina geboren. Op 17-jarige leeftijd trad zij toe tot de tertiarissen van Sint-Franciscus.
Op verzoek van de bisschop van Savona verzamelde zij een aantal jonge vrouwen om zich heen die haar zouden helpen bij de twee schooltjes, welke zij zou beginnen in die stad. Uit deze groep groeide de religieuze congregatie van de Dochters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid. Veertig jaar stond zij als algemeen overste aan het hoofd. Zij spande zich vooral in om Afrikaanse slavenkinderen vrij te kopen. Tegen het eind van haar leven had de congregatie intussen ook in Amerika vaste voet gekregen.

Zij stierf op 7 december 1880.
Op 6 november 1938 werd zij zalig verklaard.
Haar heiligverklaring volgde op 12 juni 1949.

donderdag in de 1e week van de advent


Uit de profeet Jesaja 26, 1-6

De trouw en de standvastigheid van het volk Gods zal beloond worden. De Heer is een burcht die eeuwen trotseert. Binnen zijn muren en wallen zullen armen en zwakken veilig zijn. De echte vrede zal geschonken worden aan hen die op de Heer vertrouwen. Christus en zijn Kerk zijn voor de gelovigen de rots in de branding.

Op die dag zal in Juda dit lied klinken:
‘Wij hebben een sterke stad, de Heer biedt ons redding als een wal, als een muur. Open de poorten, opdat het rechtvaardige volk kan binnentreden, het volk van uw getrouwen. De standvastige is veilig bij U, vrede is er voor wie op U vertrouwt.
Vertrouw altijd op de Heer, alleen op Hem, want de Heer is een rots sinds mensenheugenis.
Hij haalt neer wie in de hoogte leven en veilig in hun onneembare vesting wonen. Hij brengt zelf hun stad ten val, Hij maakt haar met de grond gelijk, niets laat Hij van haar heel.
Dan wordt ze onder de voet gelopen, vertrapt door de zwakken, vertreden door de armen.’

 

Psalm 118, 1 + 8 + 9 + 19 + 20 + 21 + 25 + 26

Refr.: Gezegend wie komt met de naam van de Heer.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mensen.

Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,
ik wil binnengaan om de Heer te loven.

Dit is de poort die leidt naar de Heer,
hier gaan de rechtvaardigen binnen.
Ik wil U loven omdat U antwoordde,
en mij de overwinning gaf.

Heer, geef ons de overwinning,
Heer, geef ons voorspoed.
Gezegend wie komt met de naam van de Heer.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 7, 21 + 24-27

Jezus’ woorden beluisteren en ze ook in praktijk brengen helpt ons vooruit. Dan bouwen wij op stevige rotsgrond. Als wij ons leven bouwen op zijn woord, dan worden wij gered op de dag van het oordeel. Voorwaarde is: zijn woorden beluisteren en ernaar handelen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het Koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’

Van Woord naar leven

De rots waarover het evangelie spreekt, is Christus zelf. Bedoeling en roeping is ons ‘huis’ te bouwen op Hem. Dit ‘huis’ zal niet instorten, opdat Christus het fundament zal zijn van ons bestaan.

Wat niet wil zeggen dat er tegen het huis niet gebeukt zal worden. Dat zal het zeer zeker wel. Maar het huis, de bewoners, zullen steeds de ondergrond, de rots, Christus, in her-innering houden, in de zin dat ze zich in Hem genesteld hebben, verankerd, innig met Hem verbonden. Op Christus mogen ze vertrouwen dat dat wat tracht in te beuken niet de macht heeft de ziel te schaden. Oh ja, misschien wel het lichaam, en vele andere dingen. Maar niet de ziel. Want die is vervuld met de Heer, die ziel is bewoond, en wie zich toevertrouwt aan deze Bewoner, Christus, mag zich veilig weten.

Veilig … niet door zich te verbergen voor de wereld, vroom met sfeertjes ergens in een hoekje. Nee, door de wil te doen van de Vader, zoals het evangelie van vandaag ons voorhoudt. Uiteraard uit keuze, maar niet door eigen krachtpatserij. Christus zelf zal de genade verlenen gehoor te kunnen geven aan Gods wil.

Dit vraagt groei, die we allen moeten doorgaan, met vallen en opstaan, in licht en duisternis, in tijden van innerlijke weelde en tijden van barre droogte. Je verlaten op de Heer is immers geen vanzelfsprekendheid. De groei die Hij aanbiedt is gewoonlijk niet de weg die wijzelf zouden kiezen. Gods wegen zijn de onze niet. Gehoorzaamheid, gehoor geven aan de stem van de Heer, die weg bewandelen die Hij met je wil gaan, is niet vanzelfsprekend, verre van. Het vraagt een diep innerlijk afsterven van je eigen ‘ik’ dat zo graag zijn leven zelf in handen wil nemen. Armen van geest – waar we het eerder al over hadden – zijn zij die de kunst verstaan zich innerlijk geheel en al toe te vertrouwen aan de Heer. Het zijn zij die kunnen zeggen: ‘Gij, mijn God, mijn Al’.

Het gevaar bestaat er in dat we de moed gaan opgeven, dat we ophouden met bidden of daarin verslappen, dat we weglopen van onze roeping, of nog erger: dat we weglopen of wegdrijven van de Heer, wat jammer zou zijn. Het gevaar bestaat er ook in dat onze roeping gaat lijken op een tocht die we sowieso niet gaan aankunnen. Wie in dit donker straatje belandt laat zich niet leiden door de stem van de Heer, maar door andere stemmen die niets met de Heer te maken hebben. ‘Ja’ zeggen tot God is in het zachte zuigen van de Geest gaan staan.

Roeping is en blijft Blijde Boodschap. De Heer roept niet wanneer we het niet zouden aankunnen. Wat Hij wil is ons volwassen maken in het geloof, Hij wil ons losweken van ons ikje dat z’n eigen weg wil gaan, Hij wil een ‘ik’ laten geboren worden dat zich toevertrouwt aan Hem en waarmee Hij de weg wil gaan die God voor ons droomt. Dat ‘ik’ is ons meest waarachtige ‘ik’; het is het ‘ik’ waarvan God heeft gezegd dat Hij het geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis.

Christus is onze levensrots, het levend fundament van ons bestaan. Laten we bouwen op Hem, en alleen op Hem.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
geef dat wij ons bestaan steeds mogen bouwen op U; Gij onze rots, ons levend fundament. Wees de ziel van ons bestaan en zet ons aan te doen wat de Vader wil. Doe Gij het met ons.
Groeiend in U, amen.