Lezingen van de dag – donderdag 8 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Josephina Bakhita († 1947)

Josephina Bakhita, Schio bij Vicenza, Italië; kloosterlinge

Zij werd rond 1870 geboren in de Oost-Afrikaanse staat Soedan. Haar ouders moeten vooraanstaande mensen geweest zijn. Als kind was zij er getuige van hoe haar oudste zus werd gekidnapt door Europese slavenhandelaars. Twee jaar later – ze was toen ongeveer negen – overkwam haar hetzelfde lot: slavenhandelaars maakten haar buit. Met een grote groep andere gevangenen heeft ze dagenlang door het oerwoud gelopen. Toch wist ze samen met een vriendinnetje op een goed moment te ontsnappen. Maar vervolgens viel ze weer in handen van andere slavenhandelaars. Zij waren het die haar de naam ‘Bakhita’ gaven, wat cynisch genoeg ‘geluksvogeltje’ betekent! Ze werd verkocht aan een Turkse officier. Die gaf het meisje als cadeautje aan zijn vrouw. De behandeling die Bakhita van haar kreeg, tart alle beschrijving. Ze had meer weg van een roofdier, dan van een mens. Zo liet ze het kind brandmerken en tatoeëren; daarbij liep het kind rauwe open  wonden op, die haar meesteres met zout behandelde.

Het was de Italiaanse consul in Khartoem, die haar in 1884 wist los te krijgen en haar meenam naar Venetië. Daar gaf hij haar cadeau aan een goede vriend. Deze man had een boekhouder, die diep gelovig was en zijn katholiek geloof niet alleen in woorden maar ook in daden naleefde. Toen hij bemerkte, dat het meisje een zuiver karakter had, begon hij haar de beginselen van het katholiek geloof bij te brengen. Bij de Zusters van Liefde van Canossa werd zij als geloofsleerling verder ingewijd in de katholieke leer. Maar er dreigde gevaar. De familie die haar cadeau had gekregen, eiste haar op: zij wilden dat het meisje meeging op een reis naar Afrika. Doodsbang vroeg zij de zusters of zij bij hen mocht blijven. Dezen voerden zelfs actie tot bij de aartsbisschop van Venetië. Die wist bij de Italiaanse regering gedaan te krijgen, dat Bakhita vrij werd verklaard; de slavernij was immers al enige tijd geleden officieel afgeschaft!

Op 9 januari  1890 werd zij door diezelfde patriarch gedoopt. Ze ontving de namen Josephina Margarita Fortunata (= Bakhita). De naam, die ze destijds als kind van haar Afrikaans ouders had ontvangen, was zij door alle traumatische ervaringen van de afgelopen jaren vergeten!

Enige tijd later trad zij in bij de Zusters van Liefde van Canossa. Op 8 december 1896 legde zij haar geloften af. In haar kloosterleven kreeg zij achtereenvolgens de taken te vervullen van kokkin, portierster, schoonmaakster en ziekenzuster. Vanwege haar zwarte huidskleur werd juist zij vaak uitgekozen om in de verschillende kloosters en instituten te komen spreken over Afrika met de bedoeling zo de missie te bevorderen. Dat waren voor haar de zwaarste opdrachten.

Hoewel zij ook binnen de kloostergemeenschap herhaaldelijk vernedering en discriminatie had te verduren, was zij een toonbeeld van toewijding, bescheidenheid en geduld. Naarmate zij ouder werd kwamen ook de gevolgen van haar traumatische jeugd meer en meer aan het licht; zij leed aan adervernauwing en had ademhalingsmoeilijkheden. Vooral het lopen kostte haar tenslotte enorm veel moeite. In januari 1947 kwam daar een dubbele bronchitis overheen. Op dat moment vroeg zij zelf om de Laatste Sacramenten. Zij stierf te Schio in het bisdom Vicenza op 8 februari 1947. Op 17 mei 1992 werd zij zalig verklaard en heilig in 2000.

Zij is beschermheilige van Soedan.

donderdag in week 5 door het jaar


Uit het eerste boek Koningen 11, 4-13

De vele contacten van koning Salomo met andere werelden brachten allerlei mannen en vrouwen naar Jeruzalem. Door sommige vrouwen werd Salomo verleid ook andere godsdiensten binnen te laten. Zo bracht hij het Verbond met de éne, ware God in het gedrang.

Op zijn oude dag verleidden de vrouwen Salomo ertoe andere goden te gaan dienen en was hij de Heer, zijn God, niet meer met hart en ziel toegedaan zoals zijn vader David dat was geweest. Salomo zocht zijn heil bij Astarte, de godin van de Sidoniërs, en Milkom, de gruwelijke god van de Ammonieten. Hij deed wat slecht is in de ogen van de Heer en was de Heer niet zo trouw als zijn vader David. Zo liet hij op een heuvel in de buurt van Jeruzalem een offerplaats maken ter ere van Kemos, de gruwelijke god van Moab, en ter ere van Moloch, de gruwelijke god van de Ammonieten. Voor al zijn buitenlandse vrouwen maakte hij eigen offerplaatsen, zodat zij wierook konden branden en offers konden brengen voor hun goden.
De Heer werd woedend op Salomo, omdat hij ontrouw was geworden aan Hem, de God van Israël, die hem tot tweemaal toe was verschenen en hem uitdrukkelijk had verboden zich met andere goden in te laten. Omdat Salomo zich niet hield aan wat de Heer hem bevolen had, zei de Heer tegen hem: ‘Het is met jou zo ver gekomen dat je het verbond met mij niet in acht neemt en je niet houdt aan de bepalingen die Ik je heb opgelegd. Daarom zal Ik het koningschap van je losscheuren en het aan een van je ondergeschikten geven. Maar omwille van je vader David zal Ik wachten tot na je dood, en pas je zoon het koningschap ontnemen. En omwille van mijn dienaar David en omwille van Jeruzalem, de stad die Ik heb uitgekozen, zal Ik je zoon niet het hele koninkrijk ontnemen; één stam zal Ik hem laten houden.’

 

Ps. 106, 3 + 4 + 35 + 36 + 37 + 40

Refr.: De mond van de rechtvaardige spreekt wijsheid.

Gelukkig wie zich houden aan het recht
en doen wat rechtvaardig is, telkens weer.

Denk aan mij, Heer, uit liefde voor uw volk,
zie naar mij om wanneer U het komt redden.

Uw volk vermengde zich onder de heidenen,
en spiegelden zich aan hun daden.

Ze vereerden hun godenbeelden,
en raakten verstrikt in hun netten.

Zij brachten hun zonen en dochters
ten offer aan de demonen

Toen ontstak de Heer in toorn,
Hij gruwde van zijn volk, zijn liefste bezit.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 7, 24-30

Jezus is er voor allen. Ook andere volkeren kunnen op Hem rekenen. Al namen sommige Joden dit niet, Hij is goed voor allen. De genezing van de dochter van de heidense vrouw wil dit ook onderlijnen. Durven wij goed zijn voor iedereen? Ook voor uitgestotenen?

Jezus vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam Hij zijn intrek in een huis, en hoewel Hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het Hem niet onopgemerkt te blijven.
Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over Hem gehoord had naar Hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was.
Deze vrouw was van Syro–Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte Hem om bij haar dochter de demon uit te drijven.
Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.’
De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’
Hij zei tegen haar: ‘Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’
En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn.

 

Van Woord naar leven

Het evangelie van vandaag wil ons tonen dat ‘geloof’ niet goedkoop is, niet vanzelfsprekend. Het wordt soms sneller uitgesproken dan beleefd.

Geloof heeft te maken met de Heer alle plaats geven, Hem je Redder laten zijn, je leider, je behoeder.

Geloof heeft niets te maken met een gods-beeld waar we ons goed bij voelen of waar we ons comfortabel bij weten. Geloof heeft te maken met overgave aan God zoals die is, aan God zoals die komt, aan God zoals die kneedt, aan God zoals die roept, aan God zoals die zendt, aan God zoals we die vinden in de evangelies in de persoon van Jezus Christus.

Wil je God leren kennen zoals Hij is ? Lees de evangelies, met hart en verstand, biddend en studerend. Ontmoet Jezus, en je zal God leren kennen. Want Hem zien, is de Vader zien. En de evangelies lezen of zien, is de Vader lezen of zien, het is de Liefde ontmoeten; de Liefde die je bewoont en die je zendt.

Het evangelie van vandaag leert ons ook dat het ons gebedsleven niet een soort coca-cola-automaat mag zijn, waar je wat verlangens insteekt, of wat gebeden, en je hebt daarmee je drankje, of wat je wou. Zo werkt het gebed niet.
We mogen vragen in ons gebed, heel zeker. We mogen heel concreet vragen. Maar ons gebedsleven is veel meer dan een oppervlakkig vragen. Het gaat om een toevertrouwen aan Christus diep in onszelf, met al wat we zijn, ja ook met onze concrete vragen. En God zal ons, in zijn Zoon, ontvangen om ons hele zijn om te vormen naar zijn liefde, ook met onze concrete vragen.

Gebed is niet zomaar vragen. Het is gaan staan in de stuwing van de Geest; de Geest die ons in het ja-woord van de Vader zal brengen. Het is het gebeuren toelaten van een totale transformatie die aan u zal geschieden. Bidden is in Gods stroom gaat staan die u zal brengen naar hoogten en verten waar je op je eentje nooit zal kunnen komen.
Het is ten diepste arm worden, leeg, beschikbaar, om je diepste ik te ontdekken, je ik in Christus, het ik dat God heeft gewild, het ‘ik’ dat enkel nog Liefde zal zijn.

En dan zullen, naar het woord van het evangelie van vandaag, de demonen verstommen en verdwijnen.

Blijde Boodschap !
Ja ‘blij’. Blij voor jezelf en allen die je zult ontmoeten en waarvoor je bidt.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
moge uw Geest ons bezielen
opdat wij in Christus
mogen omgevormd worden
tot uw liefde.
Amen.