Lezingen van de dag – maandag 12 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Alexis van Kiev (+ 1378)

Alexis (ook Aleksej, Aleksij, Alexios) van Kiev (ook van Moskou of de Wonderdoener), Rusland; monnik, bisschop & wonderdoener

Aleksej was een Russisch edelman, afkomstig uit de Oekraïne, die in zijn jeugd belust was op de vogeljacht. Hij droomde er zelfs over. In één van zijn dromen hoorde hij hoe een stem hem zei: “Aleksej, hoe lang denk je nog door te gaan met zo doelloos en dom heen en weer te rennen? Als ik je nu eens leerde hoe je niet vogels, maar mensen moet vangen…?” Zo begaf hij zich in de eenzaamheid om als monnik te leren leven. Daar trof hij gelijkgezinde jongemannen aan. Uit hun kring zouden grote Russische heiligen groeien zoals Sergius van Radonej († 1392; feest 25 september) en diens broer Stefanus. In 1354 werd Aleksej benoemd tot metropoliet van Moskou.

Hij deed veel voor de verbreiding van het christendom en vooral voor het kloosterleven. Zijn levensbeschrijver weet op te merken, dat hij de laatste was van de Moskovitische traditie die de Griekse taal nog machtig was. Hij was betrokken bij de stichting van talrijke kloosters, dichtbij en ver weg. Zijn vrienden van weleer vertrouwde hij de leiding ervan toe.

In de politiek steunde hij het streven naar de vereniging van het rijk der Moskovische vorsten. Zo wist hij zelfs de tartarenvorst Verdevir Khan te verzoenen, toen deze al tegen het Russische volk uitgetrokken was. Een andere keer werd hij bij de tartarenvorst Amurat Khan geroepen om diens vrouw van een reeds drie jaar durende blindheid te genezen. Hij deed dat met behulp van gebed en wijwater.
Aleksej stierf op hoge leeftijd. Zijn leven werd al snel na zijn dood te boek gesteld door ene Pachomius.

Tezamen met metropoliet Petrus († 1326; feest 21 december) wordt hij beschouwd als de patroon van de Russische kerk.

Hij wordt vaak afgebeeld als oude man met halflange, enigszins gespleten puntbaard. Gekleed in oosterse liturgische kleding en op het hoofd een witte muts (‘klobuk’) die zijn waardigheid van metropoliet aanduidt. Vaak met uitgestrekte armen, waarbij hij in de linkerhand een gesloten evangelieboek houdt en met de rechter een zegenend gebaar maakt.

maandag in week 6 door het jaar


Uit de brief van Jakobus 1, 1-11

In termen die sterk doen denken aan oud-testamentische spreuken geeft Jakobus hier enkele vermaningen. Vreugde over wat men heeft en is, wijsheid en vertrouwen van armen en kleinen, ziet Jakobus als voorwaarden tot standvastigheid in geloof.

Van Jakobus, dienaar van God en van de Heer Jezus Christus. Aan de twaalf stammen in de diaspora. Ik groet u.
Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid. Als die standvastigheid ook daadwerkelijk blijkt, zult u volmaakt en volkomen zijn, zonder enige tekortkoming.
Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en Hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven. Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij doet, moet niet denken dat hij iets van de Heer zal krijgen.
Laat de onaanzienlijke gelovige trots zijn op zijn hoge waarde, en de rijke op zijn nederige staat, want hij zal vergaan als een bloem in het veld. Als de zon gaat branden en het gras door de hitte verdort, valt de bloem af en is het gedaan met zijn schoonheid. Zo zal ook de rijke vergaan terwijl hij volop met zijn zaken bezig is.

 

Psalm 119, 67 + 68 + 71 + 72 + 75 + 76

Refr.: Gelukkig de mens die op de Heer vertrouwt.

Voor ik vernederd werd, tastte ik mis,
nu houd ik mij aan uw woord.

U bent goed geweest en hebt goed gedaan,
onderwijs mij in uw wetten.

Het was goed voor mij dat ik vernederd werd,
zo leerde ik uw wetten kennen.

Goed voor mij is de wet uit uw mond,
beter dan een schat aan goud en zilver.

Ik weet het, Heer, uw voorschriften zijn rechtvaardig,
en U vernederde mij in uw trouw.

Moge uw liefde mij vertroosten,
zoals u aan uw dienaar hebt beloofd.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 8, 11-13

Zoals de Farizeeën vragen ook wij dikwijls om een teken als bewijs voor de zending van Jezus. Toch had Hij pas twee wonderen verricht: de broodvermenigvuldiging en de genezing van een stomme. Nu dit nog niet voldoende blijkt, weigert Jezus nog langer op hun hardnekkigheid in te gaan.

Enkele Farizeeën kwamen op Jezus af en begonnen met Hem te discussiëren.
Om Hem op de proef te stellen, verlangden ze van Hem een teken uit de hemel.
Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’
Hij liet hen staan waar ze stonden, stapte weer in de boot en voer naar de overkant.

Van Woord naar leven

Bij een wonder denken wij al vlug aan een of andere lichamelijke genezing.
En natuurlijk zijn dat ook wonderen, die – waarom niet – aan ieder van ons kunnen gebeuren.
Maar het gevaar bestaat er in dat we ons blind staren op dat soort wonderen, en daarin, en enkel daarin, Jezus’ kracht gaan zoeken.

Alle lichamelijke wonderen die ooit gebeurd zijn en nog zullen gebeuren verwijzen naar een veel dieper wonder, namelijk het wonder van Gods bestaan, zichzelf steeds opnieuw openbarend in de Liefde.
Zijn naam is ‘barmhartigheid’, ‘vrede’, ‘trouw’, ‘goede vrijdag’, ‘Pasen’; kortom: Liefde. Dat is het wonder van zijn bestaan.

Het is goed om verwonderd te blijven om Gods bestaan. Dit houdt ons in het ‘gebed zonder ophouden’ en het waakt over ons hart dat op deze wijze niet naar zichzelf gekeerd zal zijn, maar steeds gericht naar Hem waarvan alle leven komt, en dus naar de liefde; de liefde die doet liefhebben.

Laten we dragers en uitdragers zijn van Gods wonderlijk bestaan.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
kom met uw Geest over ieder van ons, opdat wij in uw liefde verwonderd mogen zijn om Gods wonderlijk bestaan. Dat deze verwondering een blijvende stuwing mag zijn om ons leven helemaal te schenken aan U, opdat Gij met ons, door ons en in ons Gods liefde moogt uitzingen.
Alle dagen van ons leven. Amen.