Lezingen van de dag – maandag 11 september 2017


Heilige (of feest) van de dag

Almirus van Gréez-sur-Roc († ca 560)

Almirus (ook Almer of Almire) van Gréez-sur-Roc osb, Frankrijk; abt

Almirus was afkomstig uit Auvergne en moet tegen het einde van de vijfde eeuw geboren zijn. Als jongen kreeg hij zijn scholing bij de monniken van Ménat. Daar raakte hij onder de indruk van Sint Avitus († ca 530) en Sint Calais (of Carilefus; † 536). Toen zij verhuisden naar het zojuist door Sint Maximinus (of Mesmin; † 520) gestichte klooster te Micy, La Maine, ging hij met hen mee. Op dat moment was hij waarschijnlijk nog geen twintig jaar oud.

Na enkele jaren besloot hij zich nog verder terug te trekken om in de eenzaamheid als kluizenaar zijn leven aan God toe te wijden. Hij vestigde zich diep in de bossen op de plek, waar tegenwoordig het plaatsje Gréez ligt. Hij bouwde er een bidkapelletje ter ere van de heilige Maagd en vlak daarnaast een cel voor zijn eigen onderdak.

Toch wisten de mensen hem te vinden; zij vroegen hem om raad, om genezing van ziekten en kwalen, of om zijn gebed. Blijkbaar was zijn uitstraling zo inspirerend, dat zich al gauw jongemannen bij hem aansloten. Na korte tijd woonden er zo’n veertig leerlingen om hem heen, verspreid in cellen, armzalige bouwseltjes van takken en leem. Zij wijdden zich aan gebed en handwerk, en ontgonnen het omringende woud. De heilige abt leerde hen vooral orde en regelmaat aan te brengen in hun daagse dag en daar niet lichtzinnig van af te wijken.

maandag in week 23 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 1, 24 – 2, 3

In de gevangenis is Paulus blij te mogen delen in Christus’ nood ten bate van de Kolossenzen. In navolging van Christus had hij op zich genomen zich helemaal te geven aan de anderen. Zo werd hij dienaar van de kerk om het woord Gods te brengen in heel zijn volheid.

Broeders en zusters,
ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, waarvan ik de dienaar ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt: het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, Hij is uw hoop op goddelijke luister. Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen. Daarvoor span ik mij in en strijd ik met zijn kracht, die volop in mij werkzaam is.
Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor u en de gelovigen in Laodicea voer, en voor alle anderen die mij nog nooit in levenden lijve hebben gezien. Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.

 

Psalm 62, 6 + 7 + 9

Refr.: God is onze schuilplaats.

Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen,
van Hem blijf ik alles verwachten.

Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.

Vertrouw op Hem, mijn volk, te allen tijde,
open voor Hem uw hart,
God is onze schuilplaats.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 6-11

Wetten zijn er voor het welzijn van de mensen. Wie de wetten toepassen, hebben niet altijd oog voor deze grondbeginselen en nemen soms maatregelen om de wetten te beschermen. Interpretatie van de wet mag natuurlijk geen willekeur worden. Maar als wij allen een eerlijke poging doen om de mens te zien achter de wetten, leven wij evangelisch.

Op een sabbat ging Jezus naar de synagoge, waar Hij onderricht gaf. Daar was ook iemand met een verschrompelde rechterhand.
De schriftgeleerden en de Farizeeën letten op Hem om te zien of Hij op sabbat iemand zou genezen, want dan zouden ze Hem op grond daarvan kunnen aanklagen.
Maar Hij wist wat ze van plan waren en zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Sta op en kom in het midden staan.’ Dat deed de man.
Jezus zei tegen de Farizeeën en schriftgeleerden: ‘Ik vraag u of men op sabbat goed mag doen of kwaad, of men een leven mag redden of verloren laten gaan.’
Nadat Hij hen een voor een had aangekeken, zei Hij tegen de man: ‘Strek uw hand uit.’
Dat deed hij en er kwam weer leven in zijn hand.
De schriftgeleerden en de Farizeeën raakten bijna buiten zinnen en begonnen onderling te overleggen wat ze met Jezus zouden doen.

Van Woord naar leven

Jezus zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Sta op en kom in het midden staan.’

Wat een innerlijke warme deugd moeten deze woorden van Jezus aan deze man hebben gedaan: ‘Sta op, kom in het midden staan’.
Hoeveel mensen lopen er vandaag niet rond met verschrompelde handen, verschrompelde harten, verschrompelde gewetens, verschrompelde relaties, … Velen !
Gaan wij, volgelingen van de Heer, naar deze mensen met dezelfde liefdevolle blik van Jezus, met dezelfde warme uitnodigende woorden: ‘Sta op, kom in het midden staan. Je bent welkom, wie je ook bent, wat je ook hebt meegemaakt of hebt uitgespookt. Kom, wees welkom bij ons. Kom in het midden staan, niet aan de kant, in het midden.’

Willen we de Heer volgen ?
Kijk om je heen … werk aan Gods winkel !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
trek ons in de brand van uw liefde, opdat wij naar allen mogen gaan die vanbinnen op een of ander manier verschrompeld door het leven gaan. Geef ons dan diezelfde liefdevolle blik waarmee Gij de man uit het evangelie aankeek. Leg in onze mond diezelfde warme woorden die Gij tot hem sprak. Opdat ieder die Gij op ons levenspad brengt de liefde van God mag ontmoeten, er zelf drager van mag worden, én uitdrager.
Amen.