Lezingen van de dag – maandag 12 september 2016


Heilige (of feest) van de dag

Naam van Mariapanagia-1608487_640

gedachtenis

Over de betekenis van Maria’s naam is in de loop van de geschiedenis heel wat gespeculeerd. Het is de vergrieksing van de Hebreeuwse naam Miriam of Mariam. Volgens de laatste stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek gaat men ervan uit dat het van oorsprong een Oud-Egyptische naam is die ‘schoon’ betekent: ‘fraai’, ‘welgevormd’, ‘weelderig’.

De Griekse kerkvader Origenes († 254) redigeerde een Grieks etymologisch woordenboek van Bijbelse voornamen. De westerse kerkvader Hiëronymus († 420; feest 30 september) maakte er een Latijnse bewerking van. Hij heeft eeuwenlang de opvatting bepaald over Maria’s naam. Hij meent dat ‘Maria’ zo veel wil zeggen als ‘stilla maris’ (= ‘druppel van de zee’) of – aldus Hiëronymus –  ‘amarum mare’ (=  ‘bittere zee’). Het heeft er alle schijn van dat Hiëronymus de oosterse naam in verband bracht met de Latijnse klank ‘mar-‘.

Al gauw wordt in de handschriften ‘stilla maris’ veranderd in ‘stella maris’ (= ‘ster van de zee’). Deze verschrijving gaat zeer waarschijnlijk niet op Hiëronymus zelf terug, maar op kopiïsten. Toch zal deze betekenis, opgevat als ‘verlichtster of sterre der zee’, in de loop van de geschiedenis het langste stand houden.

Petrus Chrysologus († 450; feest 30 juli) meent dat ‘Maria’ vertaald moet worden met ‘domina’ (= ‘heerseres’), naar analogie van haar zoon Jezus die immers Dominus (= ‘Heer’) is.

maandag in week 24 door het jaarbijbel


Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 11, 17-26 + 33

In de gemeente van Korinte waren er misbruiken ontstaan. Ten tijde van Paulus was de eucharistie voorafgegaan door een maaltijd, waar zich onenigheden manifesteerden. Daarom herhaalt Paulus de leer over de eucharistie zoals hij die heeft meegekregen van de Heer. Daarin past geen onenigheid.

Broeders en zusters,
Nu ik u toch aanwijzingen geef: ik kan u niet prijzen om uw samenkomsten. Die doen meer kwaad dan goed.
Om te beginnen: ik hoor dat u bij uw samenkomsten in de gemeente partijen vormt. Tot op zekere hoogte geloof ik dat ook. Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is, zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is. Alleen, u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. Hebt u soms geen eigen huis waar u kunt eten en drinken? Of veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval.
Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam Hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en Hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.
Daarom, broeders en zusters, wees gastvrij voor elkaar wanneer u samenkomt voor de maaltijd.

 

Psalm 40, 7-10 + 17

Refr.: Uw wil te doen, mijn God, verlang ik.

Offers en gaven verlangt U niet,
brand– en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor U geopendDrieeenheid_2
en nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.’

Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,
diep in mij koester ik uw wet.
Wanneer het volk bijeen is,
spreek ik over uw rechtvaardigheid,
ik houd mijn lippen niet gesloten,
U weet het, Heer.

Ik ben arm en zwak,
Heer, denk aan mij.
U bent mijn helper, mijn bevrijder,
mijn God, wacht niet langer.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 7, 1-10

De Joden mochten het huis van een vreemdeling niet betreden. Toch stonden zij welwillend tegenover de Romeinse centurio, voor wie zij ten beste spraken bij Jezus. Hij respecteerde hun wetten en genas de knecht van de centurio op afstand, nadat deze de Joden eerst had verbaasd door zijn geloof.

Toen Jezus aan het eind was gekomen van zijn toespraak tot de menigte ging Hij Kafarnaüm in. Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld. Toen hij over Jezus hoorde, zond hij enkele Joodse leiders naar Hem toe om Hem te vragen bij Hem te komen en zijn slaaf van de dood te redden.
Toen ze bij Jezus waren gekomen, drongen ze er bij Hem op aan mee te gaan. Ze zeiden: ‘De man die u dit verzoekt, verdient het dat u hem deze gunst bewijst. Want hij is ons volk goedgezind en heeft voor ons de synagoge laten bouwen.’
Jezus ging samen met hen op weg. Hij was al niet ver meer van het huis verwijderd, toen de centurio enkele vrienden naar Hem toe stuurde met de mededeling: ‘Heer, spaar U de moeite, want ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar U toe te gaan. Maar U hoeft maar te spreken en mijn knecht zal genezen zijn. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich over hem; Hij keerde zich om naar de menigte die Hem volgde en zei: ‘Ik zeg jullie, zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof gevonden!’
Toen de vrienden van de centurio terugkeerden naar zijn huis, troffen ze daar de slaaf in goede gezondheid aan.

Van Woord naar leven

Mooi dat diepe en sterke geloof van de centurio uit het evangelie van vandaag. Nederig als hij was, was één woord van de Heer hem genoeg. En Jezus kon het wonder voltrekken.

Het geloof van deze man moet veel meer geweest zijn dan een verstandelijk uitspreken van een zeker geloof. Het was een beweging van zijn hart. Hij gaf zich aan datgene, of beter Diegene, waarvan hij zei in te geloven. Dat is ook de diepere betekenis van het woord ‘geloven’. In het latijn ‘cor-dare’ wat letterlijk vertaald betekent ‘je hart geven aan’.
Dus wanneer wij zeggen: ‘ik geloof in Jezus’, zou dat een beweging van ons hart moeten zijn: een hart dat zich geeft aan de aanwezigheid van Jezus. Met andere woorden: geloof is in wezen gebed, overgave aan de Heer, zodat Hij door ons heen kan bidden, werken en leven.

Zolang wij heer en meester zijn over ons eigen leven zullen we moeilijk tot deze overgave kunnen komen. Zoals God de schepper is van hemel en aarde, zo is Hij in wezen ook schepper van onze persoon, inclusief onze innerlijke groei op de weg die we te gaan hebben. Lopen we van Hem weg, laten we zijn scheppingswerk niet toe, vervallen we weer eens in onze dagelijkse zonden,… dat doet niets af aan zijn God-zijn. Trouw als Hij is zal Hij altijd bereid zijn ons bij de hand te nemen om ons weer op te tillen, om met ons die weg te gaan die Hij met ons voorheeft.

Dit laatste vraagt van onzentwege nederigheid, innerlijke armoede, bereidheid Hem toe te laten. Het vraagt om een gebedshouding die gericht is naar Jezus, met open handen en een open hart, met een diep verlangen naar God; een gebedshouding getekend door een zekere verliefdheid op God en wat Hij met ons voorheeft.

Laten we in de leer gaan bij de psalmist van vandaag uit psalm 40, tevens het Bijbelcitaat van vandaag: ‘Ik ben arm en zwak, Heer, denk aan mij. U bent mijn helper, mijn bevrijder, mijn God, wacht niet langer.’

Kom, laten we knielen en ons geven aan de Heer, met de eenvoud van het evangelie.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,Jesus-mercy-icon-3
mond van de Vader, ziel van de Geest, spreek uw woord dat leven geeft, raak ons aan in het hart van ons bestaan, genees ons van alle leugen, breng ons in een diep en zuiver geloof, trek ons in uw ja-woord tot de Vader. Gij, weg, waarheid en leven.
Kom Jezus, kom. Amen.