Lezingen van de dag – maandag 10 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Maria-Magdalena van Canossa († 1835)

Maria-Magdalena (ook Maddalena) van Canossa, Italië; stichteres

Zij werd geboren op 1 of 2 maart 1774; daarover zijn de bronnen het niet eens. Zij was een dochter van de markies van Canossa, die in de Italiaanse stad Verona woonde. Als klein meisje trok zij eens de aandacht van Napoleon, die later beweerde dat ze hem aan engel deed denken. Maar het vervolg van haar geschiedenis is minder idyllisch. Ze was nog maar kind, toen haar vader stierf en haar moeder hertrouwde. Daar liet zij haar kinderen voor in de steek. Maria-Magdalena zag zich nu genoodzaakt voor het huishouden te zorgen. Op haar zeventiende probeerde ze tot tweemaal toe in te treden in de Carmel, maar beide keren liep het op niets uit.

Ondanks veel tegenwerking van de familie verliet ze in 1808 het ouderlijk paleis. Eerst werkte zij een paar jaar in de ziekenhuizen van Venetië. Vervolgens ging ze met een aantal gelijkgezinde vriendinnen wonen in de wijk San Zeno, een van de achterbuurten van de stad Verona. Daar besteedden de vrouwen hun zorgen vooral aan de verwaarloosde kinderen: ze gaven ze eten, drinken, onderdak en onderwijs. Dit was het begin van een nieuwe zustercongregatie: de Zusters van Liefde (Suore della Carità; ook wel naar de stichteres Canossianerinnen genoemd). De vrouwen die zich hierbij aansloten, hielden zich naast gebed vooral bezig met de opvang van arme meisjes. Ze gaven ze onderdak en godsdienstonderricht.

Ze ondervond steun van keizer Franz I van Oostenrijk (1768-1835), die haar zelfs enkele leegstaande kloostergebouwen ten geschenke deed, waar ze nieuwe vestigingen kon beginnen. Paus Leo XII († 1829) gaf op 23 december 1828 zijn officiële goedkeuring aan de Regel. Al tijdens haar leven verrezen er huizen in Venetië en andere steden van Italië. Nu zijn er over de hele wereld, zoals in China, India en Groot-Brittannië.

Ze werd in 1941 door paus Pius XII († 1958) zalig verklaard. Paus Johannes Paulus II verklaarde haar heilig op 2 oktober 1988.

Een van haar leerlingen, Augustina Pietrantoni († 1894; feest 12 november), is zalig verklaard.

maandag in de Goede Week


Uit de profeet Jesaja 42, 1-7

In vier liederen bezingt Jesaja de ‘Dienaar van Jahwe’, waarin Jezus de volmaakte verpersoonlijking zal zijn. Het eerste lied spreekt over zijn uitverkiezing. Hij krijgt de opdracht om Israël het heil te brengen. Daartoe werd hij vervuld met de geest. Hij zal in zachtmoedigheid en nederigheid de kracht en het universele licht van de ware God moeten brengen bij de naties.

Zo spreekt de Heer:
‘Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind Ik vreugde, Ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit.
Dit zegt God, de Heer, die de hemel heeft geschapen en uitgespannen, die de aarde heeft uitgehamerd met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren.
In gerechtigheid heb Ik, de Heer, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.’

 

Psalm 27, 1 + 2 + 3 + 13 + 14

Refr.: De Heer is mijn licht, mijn behoud.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ?

Kwaadwilligen kwamen op mij af
om mij levend te verslinden,
mijn vijanden belaagden mij,
maar zij struikelden, zij vielen.

Al trok een leger tegen mij op,
mijn hart zou onbevreesd zijn,
al woedde er een oorlog tegen mij,
nog zou ik mij veilig weten.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?

Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 12, 1-11

De maaltijd bij Lazarus en de zalving van Jezus vinden plaats zes dagen voor Pasen. Judas Iskariot vindt het een geldverspilling. Dit verslag verwijst reeds naar de komende gebeurtenissen. Judas zal Hem overleveren. Jezus zal sterven, maar ook verrijzen. De aanwezigheid van Lazarus herinnert er ons aan dat Jezus heer en meester is over leven en dood.

Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die Hij uit de dood had opgewekt.
Daar hield men ter ere van Hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met Hem aanlagen.
Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis.
Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die Hem zou uitleveren, vroeg: ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.
Maar Jezus zei: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; de armen zijn immers altijd bij jullie, maar Ik niet.’
Intussen hadden de Joden gehoord dat Jezus daar was en ze gingen in groten getale naar Hem toe, niet alleen om Hemzelf, maar ook om Lazarus te zien die Hij uit de dood had opgewekt.
De hogepriesters beraamden intussen een plan om ook Lazarus te doden, omdat hij er de oorzaak van was dat veel Joden bij Jezus kwamen en in Hem gingen geloven.

Van Woord naar leven

Judas Iskariot wilt de heilige uithangen maar dat is puur voor de schijn. In werkelijkheid is hij een dief, een verrader. Achter de schone schijn schuilt een kwaad hart. Iets dat bij ons allemaal wel eens voorkomt: goed doen opdat de mensen ons hoog zouden inschatten terwijl we diep vanbinnen … ach … we weten het wel.

Maria daarentegen nam een kruikje zeer kostbare olie, ze zalfde de voeten van Jezus en droogde ze met haar haren af. De geur van de olie, zo staat er, vulde heel de ruimte. Met de olie gaf Maria in gehele toewijding zichzelf aan de Heer. Hem had ze lief, aan Hem gaf ze zichzelf, Hem wou ze dienen. Ze had immers de vermaning goed begrepen die Jezus enige tijd terug aan haar zuster Marta gaf dat zij, Maria het beste deel gekozen had, weet je nog…

Hoe gaan wij in deze dagen van de Goede Week met onszelf om … Houden we onszelf krampachtig vast, levend voor de mooie schijn, of durven we ons los te laten, ons schenken aan de Heer opdat Hij de weg met ons kan gaan die Hij met ons wilt gaan.

Net als Judas Iskariot zijn we allemaal voor een stuk gehavende mensen; geknakt door anderen, of door onze eigen zonden. Wat er ook van zij, laten we de woorden uit Jesaja van vandaag diep ter harte nemen waarin gezegd wordt: ‘Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven.’
Jezus’ Liefde zal erin bestaan de kwijnende vlam diep in ons hart niet te doven. Nee, Hij zal de mens optillen, ten diepste genezen, het vuur van overgave terug aanwakkeren.

Meer dan wijzelf, weet Hij dat de zonde het vuur in de mens dooft. Toegeven aan het kwaad verwijdert de mens steeds meer van God, met alle gevolgen van dien voor hemzelf en de samenleving.

Voor hen, voor ons, zal Hij de weg gaan van het kruis. Hij zal tot in de diepste krochten afdalen om ieder die daar huist de mogelijkheid te bieden zich te laten optillen in het feest van de opstanding.

Moge deze Goede Week werkelijk een goede week worden voor ieder van ons; een week waarin wij doorheen het lijden en sterven van de Heer, door ons geheel en al toe te vertrouwen aan dit diep mysterie van verlossing, deelgenoten mogen worden van zijn opstanding.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
dank om uw grote liefde voor ieder van ons. Wat zouden we zijn zonder U … Neem ons op in uw reddende aanwezigheid en leer ons ‘ja’ te zeggen tot U, uw kruis omhelzend, van uw kruis ontvangend.
Kom heilige Geest. Amen.