Lezingen van de dag – maandag 11 december 2017


Heilige (of feest) van de dag

Franciscus Bell (+ 1643)

Franciscus (gedoopt Arthur) Bell ofm, Londen, Engeland; martelaar

Arthur Bell werd op 13 januari 1590 geboren te Worcester, Engeland. In die tijd werd Brittannië beheerst door fanatieke anglicanen. Andere vormen van geloof waren ten strengste verboden. Zo konden met name katholieken, die trouw wilden blijven aan de Kerk van Rome, hun geloof alleen maar beleven in het grootste geheim. Er stond een flinke beloning op, wanneer iemand een ander als ‘paaps’ bij de autoriteiten kwam aangeven.

Arthur verlangde ernaar om zijn medegelovigen te ondersteunen. Omdat in die omstandigheden een priesterstudie in Engeland natuurlijk volslagen onmogelijk was, stak hij over naar de Noord-Franse plaats Saint-Omer, waar een priesteropleiding bestond, juist voor mannen die zich erop voorbereidden om later in Engeland de katholieken van dienst te zijn. Enige tijd later zette hij zijn studies voort in de Spaanse stad Valladolid. In Segovia ontving hij de priesterwijding; vervolgens trad hij in bij de franciscanen. Als kloosternaam koos hij Franciscus.

Vanuit Spanje stuurde men hem in 1632 naar Schotland om er de orde der franciscanen nieuw leven in te blazen. Vanaf 1634 was hij algemeen overste. In november 1643 werd hij gearresteerd; hij werd beschuldigd van spionage, zoals destijds gebruikelijk was met allen die trouw bleven aan de Kerk van Rome. Een maand na zijn arrestatie werd hij in de gevreesde Tyburngevangenis opgehangen en gevierendeeld.

In 1929 volgde zijn zaligverklaring; daarbij maakte hij deel uit van een groep van honderdzevenendertig martelaren.

maandag in de 2e week van de advent


Uit de profeet Jesaja 35, 1-10

De profeet Jesaja spreekt de Joden in ballingschap moed in. In dichterlijke bewoordingen schildert hij het tafelreel van dat toekomstig geluk: blinden zullen zien, doven zullen horen, lammen zullen in staat zijn te springen als een hert… Dan zal er vreugde en blijdschap zijn.

Zo spreekt de Heer:
“De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, als een lelie welig bloeien, jubelen en juichen van vreugde. De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon, met de schoonheid van de Karmel en de Saron. Men aanschouwt de luister van de Heer, de schoonheid van onze God.
Geef kracht aan trillende handen, maak knikkende knieën sterk. Zeg tegen het moedeloze volk: ‘Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, Hijzelf zal jullie bevrijden.’
Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. Het verzengde land wordt een waterplas, dorstige grond wordt waterrijk gebied; waar eenmaal jakhalzen huisden, maakt dor gras plaats voor riet en biezen.
Daar zal een gebaande weg lopen, ‘Heilige weg’ genaamd, geen onreine zal die betreden. Over die weg zullen zij gaan, maar dwazen zijn er niet te vinden. Geen leeuw of roofdier zal daar komen, geen enkel wild dier dwaalt er rond, ze blijven er allemaal weg, alleen zij die verlost zijn zullen daar gaan.
Zij die de Heer heeft bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg.”

 

Psalm 85, 9-14

Refr.: Gods glorie komt in ons land wonen.

Ik wil horen wat God ons zegt.
De Heer spreekt woorden van vrede.

Hij spreekt tot zijn volk, zijn getrouwen,
laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij:
zijn glorie komt wonen in ons land.

Trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus.

Uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.

Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 5, 17-26

Jezus’ optreden doet de oude voorspellingen in vervulling gaan. De genezing van de lamme is een bewijs van Jezus’ zending en komst voor hen die willen zien en geloven. Hij openbaart ons de Vader niet als een straffende, maar als een vergevende God. In de persoon van de lamme erkennen wij onszelf. Ook wij hebben genezing en bekering nodig.

Toen Jezus op een dag onderricht gaf, bevonden zich onder zijn gehoor ook Farizeeën en wetgeleerden die uit allerlei plaatsen in Galilea en Judea en uit Jeruzalem waren gekomen. De kracht van de Heer was werkzaam in Hem, opdat Hij zieken zou genezen.
Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, die ze naar binnen wilden brengen om hem voor Jezus neer te leggen. Maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen, en dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus.
Toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen hem: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
De schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat Hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
Maar Jezus begreep wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Vanwaar toch al die bedenkingen? Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’
En Hij zei tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’
En onmiddellijk stond hij voor de ogen van alle aanwezigen op, pakte het bed waarop hij altijd had gelegen en vertrok naar huis, terwijl hij God loofde.
Allen stonden versteld en ze loofden God, en zeiden, vervuld van ontzag: ‘Vandaag hebben we iets ongelooflijks gezien!’

Van Woord naar leven

Twee weken geleden hadden wij in onze Woon- en Zorgcentrum een gemeenschappelijke ziekenzalving. Ik had het evangelie gekozen dat we vandaag horen, waar die enkele mannen hun verlamde vriend door een gat in het dak lieten zakken tot bij Jezus.

Ik vertelde onze bewoners over het belang van Jezus’ aanraking in ons leven, en wel zo dat dit aanraken zowel genezing als vergeving inhoudt. Je door de Heer laten aanraken is immers toelaten dat Hij je met zijn barmhartigheid omhelst, en wel zo dat dit vergeving met zich meebrengt. Dit doe je door diep biddend je hart te openen voor Hem die met een zeker ongeduld staat te wachten tot je je voor Hem opent. Zonder twijfel zal Hij komen, en je hele zijn opnemen in Zichzelf. Op die wijze zullen we genezen van mogelijke innerlijke verlamming en komt ons hart weer tot leven, door te delen in het leven van de Heer, met alle goede gevolgen van dien. Dit zal gebeuren, zo zei ik, wanneer we zo dadelijk biddend en met een open hart de ziekenzalving zullen ontvangen.
En ja, met deze inhoud zalfde dan de priester onze bewoners. Mooi en intens was dat !

Tot onze medewerkers sprak ik over de liefde die de vrienden van de lamme bejegenden voor hun zieke vriend. Liefde gaat mee op weg, liefde engageert zich, liefde neemt zijn verantwoordelijkheid, liefde zet aan tot elkaar dragen, liefde schept gemeenschap, liefde brengt elkaar tot de Liefde bij uitstek: ons Heer. Ik vertelde onze medewerkers dat het goed is zich in hun werk en leven te spiegelen aan de vrienden van de verlamde. Wanneer de liefde de spil is van hun handelen, zowel op de werkvloer als ook in hun gewone dagelijkse leven … dan zit het goed.  Handelen vanuit de Heer … dat is onze roeping. Zo mogen wij onze bewoners hun toilet verzorgen, hen helpen bij de maaltijden, het ‘goede gesprek’ met hen voeren, met hen ‘meegaan’ in hun ‘oude dag’. Het zit ‘m in de kleine dingen; kleine dingen die in de ogen van de Heer groots zijn, omdat het om liefde gaat, Gods liefde.
Het was een eenvoudige viering, diep en intens, met achteraf een gevoelen van innige vreugde.
Met dank aan ons Heer die onder ons was.

Lieve mensen, u, die vandaag deze woorden leest, en waarschijnlijk niet in een Woon- en Zorgcentrum werkt of leeft, je laten aanraken door de Heer, handelen vanuit de liefde Gods, het gaat ons allemaal aan. En het is de moeite om er bewust mee bezig te zijn. Elke minuut, elke seconde ons leven, is ons geschonken door God om zijn liefde te zijn.

Kom, laat ons christen zijn, en dus beminnen. Dat zou het hart van ons leven moeten zijn.

Moge deze adventstijd ons brengen in dit blij gebeuren.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
wees het levend centrum van ons leven, de spil van ons handelen, de ziel van onze liefde. Laat ons, doorheen gebed en/of daden, elkaar brengen tot bij U. Opdat Gij ons allen moogt aanraken, ten diepste. Opdat wij, opgestaan in U, uw vredeslied mogen zingen naar allen die Gij op ons levenspad brengt.
Feestelijk in U. Amen.