Lezingen van de dag – donderdag 9 november 2017


Heilige (of feest) van de dag

Kerkwijdingsfeest van de Latheraanse basiliek

Wijding van de aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser, Rome, Italië; 324

De basiliek van de Allerheiligste Verlosser in Rome is beter bekend als de Sint Jan van Lateranen. Volgens een inscriptie op de voorgevel is zij ‘De Moeder en het Hoofd van alle Kerken in de Stad en van de hele Wereld’. Zij gaat terug op een geschenk van keizer Constantijn en zijn familie († 337; feest 21 mei).
In de 2e eeuw vóór Christus behoorde het terrein waar de huidige kerk op staat, toe aan de senatorenfamilie van de Plautii. Een vooraanstaand lid van deze familie, Plautus Lateranus, was in 65 door Nero (54-68) terechtgesteld vanwege diens vermeende aandeel in de samenzwering van Gaius Calpurnius Piso tegen de keizer. Het paleis werd geconfisqueerd en tot keizerlijk domein verklaard. De latere keizer Marcus Aurelius (161-180) werd er geboren. Septimius Severus (193-211) gaf het weer terug aan de nabestaanden van de Plautii.
Toen in de 4e eeuw een verre afstammelinge, Fausta, huwde met keizer Constantijn, behoorde het tot haar bruidschat. Zo kwam het terrein in het bezit van Constantijn. Hij schonk het aan de toenmalige paus Silvester († 335; feest 31 december) met de bedoeling dat er de eerste christelijke basiliek zou verrijzen. Met de bouw ervan werd begonnen in 323; het jaar daarop kon het worden ingewijd. Zij was toegewijd aan Jezus zelf: de Allerheiligste Verlosser. In de 12e eeuw kwamen daar Johannes de Doper en Johannes de Evangelist bij. Sindsdien staat de kerk bekend onder de naam Sint-Jan-van-Lateranen. Tot aan de verbanning van de pausen naar Avignon in 1305 diende zij als moederkerk van de christenen.

De eerste kerk had de vorm van een basiliek.
Het moet een imposant gebouw geweest zijn. Het was in ieder geval zo mooi en rijk versierd dat het de bijnaam kreeg ‘Gouden Basiliek’ (basilica aurea). In de loop der eeuwen is het herhaaldelijk verwoest, geplunderd en weer opgebouwd. Het huidige gebouw gaat terug op 11e en 12e eeuw, met restanten uit vroeger tijden.

kerkwijding basiliek van Lateranen

feest   –   eigen lezingen

God houdt niet van getto’s. Hij ziet zijn volk als één grote natie zonder grenzen, een volk dat niemand afschrijft of buitensluit. Zo ziet Hij ook de gemeenschap van de kerk, als een ruimte waar plaats is voor allen die Hem willen dienen. Het feest van de kerkwijding van de Lateraanse basiliek dwingt ons tot bezinning.


Uit de profeet Ezechiël 47, 1-2 + 8-9 + 12

De profeet Ezechiël spreekt over de aanwezigheid van God midden onder zijn volk. De tempel is de plaats waar God verblijft. Daaruit stroomt water dat de wereld vruchtbaarheid schenkt. Overal waar deze rivier
komt, zal alles in leven blijven. Zo is God aanwezig onder zijn volk en schenkt Hij leven in overvloed.

De engel van de Heer bracht mij terug naar de ingang van de tempel. Daar zag ik water onder de drempel van de tempel vandaan komen. Het stroomde naar het oosten, want de voorkant van de tempel lag op het oosten. Het water liep van onder de rechter buitenmuur van de tempel, ten zuiden van het altaar, naar beneden.
Hij nam mij door de noordpoort mee naar buiten en we liepen buitenom naar de oostelijke buitenpoort. Daar zag ik het water aan de rechterkant eruit sijpelen.
Hij zei tegen mij: ‘Dit water stroomt door de oostelijke landstreek, dan naar beneden de Jordaanvallei in, en mondt uit in de Dode Zee. Wanneer het de zee in stroomt wordt het water daar zoet. Het zal er wemelen van levende wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis zijn in overvloed. Als dit water in de Dode Zee aankomt wordt het water daar zoet; overal waar de rivier stroomt komt leven. Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig.’

 

Psalm 46, 2 + 3 + 5 + 6 + 8 + 9

Refr.: De Heer is mijn huis.

God is voor ons een veilige schuilplaats,
een betrouwbare hulp in de nood.

Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde
en storten de bergen in het diepst van de zee.

Een rivier, wijd vertakt, verblijdt de stad van God,
de heilige woning van de Allerhoogste.

Met God in haar midden stort zij niet in,
vroeg in de morgen komt God haar te hulp.

De Heer van de hemelse machten is met ons,
onze burcht is de God van Jakob.

Kom en zie wat de Heer heeft gedaan,
verbijsterend is wat Hij op aarde verricht.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 2, 13-22

Jezus sprak over de tempel van zijn lichaam.

Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. Daar trof Hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’
Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.’
Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt U bewijzen dat U dit mag doen?’
Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’
‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en U wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’
Maar Hij sprak over de tempel van zijn lichaam.
Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.

Van Woord naar leven

Vandaag het verhaal van de tempel, waar de verkopers en de geldwisselaars de ingang blokkeerden tot het heiligdom. Jezus wordt kwaad, héél kwaad. Terecht.
De plek bij uitstek – de tempel – waar men zich kan aanbieden aan God, waar men Gods lof kan zingen, waar men Hem kan ontmoeten, waar men van Hem kan ontvangen, werd tot marktplaats gemaakt.

Hoe staat het met ons hart ?
In zijn eerste brief aan de Korintiërs, zo horen we vandaag, zegt Paulus dat ons lichaam de tempel is van de heilige Geest. Wat cirkelt er allemaal rond ons hart dat voor ons en anderen een belemmering vormt de Heer te ontmoeten…
We moeten ons hart rein houden. We moeten die plaats van Gods-ontmoeting bewaken en behoeden voor al die dingen die ons wegtrekken van onze relatie met Jezus.
Ons hart, ons hele zijn, zou de plek bij uitstek moeten zijn waar we voortdurend, als een gebed zonder ophouden, mét de Heer kunnen leven. Wie zijn hart afsluit voor dit gebeuren sluit zich af van het meest wezenlijke van zijn bestaan, namelijk leven ‘in God’.

Laat ons waakzaam zijn, en voortdurend bereid, schoon schip te maken met ons hart, opdat de Heer ons voortdurend in zich kan opnemen.
Ieder die wij ontmoeten, en waarvoor wij bidden, heeft immers recht op onze Gods-ontmoeting.

Laten we ons werpen in de armen van Jezus, opdat Hij door ons kan verrijzen.
Tot welzijn van Kerk en wereld.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
reinig ons leven,
genees ons,
maak ons ontvankelijk voor U,
opdat wij – in U –
Gods liefde mogen zijn,
zuiver en puur.
Amen.