Lezingen van de dag – donderdag 8 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Melania de Oudere († 409)

Melania de Oudere (ook van Griekenland, van Jeruzalem, Romana of Senior), Jeruzalem, Palestina; weduwe & kluizenares

Zij werd rond het jaar 342 geboren uit het Romeins adellijk geslacht der Antonii. Zij huwde met de stadsprefect van Rome Valerius Maximus. Maar ze was pas twee-en-twintig, toen ze haar man verloor en weduwe werd. Vanaf dat moment wenste zij haar leven te wijden aan gebed en ascese. Zij trok langs een aantal monniken in de woestijn van Egypte en Palestina en gaf ze rijke schenkingen. Tenslotte sloot zij zich te Jeruzalem aan bij de leerlingen van Rufinus van Aquileia en stichtte er zowel een kloostergemeenschap voor mannen als een voor vrouwen.

Zij was een vriendin en geestverwante van Paula van Rome. Melania’s zoon zou de vader worden van de heilige Melania Junior.

Haar leven staat beschreven in de ‘Historia Lausiaca’ van Palladius van Helenopolis.

donderdag in week 9 door het jaar


Uit het boek Tobit 6, 10-11a; 7, 1 + 9-17; 8, 4-10

De beschrijving van het huwelijk van de jonge Tobias met Sara doet wel wat onwezenlijk aan voor onze tijd; er spreekt een enorm geloof uit bij deze twee jonggehuwden. Zij beginnen de reis van hun leven onder het oog en de bescherming van God.

Tobias sprak tot de engel: “Waar zijt gij, dat wij onze intrek nemen?”
De engel antwoordde: “Broeder, vandaag zullen we te gast zijn bij Raguël. Hij is van uw familie. Hij heeft maar één kind, een dochter, die Sara heet.”
Daarop begaven ze zich naar de woning van Raguël. Zij gingen binnen en Raguël ontving hen vol vreugde.
Nadat Tobias en Rafaël waren uitgesproken liet Raguël een ram slachten en zette hun een welvoorziene tafel voor. Maar toen hij hen uitnodigde, zich aan tafel te zetten, sprak Tobias: “Ik eet of drink hier niet vandaag, voordat gij mijn verzoek hebt ingewilligd en mij belooft Sara, uw dochter, te geven.”
Toen Raguël dit hoorde, werd hij dodelijk verschrikt; want hij wist, wat die zeven mannen was overkomen, die bij haar waren binnengegaan; daarom vreesde hij, dat ook hem wellicht hetzelfde zou overkomen. Daar Raguël aarzelde en op die vraag maar geen antwoord gaf, sprak de engel tot hem: “Wees niet bevreesd uw dochter aan Tobias te geven; want omdat hij God vreest, is uw dochter voor hem tot vrouw bestemd; daarom kon geen ander haar bezitten.”
Toen sprak Raguël: “Nu weet ik zeker dat God mijn gebeden en mijn tranen voor zijn aanschijn heeft aanvaard. En ik ben er van overtuigd, dat Hij u daarom tot mij heeft gezonden, omdat zij in de echt verbonden zou worden met iemand van haar volk; twijfel er daarom niet aan, ik geef haar aan u.”
Toen nam hij de rechterhand van zijn dochter, legde die in de rechterhand van Tobias, en sprak: “De God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob zij met u, en Hij verenige u; moge Hij zijn zegen ten volle over u uitstorten.”
En zij namen perkament en maakte de huwelijksoorkonde op. Daarna gingen zij aan tafel en prezen God. Na de maaltijd, toen het paar in de kamer alleen was, zei Tobias tot Sara: “Sta op; wij moeten vandaag, morgen en overmorgen tot God blijven bidden. Deze drie nachten blijven wij verbonden met God; eerst als de derde nacht voorbij is, zullen wij ons huwelijksleven beginnen. Wij zijn immers kinderen van de heiligen, en kunnen dus het huwelijk niet beginnen zoals de heidenen, die God niet kennen.”
Zij stonden dus beiden op en begonnen samen vurig te bidden, dat zij gespaard mochten blijven.
En Tobias sprak: “Heer, God van onze vaderen: dat hemel en aarde U loven, met de zee, de bronnen en de stromen, en met al uw schepselen die er in wonen. Gij hebt Adam geschapen uit het stof der aarde, en hem Eva toegewezen als een hulp. Welnu dan Heer: Gij weet dat ik deze dochter niet uit wellust tot vrouw heb genomen maar alleen uit verlangen naar kroost, opdat zij uw naam mogen zegenen in de eeuwen der eeuwen.”
Ook Sara sprak: “Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons, en houd ons beiden gezond tot op onze oude dag.”

 

Psalm 128, 1-5

Refr.: Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer.

Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer,
en de weg gaat die Hij wijst.

Je zult eten wat je werk opbrengt,
geluk en voorspoed vallen je toe.

Je vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok,
in het midden van je huis.

Je kinderen zullen zijn als jonge olijfbomen,
in een kring om je tafel.

Ja, zo wordt gezegend,
de man die ontzag heeft voor de Heer.

Ontvang de zegen van de Heer uit Sion,
verheug je in de voorspoed van Jeruzalem,
alle dagen van je leven.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 12, 28-34

De kern van het christendom ligt in het gebod van de liefde. Wij kunnen God niet beminnen zonder van onze naaste te houden. En wij kunnen van onze naaste niet houden, als wij God niet beminnen. Het één gaat niet zonder het ander.

Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat Jezus hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’
Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’
De schriftgeleerde zei tegen Hem: ‘Inderdaad, meester, wat U zegt is waar: Hij alleen is God en er is geen andere God dan Hij, en Hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’
Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’
En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.

Van Woord naar leven

Jezus antwoordt op de vraag van een Schriftgeleerde wat van alle geboden het belangrijkste gebod is :
Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.

Luister Israël … dit gaat vooraf aan al het andere: luisteren naar de Heer in de stilte van ons hart, bij het vertoeven bij het Woord, bij het aanschouwen en het ontvangen van de eucharistie, … Wie liefheeft wat hij hoort van de Heer, zal in staat zijn lief te hebben, en wel zoals Hij. In het Woord ontmoet hij de Heer, het Woord dat in hem zo graag tot leven wil komen.

Onze God is de enige Heer … Dit erkennen, dit als centrum kiezen voor je leven, zal je behoeden voor het dienen van allerlei soorten afgoden onder welke vorm ook. En laten we ons geel illusies maken… er wordt vandaag de dag heel wat aanbeden wat niets met God te maken heeft… Onze God is de énige Heer.

Heb de Heer lief met heel je hart, met heel je ziel, met heel je verstand, met heel je kracht … Hem dus liefhebben met je hele zijn. Je ziel als de plek waar je als een gebed zonder ophouden God mag ontmoeten, je hart dat warmte geeft aan al je doen, je verstand dat je wijs doet handelen met beide voeten op de grond, en dit met al je krachten die je in je draagt, die je hebt meegekregen, die jouw roeping uitmaken.

Het op een na belangrijkste is dit: Heb uw naaste lief als uzelf … Jezelf liefhebben betekent jezelf waarderen en respecteren als schepsel van God. Het betekent je roeping beminnen en koesteren. Dit is nodig om de ander te kunnen liefhebben. Je hebt immers je naaste lief vanuit de liefde die in jouw gelegd is, vanuit de Liefde die jou bewoont.

Er zijn geen geboden belangrijker dan deze … Het is het hart van ons christen-zijn. Beminnen… tot het uiterste. Laten we kijken naar Jezus op het kruis, naar zijn aanwezigheid in de eucharistie, om te weten hoe ver deze liefde kan gaan.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
in de liefde tot U en tot de naaste
doet Gij de bron ontspringen van het geluk
waartoe wij allen zijn geschapen.
Laat uw wet het richtsnoer van ons leven zijn.
Leer ons daaruit de wijsheid putten
die wij nodig hebben
om U te belichamen
en zo te bouwen aan uw Rijk.
Amen.